AOLARPG: Het verlaten eiland

De naam zegt het eigenlijk al. Men gaat er vanuit dat dit eiland verlaten is, maar niemand onderzoekt het, omdat de legende spreekt van een monster in de San-Inham.

---------------------------
---------------------------
» De zon straalt in zijn gezicht.
Fimbrethil draait zich nog eens om. Zijn bed is lekker warm, hij zou er wel de hele dag in kunnen liggen. Maar dat mag niet, want hij is magiërsleerling, en moet magie leren. En als hij niet voor zonsopgang bij zijn lerares Guíne is, zal er wat voor hem zwaaien.
Wacht eens even, een zonnestraal in zijn gezicht? Zon?
O nee, hij heeft zich verslapen!

Snel springt hij uit bed, en schiet in zijn tuniek en schoenen. Aan zijn riem gespt hij twee gebogen messen. Daarover gooit hij een lange, donkergroene mantel. Hij slaat de kap achterover, en loopt naar de deur.
Ze zal zo kwaad zijn...
Guìne ijsbeert heen en weer. Waar blijft die vervloekte Fimbrethil nou? Dit is al de derde keer deze week dat hij te laat is! Ze besluit hem een flinke uitbrander te geven als hij komt. Dan gaat de deur langzaam open en Fim steekt schuchter zijn hoofd om de hoek van de deur. Hij komt binnen, doet de deur dicht en staart naar de grond.
"Waar heb jij gezeten?! De zon is verdorie al lang op!" roept Guìne kwaad. "Je weet dat Nerin, een goede vriend van mij, vandaag langskomt en dat we nog een hoop voorbereidingen te treffen hebben voor hij arriveert!" Fim laat het standje gelaten over zich heen gaan, hij weet dat hij het verdient heeft. "Oh ja, en hij neemt ook een protégé mee." voegt Guìne er dan aan toe.
Fim doet tijdens de uitbrander van Guíne of zijn schoenen ontzettend interessant zijn, maar bij het horen van de woorden protégé veert hij op. Iemand van zijn leeftijd tussen die oude mensen zou een verademing zijn.
Tussen neus en lippen door vraagt hij:
"Een protégé hé? Dat wist ik niet. Wat is dat voor iemand? "
"Dat kan ik je niet vertellen. Ik weet helaas niet meer dan jij. Maar ik ken Nerin, en dat is voor mij voldoende." Guìne haalt haar schouders op. Ze heeft geen zin nog meer woorden te verspillen aan Nerin en zijn protégé. "Je kunt wel gaan vegen, dan doe je tenminste wat nuttigs." Fim wil een handbeweging maken, maar dan valt zijn arm terug naar beneden. Guìne kijkt hem streng aan. "Die vloer wordt niet met magie geveegd Fim." "Maar...." sputtert Fim tegen. "Niks maar. Als je bij mij in de leer wilt, zul je luisteren! En als ik zeg dat je geen magie gebruikt, gebruik je het ook niet!" bijt ze haar leerling toe als Fim achter haar rug om toch weer een handbeweging wil maken. Fim loopt beledigd naar buiten, naar het bezemhok. Guìne heft haar handen ten hemel. Wat moet ik in hemelsnaam met die jongen beginnen? vraagt ze zich wanhopig af.
Wat is het leven toch oneerlijk, denkt Fim bij zichzelf als hij in het bezemhok kwaad een bezem van de muur rukt. Hij vraagt zich af waar Nerin en Guíne het over zullen hebben. De walgelijkheid van het geen magie gebruiken vast niet. Hij grinnikt. Een protégé, dat kan nog leuk worden. Fim neemt zich voor om extra chagrijnig te kijken terwijl hij gaat vegen. Langzaam doet hij de deur weer open.
Daar komt Fim al weer binnen. Zijn gezicht staat op onweer en hij haalt de bezem woest over de vloer. Hij is nog jong, hij zal later wel leren dat het gebruiken van magie voor kleine huishoudelijke klusjes pure verspilling is, denkt Guìne. Ze gaat in gedachten terug naar haar eigen leerling-tijd. Ze was net zo ongeduldig geweest als Fim, en net zo beledigd als ze van haar leermeester geen magie mocht gebruiken. Dan begint ze te lachen. Ze is haar boze bui van net al weer bijna vergeten. "Als je nou een beetje opschiet met vegen, hebben we straks waarschijnlijk nog wel even tijd om wat aan je studie te doen. Als je dat wilt tenminste." Het antwoord weet ze al voor ze de vraag gesteld heeft.
Fim's gezicht klaart op. Studie? Maar al te graag! Hij besluit in zijn rol te blijven:
"Vooruit dan maar." En hij gaat druk bezig de vloer te vegen, maar op een manier dat het nog steeds lijkt alsof hij ongeïnteresseerd is. Als hij klaar is, ruimt hij de bezem op in het hok. Hij loopt snel, maar als hij terugkomt, hoort hij al gepraat door de deur heen.
"Je leerling staat voor de deur te wachten, Guíne."
