AOLARPG: Dulvia

Dulvia is van oorsprong, evenals Nivelia, geen stad. Deze nederzetting komt echter voort uit een abdij ten westen van de rivier, in de bossen daar.
Na verloop van eeuwen hebben de monniken zich in de omliggende omgeving gevestigd en een kathedraal gebouwd bij een ondiep gedeelte van de Tor, alwaar zij een veerdienst verzorgen. Rondom deze kathedraal is langzaam de stad Dulvia gegroeid.
In de derde eeuw na de oprichting van de Orde van de Godin, brak er een grote ruzie uit tussen de toenmalige abdes en een jonge monnik. De jongeman beweerde bezocht te zijn door de enige en echte God en eiste daarom dat men alles wat herinnerde aan de Godin, in zijn ogen dus afgod, onmiddellijk verwijderd en verbrand zou worden. De abdes was het hier uiteraard niet mee eens en liet de jongeling uit de orde verwijderen. Gedreven door de enige echte God (althans, dat is wat híj zei) stichtte hij enkele mijlen verder een tweede klooster. Ondanks dat dit voor velen in het begin nogal onwennig was, kwamen er meer en meer novicen. Voornamelijk mannen voelden zich meer tot deze Godheid aangetrokken. Beide kloosterorden leven op voet van gespannen vrede met elkaar samen.

---------------------------(AOLARPG: De hoofdweg; Nivelia - Dulvia)
Na enkele uren reizen komt Floortje aan in Dulvia. Ze kijkt haar ogen uit in de nieuwe stad.

---------------------------
» Vanuit de schaduw van een gebouw bekijkt Twinblade de aangekomen reiziger.... hij ruikt dat ze brood bij zich heeft. Meer dan een zelfs! Dit kan toch nog een mooie dag worden!
Terwijl ze de stad staat te bewonderen besluit Twinblade haar te besluipen en stiekem te proberen zijn verschimmeld brood te verwisselen voor een van haar verse broden klaar om er als een haas vandoor te gaan als het mislukt of als hij opgemerkt wordt...
Floortje kijkt geschrokken om zich heen. Ze voelt dat ze bekeken wordt, dit gevoel heeft haar nog nooit in de steek gelaten. Ze stopt gaat zitten op een bankje, ze pakt haar spullen stevig vast. Scherp oplettend kijkt ze om zich heenen recht in het gezicht van Twinblade.
”Goedendag vreemdeling, ik wou u niet laten schrikken,” glimlacht Twinblade. ”Sta me toe om naast u plaats te nemen en net als u van het uitzicht te genieten.”
Floortje kijkt de man wantrouwend aan. "Natuurlijk, dit is niet mijn eigendom." Ze schuift een stukje op, de man nauwlettend in de gaten houdend. Haar spullen houdt ze nog steeds stevig vast. Ze probeert de man te doorgronden, kijken of hij iets kwaads in de zin heeft.
Floortje kijkt de man scherp aan. Daarna pakt ze expres de Niveliaanse broden uit haar tas en begint te eten.
’Ach, vrouwe,” zegt Twinblade likkebaardend. “Ik zal eerlijk zijn: ik ben gewoon een dief en ik wou een van uw broden stelen omdat ik zo een honger heb. Mag ik er misschien één van u kopen? Ik heb slechts vier koperstukken meer bezit ik niet helaas...”
"Dus je wilde me beroven en nu kom je bedelen? Het is goed dat ik het merkte!" Boos staat Floortje op en loopt ze weg.

Somber zit Twinblade op het bankje en denkt na over zijn volgende stap, als hij plots een groepje mensen druk ziet praten. Snel maakt hij zijn plan, hij zal hard langs het groepje rennen en als het lukt een of zelfs twee buidels proberen te pakken, om daarna door te blijven rennen tot hij veilig is.
Hij had het hier toch al wel gezien ...
Helaas voor Twinblade zit het geluk hem niet mee; zijn handen glijden langs de buidels, maar weten geen grip te krijgen.
De mensen kijken geïrriteerd op en onmiddellijk roept een van hen de stadswacht.
Twinblades enige kans is de stadspoort uit te rennen.
Floortje ondertussen wordt bijna omver gelopen door de twee stadswachten die op het geroep reageren.
Twinblade blijft stil staan. Hij is het zat om te blijven rennen voor iedereen.
Bijna onmiddellijk wordt hij door een van de stadswachten in de kraag gegrepen. Ook zijn 'slachtoffers' komen aangelopen.
”Wat is er aan de hand?” De stem van de wacht klinkt net zo bars als je zou verwachten.
”Hij wilde ons bestelen.” Een gezette man, waarschijnlijk een van de gegoede burgers van het stadje, voert het woord. ”Ik voelde hoe zijn handen langs mijn buidel gleden.”
De wacht kijkt Twinblade vorsend aan. ”Zo?”
Twinblade kijkt de man aan en zegt zo vriendelijk als hij kan: “Waarde heer als ik u had willen bestelen zou ik dan blijven staan om hier ondervraagd te worden door de stadswacht? En als u mij nou bekijkt,of beter nog, laat de wacht mijn spullen doorzoeken. Dan zult u zien dat er niks van u bijzit meneer.”

