AOLARPG: De hoofdweg; Dulvia - Nobles

De weg loopt bijna ten einde, de zilte zeelucht is al merkbaar, naarmate de havenstad in zicht komt.

---------------------------(AOLARPG: Dulvia)
---------------------------(AOLARPG: Dulvia)
Floortje loopt samen met Twinblade over de hoofdweg. De zon schijnt en ze lopen stevig door. "En, Twinblade. Vertel eens wat meer over je zelf."
"Tja wat wil je weten?” antwoord Twinblade. “Ik werd opeens wakker in… hoe heette dat plaatsje ook alweer? Ik schijn me weinig te kunnen herinneren van wie ik was of ben; ik heb mezelf Twinblade genoemd omdat ik deze bij me had." Twinblade trekt twee grote zware zwaarden van onder zijn mantel vandaan, ze glansen erg in het zonlicht.
Floortje is even uit het veld geslagen, maar dat laat ze niet merken. "Mooi." Ze neemt zich voor om rest van de reis geen persoonlijke dingen meer te vragen.
Twinblade verbergt zijn zwaarden weer. "Ik kan er nog niet zo heel erg goed mee omgaan dus verberg ik ze liever, gebruik ze alleen in noodzaak. En wat is uw verhaal?"
"Van mijn jeugd weet ik niet meer zo veel. Gewoon normaal, maar mijn moeder was altijd weg. Toen ik volwassen werd had ik het contact met haar gesloten en ging ik werken op het kasteel van de graaf Van de Zeven Wouden. Dat was het wel zo'n beetje."
In het oosten van Torsan woedt een hevig onweer, maar hier op de weg is daar weinig van te merken, op een steeds zwarter wordende lucht na. Twinblade en Floortje praten druk met elkaar, komen steeds meer over elkaar te weten en komen, onbewust, ook snel dichter bij Nobles. Echter, de avond valt voor ze de stad hebben kunnen bereiken en ze zijn gedwongen de nacht door te brengen in de natuur.
Een klein bos langs de weg lijkt genoeg beschutting te kunnen bieden. Als ze goed kijken zien ze zelfs de overblijfselen van een oude houthakkershut.
In zichzelf vloekend staart Floortje daar de donker wordende hemel. Moet ze weer de nacht doorbrengen langs dit pad? Ze begon Twinblade een beetje aardig te vinden, maar ze is behoorlijk geschrokken van zijn zwaarden. Nu pas realiseert ze zich dat ze eigenlijk niet zo onmenselijk veel van hem afweet en dat hij haar bij hun eerste ontmoeting wilde beroven. Op de een of andere manier vertrouwt ze hem niet. Na haastig wat gegeten en gedronken en Twinblade een goede nacht te hebben gewenst, zoekt ze beschutting naast de struik. De grond is hard en oncomfortabel. De slaap vat ze niet. De hele tijd staart ze naar de hemel. Was het leven nu anders geweest als ze met Elanor en de rest mee was gegaan naar Kyrdath? Had ze dan ook op de grond, in de wilde natuur moeten slapen met iemand die ze steeds meer begint te wantrouwen. Ze krijgt een nacht waarin ze enkel piekert. Zoiets heeft al in geen jaren gehad, in het kasteel was ze altijd veel te moe om dat te doen. Ze denkt terug aan vroeger. Aan de tijd dat ze nog bij haar ouders woonde. Aan alle dingen die haar zo overvallen hebben de afgelopen tijd. Het ene moment stond ze de bibliotheek schoon te maken, het volgende moment kreeg ze te horen dat ze een heks was, het volgende moment was ze een vreemde wereld bij een fort waar Elanor opgesloten zat. Dan in het Zilveren Woud, dan het gevecht met de magiër. Het lijkt zo onlogisch, als je alles in een keer terug zien. Terwijl haar spieren verstijven door de harde grond, valt ze langzaam in slaap.

Twinblade trekt zijn mantel wat strakker om zich heen,t zal wel koud worden.
Hij is erg moe maar kan toch niet slapen er is iets in de lucht dat hem wakker houdt.

» Op het moment dat zowel Twinblade als Floortje liggen, klinkt plots een heftig geritsel. Voor ze hebben kunnen reageren, zijn drie gewapende mannen verschenen.
Twee richten een boog op beide reizigers, de ander speelt met een lang zwaard.
”Kijk eens aan. Twee reizigers.”
Floortje springt direct op en kijkt de mannen bedreigend aan, ze wil niet laten zien dat ze behoorlijk geschrokken is. "Durf ons aan te raken."
”En wat,” grijnst de zwaardvechter, “dacht jij daaraan te kunnen doen?”
Met een soepel gebaar legt hij het zwaard tegen de keel van Floortje.
”Ik denk niets, wel? Volgens mij doen jullie twee er beter aan met ons mee te komen en je niet te verzetten.”
Twinblade begint te grijnzen. Hij trekt vlug zijn twee zwaarden en steekt ze kruislings in de grond, dan pakt hij soepel zijn boog en richt een pijl op de keel van de zwaardvechter.