Een man opent de deur en Fim tuimelt naar binnen. Niet in staat zijn evenwicht te bewaren, valt hij op de grond.
Guíne trekt haar wenkbrauwen op, maar de man lacht.
"Wat een bekend tafereel."
Hij grijnst naar Guíne, die warempel bloost.
"Het geeft niet, de jongen mag gerust horen wat mijn boodschap is."
Hoewel hij vriendschappelijk met Guíne om gaat, houdt de man een donkere mantel aan, waardoor zijn gezicht verborgen gaat.
"Nerin komt pas ná de bruiloft van de kroonprins, zo is besloten. De droomwever schijnt een band met de jonkvrouwe te hebben en wilde persé bij de plechtigheid zijn."
Als Guíne knikt, ten teken dat ze het begrepen heeft, keert de man zich naar de deur.
"Ik zal onze andere broeders en zusters van de ontwikkelingen op de hoogte stellen, tot spoedig Guíne."
Hij neigt even naar Fim en verdwijnt dan naar buiten.
Even later stijgt een havik op van het eiland en verdwijnt met de noordenwind.
"Wie was dat?" vraagt Fim nieuwsgierig.
"Mijn oude leermeester. Hij heeft mij zijn kennis van de magie bijgebracht. De broeders en zusters waar hij over sprak zijn mijn medeleerlingen van vroeger en mijn leermeesters." antwoordt Guíne. "Samen met Nerin en zijn protégé zullen zij ook komen. Maar ik heb dus net begrepen dat hun komst is uitgesteld tot na het huwelijk van de kroonprins en Céline." Als Fim vraagt waarom ze komen, krijgt hij van Guíne te horen dat hij dat vanzelf wel zal zien.
"Wat bedoelde hij met bekend tafereel?" vraagt Fim dan langs zijn neus weg. Hij kijkt steels opzij, hij is bang dat hij te ver gaat, dat Guíne hem zal zeggen dat het zijn zaken niet zijn.
Maar tot zijn verbazing begint Guíne te lachen. "Ik was als leerling net zo als jij Fim. Net zo nieuwsgierig, net zo ongeduldig om mijn magie te gebruiken." Misschien was ik zelfs nog wel erger, voegt ze er in gedachten glimlachend aan toe.
"Wat hij bedoelt met een bekend tafereel, tsja, dat is een voorval uit de tijd dat ik zelf nog leerling was. Pak de spullen die je nodig hebt, dan vertel ik je het verhaal op weg naar de open plek."
Zo vlug hij kan rent Fim weg, graait de meest belangrijke dingen bij elkaar, en haast zich terug, klaar om te gaan.
"Zo, heb je alles Fim?" Zelf heeft Guíne ook snel even wat spullen gepakt. Ze is van plan hem een kleine test te geven, maar dat vertelt ze hem niet. Ze lopen het bos in, richting de open plek, en Guíne begint te vertellen.

Ik was ongeveer net zo oud als jij nu bent. Magie was het belangrijkste in mijn leven. Wat was ik blij toen ik in de leer mocht bij een van de beste magiërs die er bestonden! Ik zou nu veel makkelijker mijn magie kunnen gebruiken! Ik merkte echter al snel dat mijn leermeester niet van plan was mij magie te laten gebruiken buiten de lessen en mijn huiswerk om.
Natuurlijk deed ik dat toch in het begin, maar hij kwam er elke keer achter, wat me op een aantal straffen kwam te staan. Een keer had hij me zelfs voor een week verboden mijn magie te gebruiken! Kun je je voorstellen hoe boos ik was? Toen hij dan ook zei dat ik die middag niet in het huis mocht komen, omdat hij belangrijke zaken te bespreken had met een collega, besloot ik aan de deur te gaan luisteren. Wat kon er nou zo belangrijk zijn dat ik het niet mocht weten?
En dus stond ik die middag achter de deur en hoorde heel wat interessants. Ingespannen luisterde ik. Een opvliegende vogel deed me opschrikken en verraadde me. Hij rukte de deur open en ik tuimelde naar binnen. Ik had hem nog nooit zo woest gezien. Vervolgens heeft hij me twee weken genegeerd en af en toe bestookt met zijn magie. Ik kon niets terug doen, zijn magie was natuurlijk veel sterker dan de mijne. Ik verlangde terug naar de tijd voor het voorval, toen had ik tenminste mijn magielessen nog.
Na die twee weken deed hij ineens alsof er niets gebeurd was en ging hij weer verder met de lessen, hoewel hij me wel extra zwaar huiswerk opgaf. Ik heb sindsdien als leerling nooit meer gedurfd iets uit te halen of hem tegen te spreken.

"Maar nu is dat allemaal lang verleden tijd en kunnen we goed met elkaar overweg. Ook is hij nog steeds mijn raadgever." besluit Guíne haar verhaal. Ze zijn inmiddels bij de open plek aangekomen.
"Maar, wat heb je gehoord dan? Wat zei hij? Waar had hij het over?" vraagt Fim. De rest was niet zo interessant. Een verhaal dat er duidelijk op doelde dat hij zich moest gedragen. Wat hem echt interesseerde was of het luisteren en het straf krijgen het waard was geweest. Wat had zijn meesteres gehoord?