Floortje ziet dat de jongen in moeilijkheden is, dus rent ze op de stadspoort af. Ze voelt plotseling medelijden. "Broertje, wat heb je nou weer uitgevreten? Sorry, hoor meneer, maar het is mijn schuld. Ik ben hem uit het oog verloren." Ze knipoogt naar de jongen.
De wacht kijkt van Twinblade, naar Floortje, naar de koopman. Dan haalt hij zijn schouders op. ”Klaarblijkelijk heeft u zich vergist, mijnheer.”
De koopman begint tegen te sputteren, maar stopt als hij beseft dat door de inmenging van Floortje hij geen poot heeft om op te staan.
Hij werpt nog een woedende blik op Twinblade en loopt dan met grote passen weg.
De stadswacht draait zich naar de twee.
”Ik weet niet wat er precies aan de hand is; eerlijk gezegd kan het mij niet schelen. Zorg er alleen voor dat dit niet weer gebeurd, dan zal ik niet zo soepel zijn.”
Twinblade slaat zijn ogen naar de grond en fluistert zachtjes: “Het spijt me.”
Hij wacht tot iedereen wegloopt en kijkt de vrouw die hem gered heeft aan. “Dank u wel. Ik kan u nooit terug betalen hiervoor maar mag ik misschien met u mee als u op reis gaat? De wegen zijn niet altijd zonder gevaar en alleen durf ik de stad niet uit...”
Floortje denkt even na. De jongen is zo hulpeloos alleen, dat ze niet kan weigeren. “Natuurlijk. Morgen vertrekken we. Laten we voor vannacht een goede herberg zoeken.”
Twinblade begint te blozen en stamelt zacht: “Euhm...ik heb geen geld voor een herberg...Ik slaap wel buiten.”
”Ik heb veel meer dan genoeg voor ons beide. Ik help je, als je me beloofd dat je nooit meer zal stelen.”
”Ik beloof plechtig dat zolang ik aan uw zijde ben of onder uw hoede, ik niet zal stelen. Tenzij u het me vraagt, want soms is het noodzakelijk vrouwe. Maar mag ik u naar uw naam vragen?”
”Floortje,” zegt Floortje. Ze geeft hem een hand. “Aangenaam. Wat is jouw naam?”
“Ik noem mezelf Twinblade.”
Floortje glimlacht. “Twinblade. Ken jij de buurt hier een beetje?”
Twinblade krabt eens aan zijn hoofd. “Nee helaas niet ik ben hier wakker geworden en kan me verder niks herinneren...”
Twinblade zucht. “Dit is voor mij een vreemde plek en dat maakt me bang.”
”Niet nodig,” Floortje knipoogt naar Twinblade. “Laten we op zoek gaan naar een herberg.”
Herbergen zijn er niet in overvloed in Dulvia, maar toch vinden Floortje en Twinblade al snel een aardig onderkomen. Van buiten ziet het er netjes, maar niet te luxe uit. Het uithangbord is simpel, schoon en verouderd, waardoor de letters vaag zijn. Toch is de naam van de herberg "De zingende monnik" nog goed leesbaar.
Floortje grinnikt bij het zien van de naam. “Zullen we dan maar? In de naam van God.” Ze knipoogt naar Twinblade en loopt samen met hem naar binnen. Wat ze moet verwachten weet ze niet, misschien een omgebouwde kerk...
De herberg is simpel ingericht, niets verschillend van de meeste andere herbergen in Torsan. Het is rustig.
In een hoekje zit een groepje mannen te kaarten en een jong meisje bedient een klant bij het haardvuur.
Achter de bar staat een grote, dikke herbergier, gehuld in een monnikspij.
Floortje onderdrukt een spottende lach. Ze loopt naar de bar, niet lettend op Twinblade. Geduldig wacht ze af tot ze geholpen wordt.
”Zeg 'et 'es”
”Twee maaltijden, één kamer met twee bedden voor één nacht,” zegt Floortje vriendelijk.
”Da's dan tee gous,” verstaat ze vervolgens.
Verbaasd en vragend en met opent mond kikt ze met haar hoofd, een beetje op een sarcastische manier. “Sorry?”
”Huh?” De herbergier staart Floortje aan. “Twee goud.”
”Natuurlijk,” Floortje knikt en graait uit haar buidel twee goudstukken die ze vervolgens aan de herbergier geeft.
De herbergier pakt de goudstukken snel aan en duwt Floortje dat twee borden in handen.
”Daar,” wijst hij naar de ketel die boven het haardvuur hangt. Er zit een grote lepel in.
Dan geeft hij Floortje nog twee broden.
Floortje trekt een twijfelend gezicht. Daarna geeft ze een van de borden aan Twinblade en loopt ze naar de pan, nieuwsgierig naar wat er in zit.
Het blijkt een pruttelende stoofpot te zijn. Het ziet er niet uit als een hoogstaande maaltijd, maar ook zeker niet onsmakelijk.
Na wat opgeschept te hebben gaat ze zitten en wacht ze op Twinblade. “Eet smakelijk.”
”Smakelijk,” antwoordt Twinblade. Hij snapt het nog steeds niet echt maar is enorm blij dat er iemand voor hem zorgt
Tijdens het eten pakt Floortje de kaart van Torsan tevoorschijn. “We kunnen nu naar Nivelia of Nobles. Ik dacht meer aan Nobles, maar wat vind jij?”
"Hm, Nobles is goed hoor, ik ken het niet en ik wil graag weten waar ik ben. Mag ik uw kaart misschien bekijken,” vraagt Twinblade.
”Natuurlijk,” Floortje tilt de kaart op, maar als ze de achterkant zien, die bedrukt is met magische spreuken, drukt ze hem haastig weer tegen de tafel. Ze schuift hem naar Twinblade toe.
Twinblade kijkt naar de kaart van Torsan. “Ik heb dit nog nooit gezien,” zegt hij eerlijk.
”Torsan heet dit land?”
”Ja, dit is Torsan. Wij zijn nu hier.” Floortje legt haar vinger op Dulvia. “Hier woonde ik eerst.” Haar vinger glijdt naar De Zeven Wouden. “Dit is de hoofdstad.” Nu ligt haar vinger op Kyrdath. In een flits ziet ze Elanors gezicht. "Beloof dat je me nooit zal vergeten!" "Nooit." Ze mist haar plotseling enorm. “Dus,” zegt ze snel, “we kunnen naar Nivelia en Nobles gaan.” Ze denkt weer aan de aardige Feldegast. Ze glimlacht. Hij was buitengewoon aardig. Al die kinderen die blij naar hem toe liepen als hij buiten kwam en Feldegast! Feldegast! riepen. “Dus? Wat denk jij?”
”Nobles lijkt mij een grote stad,althans vanaf de kaart gezien. Laten we daar heen gaan,” zegt Twinblade terwijl hij onderzoekend naar de glimlach op het gezicht van zijn nieuwe reisgenote kijkt.
Floortje trekt haar lippen snel weer echt. “Dan wordt het Nobles, daarna zien we wel verder.” Ze eet haar bord leeg. “Nog iets? Of wil je direct naar bed?”
”Ja ik wil graag gaan slapen; ik heb vandaag al teveel meegemaakt. Als u wilt zal ik u er morgen wel over vertellen.” Twinblade gaapt een keer
Floortje knikt. “Morgen,” gaapt ook zij. “Ik kom ook zo.”
Na nog even te hebben gezeten, zoekt ook Floortje de aangewezen kamer op. Doodmoe valt ze op het bed in slaap.