"Als een van je vrienden durft te schieten sterf jij ook! Dus hoepel op voor ik boos wordt!
Vrouwe hier staat onder mijn bescherming!"
Floortje kijkt de man recht in zijn ogen aan, en begint dan iets onverstaanbaars te mompelen.
De man knippert even met zijn ogen en kijkt Floortje verbaasd aan.
Dan wordt hij vermoeider en hij laat zijn zwaardarm zakken. Een moment later valt het zwaard uit zijn handen, maar bij de man begint het begrip te dagen.
”De heks...” sist hij, voor hij op zijn knieën zakt, overmant door vermoeidheid.
Op dat moment laat een van de boogschutters de pees los en een pijl zoeft door de lucht. Floortje reageert niet op tijd en de pijl schampt haar rechterarm, een diepe snee achterlatend.
De zwaardvechter is ondertussen in slaap gevallen, maar de tweede boogschutter houdt Twinblade nog steeds onder schot en de andere heeft zijn dolk gepakt en komt op Floortje af.
Met zijn vrije hand haalt hij een doek uit zijn zak en propt die in de mond van het meisje.
”Dat doen we met heksen,” bijt hij haar toe. “Nog een zo'n trucje en we schieten je vriend dood.”
Hij werpt geen enkele blik op de liggende man.
”En nu meekomen.”
Floortje verzet zich met al haar kracht. Wild maait ze om zich heen. Tranen van woede, vernedering en machteloosheid staan in haar ogen. Wat is een heks zonder spraakvermogen? Maar de tranen kwamen vooral van angst, angstig om wat er komen gaat. Een stekende pijn in haar rechterarm. Als ik nou had geprobeerd om ze beide te vervloeken! Ze kijkt naar Twinblade, die ook bedreigd wordt. Waren we maar in het veilige Dulvia gebleven, dan was dit niet gebeurd...
”Lopen!”
De boogschutter duwt Floortje het bos in, terwijl de ander Twinblade voor zijn rekening neemt.
De slapende man laten ze liggen. «
---------------------------(AOLARPG: Ergens in Torsan)
---------------------------(AOLARPG: Ergens in Torsan)

--------------------------- (Dulvia)
» Hoewel Arsennon alles behalve een zwijgzaam type is, blijft ook hij nu stil. Met meer dan normale belangstelling bekijkt hij de omgeving. Hoe 'open' de omgeving is, als er bomen staan hoe dicht bij de weg. En of er in de verte niet wat paralelle paden lopen. Hij houd ong. een meter of twee afstand achter Heer Mordar, die dit wel op prijs lijkt te stellen, maar vooral Arsennon het nodige overzicht bied. Ik vertrouw deze stilte niet, een hoofdweg zou toch drukker moeten zijn. 't zal wel door angst voor overvallers zijn...
De weg richting Nobles is omgeven door weilanden, lage bebossing en hier en daar een boerderij. Soms vliegt er een meeuw krassend over, maar verder is het inderdaad onnatuurlijk stil.
Mordar lijkt dit wel te merken, maar reageert er niet op. Behalve misschien door zijn paard verder aan te sporen.
Hmmm, dit kan twee kanten op. In elk geval zijn de weilanden goed te overzien, maar wij steken zelf ook uit in de omgeving. Goed opletten en zorgen dat ik niets mis. Arsennon zet zijn paard ook aan om Mordar bij te blijven. Als het donker wordt moeten ze van de weg af, dat was duidelijk. Zonder vuur. Hij tuurt weer naar de omgeving. Hij heeft er geen goed gevoel bij.
"Nerveus, tempelier?" klinkt Mordars stem plotseling spottend. "Bang in het donker?" Hijzelf lijkt zich in de avondschemering juist des te beter op zijn gemak te voelen.
"Alleen voorzichtig Heer, " antwoordt Arsonnon glimlachend, "Zo voorkom je vervelende verassingen. Rijden we door in de nacht?" Zijn humeur blijft onaangedaan vrolijk. Hij kan in elk geval praten, denkt Arsennon enigzins sarcastisch, ik zal hem het voordeel van de twijfel geven. Hij rijdt wat dichter naar Mordar.
"Ja." Het antwoord is kort. Dan kijkt Mordar plots op. "Tenzij je dat niet aan kunt natuurlijk." Hij heeft duidelijk geen hoge pet op van tempeliers.
Waarom vraagt hij om een escorte als hij het zelf niet nodig vind? Het humeur van Arsennon begint wat haarscheurtjes te vertonen. "Maar natuurlijk kan ik dat aan Heer." Hij kan een licht geërgerd toontje niet onderdrukken. "Leid de weg en ik zal volgen" De enige God zal hier een reden voor hebben. Met deze gedachte klaart hij weer op en loopt vrolijk achter Mordar aan, zich realiserend dat zijn vrolijke zonnigheid net zo irritant is voor Mordar als Mordar's zwijgzame spottendheid voor hem is...