Misschien kon ze nog snel iets zeggen.
"Dat is nu al ruim 250 jaar geleden, dus vind je het heel erg als ik dat niet meer precies weet? Maar ik weet nog wel dat het ging over het probleem van de troonopvolging. Het was interessante informatie die ik dus eigenlijk niet mocht weten, maar die de straf zeker waard was." zei Guíne.
"Misschien als ik het me op een later tijdstip weer goed herinner vertel ik het je nog wel." Dus niet, denkt ze erachteraan. Hij hoeft ook weer niet alles te weten.
Ze koos een mooi plekje uit op de open plek en ging op een omgevallen boomstam zitten.
Fim kijkt eens rond op de open plek. Veel valt er niet over te zeggen, het is een plek, en hij is open. Fim zoekt een mooi zacht stukje mos op, gaat zitten, en leunt tegen een boom aan. Het zal hem benieuwen wat hier gaat gebeuren.
Guíne haalt haar spullen tevoorschijn, een klein kleedje van doorzichtig rode stof, wat kruiden en een zandkleurige steen. Ze spreidt het kleedje uit op de grond en legt er de kruiden en en de steen op. Dan stopt ze een ogenblik, kijkt een keer nadenkend naar het kleedje, kijkt kritisch naar de boomstam waarop ze zit, en kijkt nog een keer naar het kleedje. Dan staat ze op van de boomstam en gaat in kleermakerszit op het mos zitten, vlak naast het kleedje. "Wel Fim, laat me nou maar eens zien wat jij meegenomen hebt. Je kunt het naast mijn spullen neerleggen." Het soort test dat Fim af zal gaan leggen, is afhankelijk van wat hij bij zich heeft. Guíne hoopt dan ook dat de test die ze in gedachten heeft door kan gaan. Nog steeds heeft ze Fim niet verteld dat hij een test zal krijgen, want als hij dat weet, zal hij anders reageren en heeft de test geen betrouwbaar resultaat.
Hoewel Fim het een vreemd verzoek vind, doet hij toch wat Guíne hem opdraagt. Uit zijn zakken haalt hij wat goudstukken, een paar kruiden, in alle haast mee gegrist, en de twee gebogen messen van zijn riem legt hij er ook bij. Dan twijfelt hij even, maar legt dan toch een groezelig rechthoekig pakketje op het kleed.
Verwachtingsvol kijkt hij Guíne aan.
"Fim, zou je dat rechthoekige pakje uit willen pakken alsjeblieft?" Guíne kijkt hem vriendelijk, maar dringend aan. "Er zal niets mee gebeuren."
Fim schud vastberaden zijn hoofd.
"Dat kan niet." antwoordt hij. "Kijk maar wat er op staat."
Guíne bekijkt het pakketje en leest:
Fimbrethil,
Pas als je zeker weet wat er in dit pakketje zit, mag je het open maken
Je liefhebbende ouders

"Zie je? En ik weet het niet zeker. Ik heb vermoedens, maar ik weet het niet. En ik moet het zeker weten. Dit is het enige dat als baby bij me gevonden is."
"Nou ja, okee dan maar." Guíne zucht. "Berg het maar weer op dan, het kan alleen maar afleiden." Ze kijkt hoe Fim het pakketje opbergt en haar vervolgens verwachtingsvol aankijkt. Ze glimlacht. "Fim, ik wil dat je geest helemaal leeg maakt. Geen vragen stellen, gewoon doen. Je mag zelf weten hoe je dat doet, als je maar wel een beetje op wil schieten alsjeblieft. Geef me maar een teken als je er klaar voor bent." Guíne neemt een gemakkelijkere houding aan en wacht af tot Fim zover is dat hij nergens meer aan denkt.
Fim kijkt nu nergens meer van op. Hij gaat rustig zitten en probeert nergens aan te denken.
Wat gaat er nu gebeuren? vraagt hij bij zichzelf.
Nergens aan denken! bestraft Fim.
Een teken geven als...
Nergens aan denken!
Juist.
...


Fim wordt door totale stilte omringd, zijn geest is leeg.
Hij knikt.
Guíne ziet hoe Fim zijn geest leeg maakt. Dan knikt hij. Guíne weet dat ze kan beginnen. "Fim, doe rustig je ogen dicht. Nog steeds nergens aan denken." Als Fim zijn ogen dicht heeft, zegt ze:
"Ik ga nu aan van de voorwerpen denken die hier voor me ligt. Jij blijft je ogen dicht houden. Als je ziet waar ik aan denk, wil ik dat je het zo uitvoerig mogelijk beschrijft. Het kan even duren, maak je dan niet ongerust, maar blijf rustig, let op je ademhaling en dan komt het vanzelf wel. Alle kleine details die je ziet: kleur, grootte,... ik wil alles weten."
Fim fronst even een wenkbrauw, dan is zijn gezicht weer effen. Hij weet dat hij niets meer mag zeggen tot hij het beeld ziet wat Guíne vertelt. Hij snapt het nog niet helemaal.