De nacht verloopt rustig en als Floortje en Twinblade de volgende ochtend wakker worden, geurt het in de herberg naar pasgebakken brood.
Twinblade gaat rechtop zitten en kijkt om zich heen; hij moet even nadenken voor hij weet waar hij is. Al gauw begint hij te glimlachen als hij het brood ruikt: hij zal snel wat halen voor zijn lieve reisgenote.
Floortje slaapt heerlijk op het bed, maar wordt door een onbekende reden toch redelijk vroeg wakker. Ze moet even wennen aan de geur en het uiterlijk van de kamer, dat veel verschilt met haar kamer in het kasteel van de Zeven Wouden. Ze kijkt naar het bed van Twinblade, die net de kamer weer binnenkomt. Als ze opkijkt ziet zij dat hij brood mee heeft genomen. Ze glimlacht breed. “Jij bent vroeg uit de veren.”
”Altijd vrouwe,” glimlacht Twinblade. “Ik slaap maar weinig. Hoe was uw nachtrust?”
Floortje glimlacht ook. “Heerlijk! Beter dan zo'n oncomfortabele plek in het bos. Wat denk je, na het onbijt direct vertrekken? Misschien bereiken wel Nobles nog voor de avond.”
”Als u het niet erg vindt, wil ik eerst nog even mijn oefeningen doen voor we gaan. Het duurt ongeveer een half uurtje.”
”Is goed hoor,” Floortje pakt haar spullen om zich in de badkamer om te kleden. Ze neemt rustig de tijd, terwijl Twinblade in de kamer zijn ochtendgymnastiek doet. Niet veel later, als ook Twinblade zich heeft gewassen, gaan ze samen de herberg uit. Snel doorlopen ze de stad en de poorten uit. Verder op weg.«
---------------------------(AOLARPG:De hoofdweg; Dulvia - Nobles)
---------------------------(AOLARPG:De hoofdweg; Dulvia - Nobles)