Mordar snuift. "Mooi." Zo gaat het eerstvolgende uur voorbij.
Arsennon hobbelt rustig achter Mordar aan. Zouden we in een ruk doorrijden naar Nobles? Mischien wel zo veilig, dan hoeven we niet langs de weg te kamperen. "Rijden we in een ruk door?" vraagt hij. "Ik krijg ten minste de indruk dat we haast hebben." Hij probeert meteen wat info los te krijgen. "Is er trouwens een specifieke reden waarom ik mee moet? Het lijkt er niet op dat het vanwege mijn gezelligheid is."
"Nee, we stoppen hier." Bij die woorden houdt Mordar zijn paard in.
"Zet een kamp op, dan zorg ik voor voedsel."
Zonder op antwoord te wachten, stijgt de geheimzinnige man af en loopt met ferme passen van de weg om even later in de nacht te verdwijnen.
Het enige geluid dat Arsennon dan nog hoort is de schreeuw van een uil.
Arsennon stijgt ook van zijn paard. "Komt voor elkaar!" Als de man in het duister verdwenen is zoekt Arsonnon naar beschutte plek. Hij kijkt om zich heen. Waarom stoppen we hier? Hij speurt de omgeving verder af. De begroeiing is wel geschikt voor wat beschutting, maar niet ideaal. Eerst maar een degelijk kamp opzetten. Hij bindt de paarden aan een boom, wat verder van het pad af, zodat ze vanaf het pad niet direct te zien zijn. Met wat flinke takken begint hij met het maken van een soort 'halve tent'.
Plots hoort hij voetstappen. Hij grijpt zijn bijl en kijkt om zich heen.
"Je bent in ieder geval alert," zegt Mordar goedkeurend. Hij houdt twee dode hazen in zijn handen. "Weet je ook hoe je moet villen?"
Arsennon laat de grip op zijn bijl wat verslappen als hij ziet dat het Mordar is. "Ik neem altijd het zekere voor het onzekere," antwoord hij, "bovendien ben ik daarvoor meegestuurt, niet voor een leuk dagje uit," voegt hij er droogjes aan toe. Hij bekijkt de buit van Mordar. Wil hij nou echt een vuurtje maken om wat konijntjes te braden? Vallen we nog niet genoeg op. Blijkbaar is dit nog niet het gevaarlijke deel van de reis. Mischien ook wel een goed idee, we hoeven onze rantsoenen nog niet op te maken als de reis nog lang is. "Natuurlijk kan ik ook villen, maar ik heb niet de juiste messen meegenomen, tot mijn spijt. Gaan we die op een vuurtje klaarmaken?"
"Als je ze liever rauw wil, mag dat ook," is het droge antwoord. "Zorg nu maar dat ze gereed zijn om te braden, leg een vuurtje aan, dan zorg ik wel dat we niet opvallen."
"Dan liever gebraden," antwoord Arsennon, niet erg gelukkig met het idee van een rauw harig beest in zijn mond. Hij begint met het aanleggen van hout en droog gras voor een vuurtje. Ben benieuwd hoe hij dit gaat verbergen, maarja, hij is de baas. Hij kijkt nog eens om zich heen. Nog steeds niets te zien, dat was ten minste iets...
"Nou, steek dat ding aan dan! We hebben niet de hele week!"
"Ik ben bezig, heer." Arsennon steekt het vuurtje aan. Na eerst alleen wat rook the creeren slaat er uiteindelijk een vlammetje in en brand het gecontroleerd.
Mordar knikt en sluit dan zijn ogen in concentratie. Hij mompelt wat en vervolgens lijkt een sluier van schaduw over de twee én het vuurtje heen te dalen. Zelfs hebben ze voldoende licht, maar vanaf de weg zijn ze niet meer te zien.
Arsennon kijkt om zich heen terwijl de schaduw om hen heen valt. Wat in...? Heeft hij nog meer verassingen voor me in petto? Maar goed, opvallen doen we niet meer.
"Vergeef mij mijn onwetendheid, maar ik handel slechts naar mijn kennis en die van de orde. Normaliter maken wij geen vuur als we niet op willen vallen. Dit soort methodes vallen niet binnen onze middelen." Hij bekijkt Heer Mordar nog eens goed. "Als u dit soort middelen wel tot uw beschikking heeft, waarom stond de commandant er dan op dat u een escorte mee nam?" Zonder echt antwoord te verwachten op zijn laatste vraag, hoewel een beetje reversed psychology mischien wel werkt, spiest Arsennon de hazen om ze boven het vuur te kunnen hangen.
Mordar lacht voor het eerst en hij lijkt warempel een beetje menselijk. "Ik kan mij tegen veel beschermen, tempelier, maar niet tegen alles."
Arsennon merkt tot zijn grote genoegen dat ook Mordar een beetje mens blijkt te zijn. "Zoals?" vraagt hij. "Ik bedoel, niet uit nieuwsierigheid, maar als ik preciezer weet waar ik niet op hoef te letten kan ik mijn aandacht beter verdelen over de wel belangrijke zaken. Bearnon zei altijd: 'Als je met je rug tegen de muur staat, dan is dat mooi, omdat je je op belagers voor je kunt concentreren."