Guíne concentreert zich op een van de voorwerpen en bouwt in gedachten langzaam een beeld op van hetgeen ze ziet. Als het beeld in haar gedachten er hetzelfde uitziet als het voorwerp voor haar, richt ze haar aandacht op Fim. Ze concentreert zich om het beeld bij hem over te brengen. Ze herhaalt dit een aantal keer, totdat Fim begint te praten.
Fim wil eigenlijk nadenken over de opdracht, maar zijn geest is leeg. Hij concentreert zich op Guínes gedachten.
"Ik zie... een ronding...iets glimmends..." prevelt hij.
"Een...lichtbruin...nee, geel, of nee... het buigt zich...staal...iets glimmends, nu iets zandkleurigs...het is...een lemmet! Staal, ongetwijfeld één van mijn messen."
Verwachtingsvol beweegt hij zijn gezicht in Guínes richting.
"Ik wil details Fim." hoort hij Guíne zeggen.
Details...
Fim fronst zijn voorhoofd, maar op dat moment stroomt een vreemd gevoel door zijn lichaam. Een geweldige controle, nauwkeurigheid, eigenlijk onbeschrijfbaar. Fim bekijkt zijn mes op een nieuwe manier. Niet oppervlakkig meer, maar elk krasje, elke buiging, elk stukje wordt zichtbaar. En meer... Het lijkt alsof hij in het object kijkt.
Guíne bemerkt het.
'Heel goed, Fim, dat is de bedoeling.'
In opperste concentratie doorlicht hij het hele mes, door Guíne opgevangen.
Dan vervalt hij in hijgend uitrusten.
Guíne knikt tevreden als ze Fim hoort beschrijven wat hij in gedachten ziet. Hij leert het al aardig. Stap voor stap breekt ze het beeld weer af, tot ze zeker weet dat Fim niets meer ziet. Dan haalt ze keer diep adem.
"Fim, ik wil dat je nu een aantal keer diep adem haalt en dat je langzaam de gewone wereld weer tot je door laat dringen. Pas daarna mag je je ogen weer open doen."
Ze weet namelijk dat het schadelijk kan zijn een magische handeling niet naar behoren af te sluiten. Fim doet wat Guíne zegt en een minuut later opent hij zijn ogen. Hij knippert tegen het zonlicht.
"Ik ben trots op je Fim. Je hebt zonet je eerste test volbracht. Ik vind dat je het helemaal niet slecht hebt gedaan."
Bemoedigend knikt ze hem toe. Fim kijkt haar overdonderd aan.
"Dit was een test? En ik heb het goed gedaan?"
"Ja, dat heb je goed begrepen Fim."
Guíne glimlacht en begint haar spullen bij elkaar te pakken.
"Pak je spullen maar Fim. We hebben nog een hoop te doen voor mijn collega komt."
Als Fim ook zijn spullen gepakt heeft, loopt Guíne het pad op, terug naar de hut. Aan de stand van de zon ziet ze dat de dag al weer een stuk gevorderd is. Ze maant Fim tot opschieten.
"Zie aan, ik vermocht al bijna te denken dat het eiland verlaten was."
Een kleine, gedrongen figuur duikt voor Guíne en Fim op. Hij maakt glimlachend een buiging voor de grootmeester en knikt dan naar Fim.
"Een goede dag gewenst, dame en jonge heer."
Hij steekt een eeltige hand uit en geeft de magiërleerling een stevige handdruk.
"Mijn naam is Feldegast, met wie heb ik het genoegen kennis te maken?"
Guíne kijkt de man die uit het niets voor haar neus opduikt, en zich voorgesteld heeft als zijnde Feldegast, bevreemd aan. Hij is vroeg.
Ze geeft hem een vriendelijke blik van verstandhouding. "Dat is een tijd geleden. Wil je wellicht iets drinken, een kop kruidenthee ofzo? Ik vrees dat dat helaas het enige is wat ik in huis heb, ik had nog geen gasten verwacht."
ze wijst met haar hand in de richting van de net zichtbare hut. Als Feldegast knikt op haar uitnodiging, zegt ze:
"Fim, kun jij vast vooruitlopen? Je kunt wel vast thee zetten. Jouw benen zijn nog jonger dan de mijne, wij volgen je wel."
Fim kijkt haar nieuwsgierig aan. Hij voelt dat er iets voor hem geheim wordt gehouden. Maar hij besluit voor het ogenblik te doen wat Guíne van hem vraagt. Met Guínes verhaal in zijn achterhoofd weet hij dat hij er nog wel achter zal komen. Op een drafje gaat hij naar de hut.
Als Fim uit het zicht is, draait ze zich om naar Feldegast.
"Je bent vroeg." zegt ze nieuwsgierig.
"Mijn beste, tijd is zulk een relatief begrip. Weet ge niet zeker dat ik láát ben?"
Feldegast grijnst en geeft Guíne een handkus.
"In zo'n stralende aanwezigheid kan men enkel laat komen."
Guíne bloost licht bij de woorden van Feldegast.
