AOLARPG: De hoofdweg; Nivelia - Dulvia
Na Nivelia is Dulvia de laatste stop voor Nobles, waar ook de veerpont over de rivier Tor is. Dit gedeelte van de weg verbindt Nivelia en Dulvia.
---------------------------(AOLARPG:
Nivelia)
Nadat Floortje afscheid heeft genomen van Feldegast loopt ze weer op de Hoofdweg,
op weg naar Dulvia. De ochtendzon schijnt nog bescheiden. Ze stapt flink door
om nog voor de avond de volgende stad te bereiken.
Tot haar spijt valt de avond voordat Floortje Dulvia bereikt. Tijdens de schemering
loopt ze nog door, maar als het echt donker wordt, blijft Floortje staan. Ze
beseft dat Dulvia nog een eind weg is, dus besluit ze langs de weg te overnachten.
Na een kampvuurtje te hebben gestookt en wat te hebben gegeten, gaat ze liggen
op een afgelegen plek. Ze voelt zich eenzaam en moe. Ze mist iedereen op het
kasteel, vooral Elanor. Waar ben ik aan begonnen? Ik kon beter in Nivelia blijven.
Ze piekert zich suf, tot ze uiteindelijk in een oncomfortabele slaap valt.
Een bleke ochtendzon
wekt Floortje. Het is nog mistig, zo vroeg in de ochtend, maar de belofte van
een warme dag hangt in de lucht.
Dulvia is nog enkele uren reizen verwijderd.
De nachtrust heeft haar goed gedaan. Vers, in de nieuwe ochtend. Vol goede moed
stapt ze flink door. Na een paar uur bereikt ze de volgende stad, Dulvia.
---------------------------(AOLARPG: Dulvia)
---------------------------
Beegol loopt richting Nivelia, hij verveelt zich. Hij pakt de luit van zijn
rug en speelt een riedeltje. Huppelend in zijn kleurige pak gaat hij vervolgens
door naar Nivelia om daar zijn kunsten te vertonen. Hopelijk is daar wat
te krijgen, denkt Beegol.
Op de weg lopen, ondanks het vroege uur, al een tiental reizigers. Niet samen
natuurlijk, maar om de zoveel meter komt Beegol er een of twee tegen. Ze werpen
hem een vriendelijke blik toe, groeten of lopen zonder iets te zeggen verder.
Beegol loopt weer door, de voorbijgangers zingend begroetend. Hopend opwat exra
geld begint hij bij voorbij komende mensen te jongleren.
De koopman stopt en blijft even geamuseerd kijken. Dan gooit hij een zilverstuk
naar Beegol en loopt weer verder.
---------------------------
Laruto loopt samen met broeder Don de hoofdweg op. Het is inderdaad rustig.
Hij ziet alleen maar een gedaante wat verderop verschijnen.
Broeder Don groet de koopman die hen tegemoet komt. Onder het lopen neuriert
hij een statige melodie. Op Laruto komt het over als een of andere kerkzang.
Even verderop zien de twee langs de weg een jongleur staan.
Beegol ziet een monnik en een jongen langskomen. "Aha, een monnik, die
hebben altijd wel wat geld." mompelt Beegol. Hij begint voor de monnik
te jongleren, de jongen negerend.
Broeder Don glimlacht. "Ah, een jongleur. Wat leuk om te zien." Hij
stopt even om te kijken.
Jonglerend loopt Beegol richting de monnik, zoekend naar diens beurs.
Als Don al een beurs heeft, dan is deze niets te zien. Hij klapt in zijn handen.
"Bravo jongen!"
Hè, denkt Beegol, weer zo'n arme monnik.
"Dank u waarde monnik." zegt Beegol beleefd, "maar ik moet
mijn weg weer vervolgen. Laat ons elkaar nog eens ontmoeten, gegroet!"
Broeder Don houdt Beegol echter nog even tegen. "Wat is je doel jongen?
Misschien kunnen we samenreizen."
"Nivelia heer monnik." antwoordt Beegol, die gezeldschap onder het
reizen altijd goed vond.
"Ah helaas, mijn jonge vriend hier komt daar net vandaan-," hij knikt
naar Laruto, "en ik vergezel hem nu richting Dulvia."
Laruto zwijgt, maar hoopte eigenlijk wel op wat meer gezelschap, hoewel er nog
geen een woord is uitgewisseld dat met geloof te maken heeft.
Don vervolgt: "Als je je reisbestemming wilt wijzigen, kun je wel met ons
meereizen..."
Laruto zwijgt echter nog steeds. Wachtend op het antwoord van de jongleur.
"Je vindt het toch niet erg, hè?" vraagt Don tussendoor aan
Laruto.
"Nee, geen probleem. Wat meer gezelschap kan geen kwaad," antwoordt
Laruto.