"Alle vormen van man-tot-mangevechten. Pijlen en dergelijke, daar heb ik geen problemen mee, maar een zwaardvechter die te dichtbij staat, dat wel," antwoordt Mordar.
"Goed, mijn taak dus om iedereen op afstand te houden. De keus voor mij wordt nu wel duidelijker. De vorm van mijn bijl is extra geschikt tegen zwaardvechters. Na een succesvol blok breek ik de meeste zwaarden zo in twee-en. Of het moet een heel goed gemaakt zwaard zijn, uit meerdere lagen." Hij prikt eens in een van de hazen om te zien of ze al gaar willen worden. Ze beginnen goed te ruiken. "Houdt die schaduw ook de geuren binnen?" vraagt hij zich ineens af.
Mordar stelt Arsennon gerust. De schaduw houdt alles binnen. Beseffend dat daardoor wacht houden onnodig is, vallen beide reizigers nog enkele uren in slaap. Vroeg op de ochtend worden ze weer wakker en de volgende dag is wederom een dag van reizen en veel stilte. Tegen het eind van de middag echter, komt in de verte Nobles in zicht.

--------------------------- (Dulvia)
--------------------------- (Dulvia)

--------------------------- (Dulvia)

Als Lucas buiten Nobles komt, kijkt hij half spiedend, half verbaasd om zich heen. Hij is nog nooit buiten Nobles geweest!
Mijn eerste zorg is uit het zicht te blijven... denkt hij. Maar waar is ze nou gebleven???
Het is donker geworden en Amy heeft zich achter wat struiken verstopt, ze wacht tot de poorten van Nobles sluiten. Maar als ze zit te wachten ziet ze dezelfde jongen lopen die in Nobles tegen haar aanliep. Hij lijkt iemand te zoeken,maar er is verder niemand te zien. Iets in die jongen raakt het hart van Amy, en ze kijkt met bewogen gevoel hoe de jongen voorbij loopt.
Als de poorten gesloten zijn, wacht Amy nog heel eventjes voordat ze te voorschijn komt. Dan gaat ze op een drafje de weg verder op richting Dulvia, altans dat vermoet ze. Dan ziet ze de jongen voor d'r lopen, en ze denkt Arme jongen, het lijkt wel of hij niet goed weet wat hij moet beginnen.
"..." Met een zucht ploft Lucas neer in het gras.
De poorten van Nobles zijn dicht. Geweldig. Nu kan hij helemaal nergens meer heen. "Wat nu? Ik kan nog maar een ding doen... en dat is buiten de stad overnachten."
Lucas pakt zijn nachtmantel en drapeert die over zichzelf heen. "Nu maar hopen dat niemand me ziet. Echt veilig is het hier niet..."
Amy ziet dat de jongen in het gras is gaan zitten. Hij wil blijkbaar gaan slapen daar aan de kant van de weg.
Amy weet niet wat ze moet doen, ze wilde eigenlijk heel de nacht doorlopen, want als haar vader dan morgen zou komen zou ze al een flinke voorsprong hebben. Maar als Amy die jongen zo ziet zitten, kan ze het niet over haar hart verkrijgen om zomaar voorbij te lopen. Snel kijkt ze wat voor voedsel heeft meegenomen, ze pakt een stuk fruit en loopt op de jongen af. "Hoi, wil je wat fruit?"
Lucas schrikt zch een ongeluk als hij opeens een schaduw naast zich ziet staan.
Als die schaduw hem ook nog eens iets te eten aanbied, heeft hij het helemaal niet meer. Hij trekt zijn mantel over zijn hoofd en begint zachtjes te huilen.
"Ga weg... ik heb niets..."
Amy weet even niet wat ze moet doen als de jongen zomaar begint te huilen. dan gaat ze naast hem zitten, slaat haar arm om hem heen.
"Sss... wees maar niet bang, ik zal je niets doen hoor, maar ik zag je zo zitten en...." Amy weet het niet meer, haar gevoelens gaan met haar op de loop. Dan slaat ze ook haar andere arm om hem heen en trekt hem naar hem toe. met tranen in haar ogen probeert ze hem te sussen. "Ssss....., stil maar."
Lucas weet niet meer wat hij moet doen. Ligt hij hier, midden in de nacht, aan de kant van de weg, buiten het veilige Nobles, met een vreemde persoon, te huilen. Overdondert laat hij zich troosten. Daarna draait hij zich nog een keer om en valt, met de tranensporen nog op zijn gezicht, in een droomloze slaap.
Als de jongen in slaap is gevallen, valt Amy, met hem nog in haar armen, ook in slaap. Ze vergeet alles om haar heen, zelfs dat ze op een onveilige plek ligt.