"Nog altijd een charmeur." lacht ze.
"Maar vertel eens wat over je belevenissen sinds de laatste keer dat we elkaar zagen. Is er nog wat opmerkelijks gebeurd in Torsan de laatste tijd?"
"Och," schokschoudert Feldegast.
"Een zwarte magiër verslagen, een koninklijke bruiloft...
Nee, niet echt."
"Jaja, niks bijzonders dus." lacht Guíne. "Die koninklijke bruiloft, daar heb ik van gehoord. Nerin kan pas na die bruiloft komen. Waarom weet ik ook niet precies." ze haalt haar schouders op. "Het had iets te maken met het meisje dat hij meeneemt geloof ik."
Feldegast beaamt dat.
"Nerin zal er zeker een goede reden voor hebben. De tijd zal het leren."
Samen met Guíne loopt hij naar haar huisje.
"En nu smacht ik naar een kopje thee."
Guíne knikt instemmend. "Ja, dat lust ik ook wel. Maar als het goed is, heeft Fim de thee al klaar staan." Ze zwaait de deur open. De geur van kruidenthee komt hen al tegemoet. Fim ziet ze echter nergens.
Verbaasd doet Fim zijn ogen open. Met de theepot nog in zijn hand kijkt hij eens om zich heen. Een vreemd tafereel komt hem tegemoet, maar niet zoals hij gewend is dingen te zien. In een vaag grijze waas bewegen wezens, vechten. Alles tolt voor zijn ogen, Fim voelt zich misselijk worden. Zijn maag draait zich om, hij moet kokhalzen.

Net op dat moment voelt hij een ruk, en met een schok komt hij terecht op een stoel. Verbaasd kijken Guíne en Feldegast hem aan.
"Fim?" Guínes stem klinkt aarzelend. De gestalte op de stoel ziet eruit als Fim, maar lijkt uit de lucht gevallen te zijn. Ze weet zeker dat de gestalte er een seconde geleden niet zat. Voor haar eigen ogen doemde hij ineens op, de theepot in zijn hand en een verdwaasde blik in zijn ogen.
"Fim?" probeert ze nog eens. "Ben jij dat?"
Ze kijkt opzij naar Feldegast en ziet dat hij net zo verbaasd is als zij. Ze is dus in ieder geval niet gek.
"Fim, als jij het bent, zeg dan wat." Ze voelt aan zijn voorhoofd, maar trekt geschrokken haar hand terug en kijkt ongelovig naar de kleine brandblaartjes die langzaam op de toppen van haar vingers verschijnen.
Een vage gestalte loopt op Fim af. De schim lijkt hem te willen aanvallen. Vanuit zijn binnenste probeert Fim zichzelf te beschermen. Een ijzige pijn boort zich in zijn voorhoofd. Zo te zien is de schim er ook niet zonder pijn vanaf gekomen. Hij beseft dat de stoel, de tafel, en zelfs een of ander vaag ding in zijn hand, allemaal grijs zijn. Een soort mist hangt voor zijn ogen. Een tweede schim lijkt ook naar hem te kijken.
Dan wordt het hem te veel. Vermoeid zakt hij ineen.
Guíne ziet Fim wegglijden en met een luide klap valt de theepot stuk op de grond. Guíne en Feldegast springen net op tijd weg om niet geraakt te worden door opspringende scherven. Ze kijken elkaar geschrokken aan.
Hoe kan dit in hemelsnaam? vraagt Guíne zich af.
"Misschien moeten we hem maar even neerleggen." oppert ze dan voorzichtig. Ze voelt er niets voor nog een keer haar vingers te branden.
Feldegast raakt Fim's arm aan, maar er komt geen reactie van de jongen. Ook brandt hij zijn vingers niet.
Wat het ook was, het lijkt weg te zijn. Maar zeker weten doet ze het niet.
Feldegast kijkt Fim diep in zijn ogen en mompelt het een en ander. De jongen heeft het gevoel dat een aanraking, zacht als dons, zijn geest beroerd.
"Het is weg."
Feldegast kijkt Guíne bezorgd aan.
"Een rimpeling in de tijd veroorzaakte deze perikelen. Sta mij toe dit kopje thee over te slaan, ik moet dit onderzoeken."
Dan glimlacht hij naar Fim.
"Maak je geen zorgen, je bent niet in gevaar jongen. Maar je zult moeten leren je geest beter af te sluiten."
Hij knikt nog een maal naar de magiër en haar leerling en verdwijnt dan, van het ene op het andere moment.
Guíne kijkt van Fim naar de plek waar zo-even Feldegast nog stond. Dan kijkt ze weer terug naar Fim.
"Fim, kun je me vertellen hoe dit, wat het dan ook is, gebeurd is?" in haar stem klinkt bezorgdheid door.
"Hoe wat is gebeurd?" vraagt Fim. "Wat is er eigenlijk gebeurd?"
Verbaasd staart Guíne hem aan.
"Maar weet je dat dan niet meer?" vraagt ze, "Je deed heel vreemd en ik brandde mijn vingers aan je."