Als de jongen nog steeds niet reageert, wordt broeder Don ongeduldig. "Graag
of niet hoor. Kom Laruto, als hij met ons mee wil reizen, haalt hij ons maar
in!"
En met grote passen beent hij weg.
---------------------------
---------------------------
Een koets rijdt juist Dulvia binnen als Merr'ran de stadspoorten verlaat. Het
is zonnig, niet al te koud en droog. Goed weer om te reizen dus.
"Hey koetsier! Rij jij terug naar Nivelia? Dan zou ik graag een ritje met
u willen maken."
Zonder enige reactie rijdt de koets door.
"Van beleefdheid gesproken. Het zal zeker gereserveerd zijn voor een omhoog
gevalle rijke oude man."
Mistroostig wandelt hij verder de hoofdweg op.
De eerste mijlen is het rustig op de weg. Er tsjilpen wat vogels, soms schiet
er een haas voorbij, maar dat is alles wel.
Het zweet begon al langs zijn wangen te lopen, zijn voeten begonnen pijn te
doen en hij begon te vloeken op die koetsier.
"Een geluk dat het landschap mij kan bekoren, anders was ik nu al terug
gekeerd."
Na een mijl of wat ziet Merr'ran in de verte een monnik staan praten met twee
jongelieden. Een van hen lijkt een jongleur of iets dergelijks te zijn.
Hevig puffend kwam hij bij het tweetal toe. "Een goede middag. Ik hoop
dat ik jullie niet stoor, maar ben jij geen jongleur?" Ondertussen maakt
hij een kleine buiging voor de monnik.
Broeder Don wil zijn hand uitsteken, maar bedenkt zich als hij Merr'ran ruikt.
Vis! Met een knikje begroet hij hem dan.
"Sorry voor de geur," zegt hij half blozend. "Waar zijn jullie
eigenlijk naartoe? Ik ben op weg naar Nivelia. Misschien kunnen we samen reizen
als jullie dezelfde kant uitmoeten?"
"Wij komen daar net vandaan," glimlacht Don nu. "Deze knul en
ik zijn op weg naar Dulvia."
"Ow, naar die stad! Ik zou er wegblijven!"
"Ah, hoezo dat?" vraagt Don op neutrale toon.
"Ze liegen en bedriegen waar je bijstaat. Ik had eerst gehoopt er geld
te verdienen, maar ik heb er meer verloren."
"Dan hebt u vast net de verkeerde mensen getroffen. Dulvianen zijn normaal
juist erg vriendelijke mensen!" glimlacht Don.
"Dan hebben ze pech, want ik ga nooit meer naar Dulvia. Ik ben nu op weg
naar Nivelia. Hoe zijn de mensen daar? Toch beter dan in Dulvia hoop ik?"
Broeder Don trekt zijn wenkbrauwen op. Een kort moment lijkt hij geïrriteerd,
dan vermant hij zich weer. "Misschien vind u daar wel de mensen die u zoekt."
"Dan is het goed. Dan zal ik maar verder wandelen en u laten. Maar ik heb
nog één vraagje. Hoe ver is het nog?"
"Als u flink doorloopt kunt u de stad wel voor nachtval bereiken."
"Oké, dank u. Nog een fijne reis verder." Merr'ran draait zich
om en begint in een versneld tempo verder te lopen. Hij bereikt de stad tegen
de avond.
--------------------------- (Nivelia)
Broeder Don wendt
zich tot Laruto. "Zullen wij ook maar verder gaan?"
"Ja, we gaan verder," zegt Laruto. En samen lopen ze weer richting
Dulvia.
Na een tijdje in stilte te hebben gewandeld, vraagt broeder Don aan Laruto:
"Wat ben je van plan te gaan doen als we in Dulvia aankomen?"
Laruto haalt zijn schouders op. "Ik weet het nog niet."
Ondertussen bestudeert hij de kaart die hij van Enke heeft gekregen, maar hij
kan er niet uit wijs worden.
Broeder Don ziet Laruto's moeilijke gezicht en vraagt: "Kun je niet lezen?"
"Nooit geleerd," reageert Laruto.
Broeder Don wijst een plaats op de kaart aan. "Dit is Dulvia."
Vervolgens wijst hij Nivelia aan en spelt de letters voor Laruto.
"Als je meegaat naar het klooster, kun je leren lezen," stelt hij
dan voor. Op Laruto's verschrikte gezicht reageert hij: "Rustig maar, je
hoeft niet meteen in te treden hoor."
Laruto overweegt het even en knikt dan. "Goed, ik wil wel graag leren lezen.
Kan ik dan ook leren schrijven?"
Broder Don lacht. "Ja, dan kun je ook leren schrijven."
--------------------------- (Dulvia's klooster)