Lucas word wakker door het zonlicht, dat door zijn oogleden naar binnen kiert. Hij wrijft in zijn ogen en gaat overeind zitten. Zijn mantel glijd van hem af. Stomverbaasd kijkt hij naar Amy, die naast hem, nog steeds ligt te slapen. Lucas gelooft zijn ogen niet. Dit is het meisje met de leren broek! Was zij de Schaduw?
Amy was zo moe van alle dingen die er gebeurd waren, dat ze moeilijk wakker wordt, en zacht kreunt in haar slaap.
Nynaeve is de hele nacht wakker gebleven. Hoe vreemd het ook was, de vrouw en de jongen leken bij elkaar te horen. Dan ziet ze dat de jongen wakker wordt. Ze verspilt geen tijd, en loopt op hem af.
Nynaeve gromt als ze met haar dunne leren schoenen op een klein, scherp steentje op het grindpad stapt. Dan staat ze bij de jongen, die nog verbaasd in zijn ogen wrijft. "Jongeman..." Ze was zo zeker vanzichzelf. Ze wist precies wat ze moest zeggen. Maar de woorden die ze wou zeggen, misten hun bedoeling. De jongen had nog rode ogen van de nacht hiervoor. Hij lag nog in de armen van de vrouw, die de moeder van de jongen leek te zijn. Schuldgevoel ovespoelt haar, en ze rent weer de stad in, waarvan een poortdeur nu weer open staat. Ze gaat achter de dichte deur staan, en houd de jongen en de vrouw in het oog.

Arsennon ziet in de verte Nobles opdoemen. Een moment maakt een onaangenaam gevoel zich van hem meester. Onmiddelijk schud hij dit van hem af. Hij blijft net als in het begin van de reis ongeveer twee meter achter Mordar rijden. "Hmm, Nobles. Trekken we direct verder of hebben we wat te doen in de stad?" vraagt hij Mordar, terwijl ze rustig in de richting van de stad rijden. "We gaan de stad in," beslist Mordar kort.
"Goed," antwoordt Arsennon, terwijl ze dichterbij de stad komen. "Er is hier een tempelridder van ons permanent gestationeerd. Ik stel voor zodra we in de stad komen om hem te bezoeken, hij zal ons van voedsel en een overnachtingsplaats kunnen voorzien."
Dan ziet Arsennon van langs de kant van de weg een vrouw wegrennen, terug de stad in. Niet dat hij het vreemd vond dat er mensen in de omgeving van de stad zouden zijn, maar de manier waarop, maakte dat Arsennon het opmerkte. Hij zet het van zich af en rijdt op zijn hoede als altijd achter Mordar aan. "Of hebben we andere plannen?" vraagt hij.

Nynaeve ziet dat er over de weg twee mannen aan komen rijden. De een rijdt zorgeloos voor zich uit, de ander lijkt alles in de gaten te hebben. De jongen en de vrouw zitten nog steeds aan de kant van de weg. Een portier van de poort komt op haar af en zegt: "Mijn vrouwe, excuses, maar deze deur moet ook open. U zult even aan de kant moeten gaan." Nynaeve stapt opzij, en de poort wordt opengedaan. Ze gaat snel achter een grote kist zitten, van waarachter ze nog steeds een goed zicht op de weg heeft.
Amy wordt wakker door het geluid van paarden. Ze rekt zich uit en kijkt naar de jongen die haar verbaast aan zit te staren. Ze glimlacht en zegt: "Goedemorgen. Lekker geslapen?"
Dan bedenkt ze plotseling dat ze op de vlucht is, ze staat snel op mompelt "Sorry,.. moet snel weg" en rent de weg op richting Dulvia. Doordat Amy angstig naar Nobles kijkt, merkt ze pas op het laatste moment dat er twee paarden haar te gemoed komen en ze probeerd om nog op tijd weg te springen.

Als ze bijna bij de stad zijn rent ineens een jonge vrouw vlak voor hen het pad op. Uit alle macht trekt Arsennon aan de teugels om het schrikkende paard onder controle te houden, zodat hij de vrouw kan ontwijken.
Nynaeve ziet wat er gebeurd, en ze denkt dat het fout gaat. Het kost haar heel veel moeite om achter de kist te blijven zitten. Toch lijkt het goed te gaan, omdat de ruiter zijn teugels strak had aangerokken. Van binnen gromt Nynaeve. Als ze niet was weggerend zat ze nu te praten met de vrouw, en waren de ruiters gewoon voorbij gereden.
Ondanks zijn poging, lukt het Arsennon niet Amy te ontwijken en een hoef van zijn stijgerende paard raakt het meisje tegen de schouder. Met een schreeuw valt ze op de grond. Arsennons paard bokt, Mordar kijkt woest en Amy heeft haar arm ontwricht.
Arsennon uit binnensmonds wat woorden die eigenlijk niet mogen van zijn God als hij het meisje raakt en probeert dan uit alle macht zijn paard rustig te krijgen. Zodra dat gelukt is springt hij van zijn paard en bekijkt de verwondingen van het meisje. Hij roept Mordar om te helpen bij het zetten van haar arm. Ze heeft duidelijk veel pijn. Hij begint te bidden aan zijn God voor een genezende handoplegging.