"Het enige dat ik mij herinner," antwoordt Fim, "zijn twee gele ogen, die me aanstaarden en een stem in mijn binnenste die zei: Jij zal overwinnen."
Een angstig voorgevoel klemt zich om Guínes hart. Het zal toch niet waar zijn... Fim lijkt zich echt niets te herinneren van wat er is gebeurd. Ze legt haar handen dwingend op Fims schouders en vraagt hem zijn ogen te sluiten en terug te denken aan de gele ogen en de stem. Ze wil proberen of ze sporen van een andere magiër kan ontdekken.
De sporen zijn vaag, maar aanwezig. Het vreemde is echter dat ze, zo snel Guíne ze wil traceren, lijken op te lossen. Het is niet zo dat er een beschermingsmechanisme is; de draden verdwíjnen gewoon, alsof ze van het een op het andere moment niet meer bestaan.
Dan herinnert Guíne zich de woorden van Feldegast.
Een rimpeling in de tijd veroorzaakte deze perikelen.
Guíne fronst. Het blijft merkwaardig. Maar voor het moment besluit ze het te laten rusten. Feldegast had gezegd dat hij het ging onderzoeken, daar zou ze dan maar op wachten. Ondertussen zou ze Fim goed in de gaten houden. Het mag vooral niet nog een keer gebeuren. "Fim, je kunt je ogen wel weer open doen. Ik denk niet dat er vandaag nog iets bijzonders zal gebeuren. Maar misschien moeten we voorlopig maar geen gedachtespraak oefenen, totdat we weten wat deze situatie veroorzaakt heeft."
Vaag hoort Fim een stem die hem zegt dat hij zijn ogen open mag doen. Maar hoe gaat dat ook al weer? Hij probeert met zijn gedachten het goede bevel naar zijn spieren te geven, maar ze lijken niet te reageren.
Fim concentreert zich, richt al zijn kracht op het bewegen van een paar spiertjes. En langzaam, heel langzaam, weet hij dat het gaat lukken. Nog heel even, bijna...
Zijn hand schiet omhoog en raakt Guíne vol op haar kin. Ze vliegt door de kamer, om in de lucht tot stilstand te komen. Hangend in de lucht kijkt ze op Fim neer.
"Dat is een merkwaardige ontwikkeling..." mompelt ze.
Verbaasd kijkt Fim naar zijn vuist, alles wazig.
Guíne hangt verbaasd in de lucht. Dit is totaal nieuw voor haar. Ze heeft dit nog nooit meegemaakt, niet in haar eigen leerlingentijd, niet bij haar leerlingen, en Fim had haar altijd stabiel overgekomen. Misschien had ik beter op moeten letten tijdens het beoefenen van de gedachtespraak, volgens mij is er toen iets niet goed gegaan, overdenkt Guíne. Wat hang ik hier nou nog? Een beetje boos op zichzelf zet Guíne zich met een harde bons op de grond. "Zo en nou voorlopig even geen geintjes meer." zegt ze koel tegen het iets dat in Fim zit. Met een handgebaar ruimt ze de scherven van de theepot op. Dan hoort ze Fim, met zijn normale stem, zwakjes mompelen:
"Magie gebruiken voor huishoudelijke klusjes is verspilling. Pak liever een bezem."
Even staat Guíne verstijfd, dan begint ze te grinniken. Het lijkt erop dat Fim weer in zijn normale doen is.
Fim schudt wild met zijn hoofd. Alsof hij alle vreemde gedachtes en stemmen er uit wil gooien. Zijn herinneringen blijven echter.
Dan vraagt hij aan Guíne:
"Bestaat er een wereld naast de onze?"
Verbaasd kijkt Guíne hem aan.
"Hoe bedoel je Fim?"
"Ik denk dat ik daar geweest ben."
Geschokt deinst Guíne achteruit.
"Een wereld achter de onze..." herhaalt Guíne bedachtzaam. "Ik zou het eerlijk gezegd niet weten Fim." Haar gezicht betrekt als ze terugdenkt aan de woorden van Feldegast: Een rimpeling in de tijd heeft dit veroorzaakt. Zou dat het zijn wat Fim bedoelt? Niet een andere wereld, maar dezelfde wereld in een andere tijd?
"Fim, kun je me misschien vertellen hoe die wereld er uitzag?" vraagt ze dan voorzichtig aan haar leerling.
Even denkt Fim na, dan begint hij te vertellen, zijn gedachten stromen uit zijn mond zoals bier erin stroomt na een dag hard werken:
"Eerst was er deze kist, waar ik in lag. Toen werd deze geopend en ik zag de ogen, die me vertelden dat ik onoverwinnelijk was. Het volgende moment liep ik rond in een wereld, vlak was. Niet afbuigend, zoals de onze, maar alsmaar doorgaand. Toch kwam ik na een tijdje weer op mijn beginpunt uit. Voor mijn gevoel duurde dat maanden."