Amy kreunt van de pijn, ze merkt dat de ruiter bij haar is komen zitten, maar is te diep in gedachten verzonken om te horen wat hij zegt. Ze voelt zich dom, want als ze niet zo gehaast was weg gerent had dit niet gebeurd, en ze hoopt dat ze nog optijd weg zal kunnen komen van Nobles. Had ze maar een paard, maar ja, ze heeft niet eens geld meegenomen....
"Neeee!!", schreeuwt Lucas als hij ziet dat het meisje met de leren broek d weg op rent terwijl er net een paar ruiters aankomen. Zijn ogen worden groot van schrik. Ze word aangereden! Hij staat vertwijfeld op, om te kijken wat hij kan doen. Het meisje lijkt veel pijn te hebben aan haar schouder.
Het komt door mij... Het is mijn schuld... Als ik er niet was geweest... dan... Lucas kan niet meer helder denken, en wanhopig zakt hij neer in het zachte gras.
Plotseling merkt Amy dat De Jongen er ook bij is komen staan, ze kijkt naar hem en glimlacht hem toe.
Het meisje glimlacht naar hem, en Lucas voelt weer een stroompje hoop. Valt het dan toch nog mee? Waarom rende ze nou zo plotseling weg?
"Hoe heet je eigenlijk?" vraagt Lucas, nu een beetje verlegen.
Met een door pijn verstikte stem antwoord Amy: "Amy, en jij?" Dan begint ze te huilen.
"Ik ben Lucas Zonder Naam." zegt Lucas. Als hij ziet dat Amy begint te huilen, gaat hij naast haar in het zand zitten, en slaat hij een arm om haar heen.
Amy voelt zich warm worden door het gebaar van Lucas.
Dan kijkt ze op naar de ruiter die nog steeds naast haar zit te prevelen, en zegt al snikkend: "Sorry het spijt me, maar laat mij maar hier liggen, want uw metgezel wilt volgens mij weer verder."
Arsennon duwt het kereltje aan de kant op het moment dat te dicht bij komt. "Wil je dat ze beter wordt?" vraagt hij geirriteerd"Blijf dan daar wachten." Hij wijst naar de poort van de stad, waar hij de vrouw die net nog hard wegrende achter een kist denkt te zien zitten. Dat is van latere zorg. Eerst dit. Geconcentreerd gaat hij verder met zijn handoplegging...
Nynaeve ziet dat de ruiter haar kant op kijkt, en voelt zich schuldig dat ze is weggerent. Ze staat op van achter de kist, en loopt stapje voor stapje richting het ongeval. Zodra ze opstaat ziet ze dat de ruiter bezich is met... Iets.
Wonder boven wonder voelt Amy hoe de pijn in haar schouder vermindert. Haar arm wordt warm, heet bijna en even voelt het alsof ze zal verbranden, maar als de hitte wegtrekt, neemt deze de pijn mee.
Mordar staat met een lichte frons naar Arsennon te kijken.
Amy kan het niet geloven dat de pijn weg is. Ze richt zich op en keeft de ruiter een kus op zijn wang, en stameld daarna met een rood hoofd: "Sorry hoor, maar ik ben je zo dankbaar!"
Dan richt ze zich tot Lucas en zegt : "Helaas moet ik je verlaten, want ik moet nu zo snel mogelijk bij Nobles vandaan!"
Enigzins overdonderd door de enthousiaste reactie van het meisje, mompelt hij iets onverstaanbaars. Tegen Mordar verklaart hij: "De God geeft zijn heilige ridders de gave om eens per dag een waardig persoon te genezen van een verwonding of ziekte." Alsof dit allesverklarend moet zijn klimt hij terug op zijn paard. Hij hoort het meisje tegen de jongen praten over weg moeten uit Nobles.
"Zijn er problemen in Nobles waar wij van moeten weten?" Terwijl hij de vraag stelt ziet hij de vrouw die eerder nog wegrende terug sluipen. Hij kijkt haar even strak aan.
Amy kijkt de ruiter aan, en met een blozend en beschaamd gezicht antwoord ze: "Nee er is niets bijzonders in Nobles, ik ben alleen op de vlucht voor mijn verwachte toekomst."
"Dat zal dan niet zo'n goede toekomst zijn als je er voor op de vlucht slaat," antwoordt hij alweer terug op zijn oude olijke niveau. Hij kijkt Mordar aan. "Kunnen wij misschien iets betekenen?" Begint hij dan voorzichtig. "Er zijn meer tempelridders hier," voegt hij er aan toe om Mordar gerust te stellen. Eigenlijk is hij gewoon niewsgierig naar het verhaal van het meisje en waarom ze vlucht. Ze fascineert hem op de een of andere manier. Aan de jongen of de vrouw besteed hij geen aandacht meer.
Amy bloost diep als ze antwoordt: "Zeker geen goede, nee!" Het liefst zou ze willen schreeuwen dat ze doodsbang is, maar ze durft het niet. Maar geeft als reactie: "Ik zou het fijn vinden als u met me mee zou gaan, maar u heeft een opdracht, en die moet u volbrengen!" Terwijl ze dit zegt buigt ze haar hoofd naar beneden.
Arsennon kijkt vragend naar Mordar. "We moeten de stad in, maar je mag wel even met ons mee denk ik..."
Als Amy dat hoort schrikt ze en zegt ze "Nee niet naar Nobles"
Nynaeve versteend als ze de ruiter haar kant op ziet kijken. Maar dan rent ze de laatste passen richting het rare tafereel. De vrouw lijkt volledig genezen van een klap, die haar fataal had kunnen zijn. Dan richt ze zich tot de jongen. "Mijn beste jongen, mijn excuses voor wat er toennet gebeurde, maar..." Dan weet ze alwéér niet wat ze moet zeggen. "Kan ik je met iets van dienst zijn? Ik zou je graag helpen, want ik voel me schuldig over... Naja, neem mijn excuses nou maar aan, ik vind het al moeilijk genoeg om ze aan te bieden." Het laatste gromt ze.
De ruiter lijkt haar volkomen vergeten te zijn, en is druk in gesprek met de vrouw.
Lucas kijkt op naar de ferme vrouw, die hem nu haar excuses aanbied.
"Maar... wat heb je dan verkeerd gedaan?"
Hij draait zich om, naar de woeste ridder die Amy zojuist heeft genezen. Wat een chagarijn... denkt lucas. Ik ben toch ouder dan ik eruit zie, en ik mag dan wel geen zwaard dragen of een paard bezitten, maar toch! Lucas loopt vastberaden op Amy toe, die druk in gesprek met de ridder is.
"Zeg, hoor eens..." zegt Lucas dapperder dan hij zich voelt, "Ik blijf bij Amy! En er is niemand, en zeker niet zo'n... zo'n langbeen als jij die me van haar kan scheiden!"
Nynaeve's mond zakt langzaam open. De etterbak! Heeft ze kostte wat het kost haar excuses aangeboden voor dat ze zomaar is weggelopen, met de gevolgen vandien, weet dat rotjoch het niet meer! Wat, heeft hij last van korte termijn geheugenverlies? Ze draait de jongen ruw aan zijn schouder om. "Luister eens... Ik zal iets voor jou doen, al moet ik je je hele leven achtervolgen!" Terwijl ze het zegt krimpt ze ineen. Ze heeft nu zo ongeveer een eed afgelegd. Eigenlijk kan het haar niets schelen. Ze zal die jongen een gunst doen, al is het het laatste wat ze doet!
Mordar bekijkt het tafereel. Van zijn gezicht is niets af te lezen.
Arsennon is even verrast door de paniekerige reactie van het meisje. "Niet in de stad? Dat is veiliger dan de open weg hoor, vooral die naar Dulvia. Bovendien heeft niet iedereen een escorte van een Tempelier," lacht hij erachteraan.
Dan komt het kereltje dat hij nog weggeduwd had op hen aflopen. Arsennon was hem helemaal vergeten. "Zeg hoor eens," begint hij. De tempelier laat hem rustig uitrazen. "Hahaha, wat een dapper kereltje ben jij," lacht hij dan. "Dus ze heet Amy hè, nou ze heeft goed gezelschap gevonden. Trek je die duw niet teveel aan, bij het genezen kan ik me geen afleiding of fouten permiteren, dus je moest snel aan de kant" voegt hij er aan toe. Dan wordt het ventje ruw aan de schouders getrokken door de vrouw, die blijkbaar nog niet met hem was uitgesproken.
Tot Amy zegt hij nog, "Je bevindt je in een eigenaardig groepje mensen, maar zeg me, waarom wil je Nobles niet in?"
Amy bloost opnieuw, en stameld iets onduidelijks, het enige wat er te verstaan is is vader, toekomst, vlucht, teruggaan, en voorbij. Dan staat ze op, kijkt de genezer in de ogen, maar laat snel haar hoofd weer zakken. Daarna kijkt ze naar Lucas, en de vrouw die ook mee lijkt te willen. Ze zegt onzeker: "Wie er mee gaat of niet, maar ik ga nu snel verder."
Dan kijkt ze nog even met een blik vol angst en afschuw naar de man die haar genas en zegt vastberaden: "Niets zal erger zijn dan in de handen van mijn vader te vallen, dus het maakt me niet uit of er ander gevaar drijgt." Nadat ze uitgesproken is laat Amy opnieuw haar hoofd hangen en loopt een paar stappen verder, maar blijft dan staan om te kijken wat de anderen doen.
De ridder kijkt het meisje onbegrijpend aan. Hij snapt nog niet precies wat er aan de hand is, en aan de hand van Mordar's reactie begrijpt hij er ook niet veel van. Ze loopt aan. Hij kan het er natuurlijk gewoon bij laten zitten, maar zijn natuurlijke nieusgierigheid laat hem nog één poging ondernemen dit mysterie te ontrafelen.