Even pauzeert Fim. Met grote ogen staart Guíne hem aan. Hij haalt diep adem en gaat verder:
"In het begin liep ik over een vlakte. Hij was helemaal donker, hoewel ik niet het gevoel had dat het nacht was. Verspreid over de, zo leek het, oneindige vlakte waren bomen. Maar niet bomen zoals wij ze kennen. Het meest leken ze nog op volledig verkoolde treurwilgen. Inclusief treurig gevoel. Eigenlijk had alles aan die wereld een treurige nasmaak. Een smaak ja. Overal waar ik kwam proefde ik verdriet, pijn, wanhoop, angst.
Het volgende gebied waar ik kwam was een soort moeras, maar ik zonk niet weg. Ik bleef een soort van zweven in de ondoordringbare mist. Hier en daar nauwelijks waarneembare schreeuwen om hulp. Ik probeerde weg te rennen, maar ik bleef zweven in de mist. Daarna kwam ik in een gebied vol grijze bergen.
De lucht nog grauwer dan de grond. Angstkreten hier, mensen of wezens, wat dan ook, vallend in diepe afgronden waar ik op een dunne richel langsschuif. Toen ik daar eindelijk uit was, kwam ik in de meest vreselijke nachtmerrie ooit."
Weer pauzeert Fim even. Guíne slikt en knikt dat hij door mag gaan.
"Een dunne loopbrug, met vlak daaronder hete kolen. Honderden, nee, duizenden verminkte lichamen, schreeuwen, klampen zich aan me vast. Dan eindigt de loopbrug op een soort eilandje. Een kleine boot wacht daar. Niemand te zien. Ik keek eens om me heen, en ineens stond daar een wezen, met een lange mantel in de boot, een veerboom in zijn hand. Hij wenkte me, en ik stapte in de boot. Sissend kwam die in beweging. Nog steeds, verminkte lichamen, zich aan de boot optrekkend, proberend mij aan te raken. Ik sloeg ze van me af met een voorwerp in mijn hand. Het schreeuwen werd onuitstaanbaar. Ik dacht dat ik het niet zou overleven, en toen waren we ineens aan de overkant. Dezelfde vlakte als in het begin. Toen ik de misvormde boom herkende, begon alles te draaien en zat ik ineens in een stoel, een theepot in mijn hand."
Guíne staarde hem aan.
"Fim, wat jij daar beschreef, was..."
"Een illusie. "
Feldegast duikt weer op.
"Iemand, jonge magister, probeert je te beïnvloeden. Blijkbaar is het kwaad in Torsan nog niet uitgeroeid met het verslaan van de Zwarte Magiër. Dit is dieper, zwarter."
Zijn anders zo opgeruimde blik staat nu bezorgd als hij Guíne aankijkt.
"Degene die hier achter zit is sterker dan ieder ander zwarte magiër dan ik tot nu toe tegen ben gekomen.
Ik roep de Raad bijeen. Laat je leerling tot die tijd oefenen met het afsluiten van zijn geest, we kunnen geen spionage gebruiken."
Fim begrijpt niet precies wat er gebeurt, maar schrikt als hij de woorden van de dwerg hoort.
De Raad bijeenroepen...
In de geschiedenis van Torsan is het maar enkele keren voorgekomen dat de Raad der Grootmeester zich verzamelde. Hij kijkt Guíne vragend aan, maar ook zij schijnt niet te weten wat er aan de hand is.
Feldegast ziet de uitwisseling van blikken en glimlacht half.
"Maak je maar geen zorgen, misschien is deze ophef wel overbodig."
Hij klinkt echter helemaal niet zeker en met een lichte buiging naar Guíne verdwijnt hij wederom.
Guíne kijkt verbaasd naar de plek waar Feldegast zojuist stond. De Raad bijeenroepen...dan moest het ernstiger zijn dan hij deed voorkomen. Misschien wilde hij Fim niet ongerust maken...Maar jee, de Raad...dat was al heel lang niet meer gebeurd. Guíne zucht.
"De Raad zal hier spoedig zijn Fim. Jij gaat ondertussen oefenen met je geest afsluiten. We zullen dat buiten doen. Buiten maken de energieën van de natuur het moeilijker door te dringen en aangezien je al een beïnvloed bent in deze hut, lijkt me dat geen goede omgeving om je geest af te leren sluiten...."
Guíne woorden blijven dreigend in de lucht hangen. Fim en zij gaan buiten en dan begint voor Fim een harde oefening.

Uitgeput strompelt Fim het huis weer binnen. De oefening was erg vermoeiend geweest.
Hijgend laat hij zich op een stoel vallen.
"En nu?" vraagt hij aan Guíne.
"Oké Fim. We hebben nu aardig lang geoefend. Ik ga nu proberen of ik in je geest te komen, om te kijken of je nu zover bent dat je je geest daadwerkelijk kunt afsluiten." zegt Guíne. Ze ziet dat Fim uitgeput is, maar op dit moment is ze onverbiddelijk. Als het Fim niet lukt zijn geest af te sluiten, zal dat grote gevolgen hebben. Ze gaat er rustig voor zitten. Langzaam zendt ze haar gedachten uit in een poging Fims geest te lezen.
Fim voelt Guíne zijn gedachten binnendringen, alsof hij een boek is, dat ze leest. Wanhopig probeert hij zijn boek te sluiten.