Als het meisje omkijkt zegt hij, "Moet je per sé naar Dulvia? Wij blijven ook niet in Nobles, we zijn op doortocht."
"En," hij wijst naar zijn bijl, "we kunnen je een middagje wel veilig houden hoor. En waarom moet je op de vlucht voor je eigen vader?" Hoewel Arsennon zijn ouders niet kan herinneren komt dit hem vreemd voor. "De God heeft je waardig bevonden voor een genezing, zolang je door mij beschermd wordt zal HIJ je niets laten gebeuren," voegt hij er aan toe, terwijl hij zijn hand naar haar uitsteekt.
Amy kijkt de ridder twijfelend aan, wat zal ze doen? Het lijkt wel fijn om mee te gaan met hem, maar..... Dan wijst ze naar de andere nors kijkende en zwijgende man, "Dat zegt jij, maar vat zegt hij?" vraagt Amy
Arsennon kijkt naar Mordar. "Geen idee," zegt hij en richt zich tot zijn reisgezel. "Kunnen we haar een tijdje met ons meenemen? Of is dat te gevaarlijk?"
Mordar kijkt alsof hij op het punt staat te verzuchten: "Tempeliers!" Maar vrij onverwacht knikt hij toch. "Ze kan wel mee."
Lucas mept de vrouw hardhandig van zich af en trekt zijn mes. "En ik zal ook mee gaan, koste wat kost. Ik zal je ook beschermen! Tenslotte ken ik heel Nobles op mijn duimpje. Ik weet alle achteraf straatjes en binnendoorweggetjes, dus misschien kan dat je ook een wat veiligere doortocht geven..." Vertwijfelt kijkt Lucas naar de paarden van Arsennon en Mordar. "Al weet ik niet of die twee dikke paarden ook mee kunnen, heren..."
Nu is het de beurt aan Arsennon om te zuchten. "Mijn beste... wat je naam ook is, wij hebben in Nobles geen achterafweggetjes en steegjes nodig. In Nobles zijn tempeliers van mijn orde gestationeerd en daar hebben we onderdak en eten. Je mag best een tijdje meehobbelen, als je maar niemand in de weg loopt. Je hebt karakter, misschien mag je ooit nog eens naar Dulvia om in lering te gaan." Dan kijkt hij Amy weer vragend aan, zijn hand weer uitgestoken. "Niet alleen de God vind je waardig, maar je hebt in korte tijd ook al wat stervelingen voor je gewonnen. De God heeft mij met je veiligheid belast. Ga mee en vertel je verhaal. Als je echt niet wilt, ga dan in elk geval naar Dulvia, en bezoek mijn Orde. Zeg dat Arsennon je stuurde."
Nynaeve voelt zich compleet gepasseerd. Iedereen loopt daar maar te overleggen, alsof zij er helemaal niet is. "Luister eens," begint ze als snauwend, "Ik heb die jongen gezegd dat ik met hem meegaa, dus waar hij gaat, ga ik ook. En niemand houd me daarbij tegen." Op het zelfde moment wenst ze dat ze haar temperament wat in de hand kon houden, en hoopt ze dat haar wangen niet al te rood worden. "Dus. Ik ga met hem mee, en dus met... Amy, was het?... mee, en dus met jullie ruiters. En daar mee basta." Stik! Mijn grote mond ook!
"We krijgen het nog druk," is Mordars droge reactie. Toch lijkt hij het niet heel storend te vinden.
''Inderdaad, je nodigt er een uit en krijgt er twee voor niks bij.'' Arsennon lacht. ''Maar zonder paarden zullen we wel een stuk trager zijn met jullie erbij. Eerst maar eens naar onze medetempeliers, misschien valt er wat te regelen...'' Arsennon kijkt Amy weer aan. Had ze al besloten?
"Goed," antwoordt Amy. "Maar ik vertel mijn verhaal niet" zegt ze er stilletjes achteraan. Ook vraagt ze of ze alle drie onder zijn bescherming vallen.
"Mooi! Dan wordt het nog een gezellige reis." Hij kijkt rond. Dit wordt nog een vreemdere reis dan ik al dacht. Als ik nou wist waar we naartoe gingen... Maar goed we hebben een iets of wat smeltende beroepschagerijn, een gesloten meisje op de vlucht voor iets vaags, een overijverig kereltje en een nieuwsgierig aagje. Als dat niet tot onverwachte gebeurtenissen leidt... Arsennon glimlacht. "Goed, als iedereen die mee wilt mij dan wil volgen, dan gaan we naar de wachtpost van mijn Orde. De God zij met ons..."
De wacht bij de poort van Nobles kijkt vreemd op als hij het gezelschap ziet, maar zegt geen woord en laat allen naar binnen gaan. «
--------------------------- (Nobles)
--------------------------- (Nobles)

--------------------------- (Nobles)

--------------------------- (Nobles)