Eerst lukt het niet echt, maar steeds meer krijgt hij het gevoel grip op de situatie te hebben, en uiteindelijk valt zijn denkbeeldige boek met een klap dicht.
Uitgeput zakt hij weer op de stoel. In opperste concentratie was hij gaan staan.
Guíne knikt hem bemoedigend toe.
"Je leerling gaat goed vooruit," klinkt plotseling nabij Guíne. Ze kijkt verschrikt op, maar glimlacht als ze de bezoeker herkent.
Fim herinnert zich de man ook, de oud-leraar van Guíne.
Een kort moment later verschijnt ook Feldegast.
"Iedereen is gewaarschuwd, ze komen."
Met die woorden is alles gezegd.
Guíne knikt. Ze heeft het begrepen. Het zal niet lang meer duren voor de Raad er is. Hoewel de Raad natuurlijk niet zonder reden bij elkaar komt, is Guíne ook wel blij haar collega's weer te zien. Ze kijkt eens rond in het huisje en ze ziet al snel dat de Raad er niet in zijn geheel inpast. Dan denkt ze aan de open plek in het bos waar ze met Fim gezeten heeft eerder die dag. Er liggen een aantal boomstronken en er is voldoende ruimte.
"Fim, wil je me helpen de open plek gereed te maken?" Fim knikt.
Dan draait Guíne zich terug naar haar twee bezoekers.
"Ik weet niet wat jullie willen doen? Gaan jullie alvast mee naar de open plek of willen jullie hier wachten, onder het genot van een kop th...euhm nee dat zal dus niet gaan." ze fronst even als ze aan de theepot denkt. "Ik heb nog wel wat mede staan." bedenkt ze zich dan. Afwachtend kijkt ze de twee magiërs aan.
Beide mannen kijken elkaar even aan en lijken gedachten uit te wisselen. Dan grijnst Feldegast.
"Mede klinkt goed."
"Ik had al zo'n vermoeden." grijnst Guíne terug. Ze haalt vanuit de kast een kan mede tevoorschijn en schenkt twee bekers vol.
"Fim en ik gaan even de open plek gereed maken, we zullen waarschijnlijk niet lang wegblijven. Jullie vermaken je wel in de tussentijd neem ik aan?" vraagt ze dan met een knipoog.
Ze loopt naar buiten, gevolgd door Fim, naar de open plek waar ze eerder die dag ook al geweest zijn. Het gereedmaken voor de bijeenkomst van de Raad neemt niet zo heel veel tijd in beslag. Er liggen voldoende boomstronken en ze leggen ze in een u-vorm, zodat er een kant openblijft. Dan lopen ze terug naar het huisje. Guíne pakt nog twee bekers en schenkt voor zichzelf en Fim ook wat mede in.
"Heb je enig idee hoe lang zal duren voor iedereen er is?" vraagt ze dan aan Feldegast.
Feldegast haalt zijn schouders lichtjes op.
"Spijtig genoeg, nee. Ze zijn allen gewaarschuwd en zullen hier zo spoedig mogelijk zijn."
"Nou, dan kunnen we veel meer doen dan afwachten." zegt Guíne. Ze leunt, voor het oog ontspannen maar van binnen gespannen elke onregelmatigheid opnemend, naar achteren en neemt nog een slok mede.

--------------------------- (De Kaap)
Buiten landen twee vermoeide slechtvalken niet ver van het huis. Ze klapperen wat met hun vleugels, waarna ze weer terugveranderen in hun eigen gedaante.
Verbaasd gaat Taen op de grond zitten. Heeft ze daarnet echt het hele stuk van Kyrdath hierheen gevlogen? Het voelt erg onwerkelijk.
"Je bent een natuurtalent," glimlacht Nerin.
Hij lijkt een stuk opgeruimder nu hij hier is.
Als Taen een beetje is bekomen, gaat hij haar voor naar het huisje van Guíne, waar hij de anderen begroet.
"Het is prettig hier weer terug te zijn."
Dan stelt hij Taen voor aan de anderen.
"Dit is mijn leerlinge."
Feldegast loopt als eerste op de droomwever af en maakt een elegante buiging. Dan geeft hij haar een lichte handkus.
De oud-leraar van Guíne knikt enkel even met zijn hoofd.
Taen knikt, grinnikt en begroet totdat ze iedereen gedag heeft gezegd. Daarna blijft ze afwachtend staan, ervan uitgaande dat ze zullen gaan bespreken waarom ze hier bijeen zijn.
Nerin neemt plaats.
"Wanneer arriveert de rest?"
Feldegast licht hem snel in, terwijl hij naar Taen knikt.
"Ga zitten, jongedame, en vertel ons iets over jezelf."
Plots voelt Taen zich een stuk minder op haar gemak.
"Mijn verleden is niet relevant op dit moment, aangezien wij veel belangrijkere zaken te bespreken hebben"
Ze hoopt dat ze Feldegasts vraag daarmee voldoende ontweken heeft.

Met open mond heeft Fim het schouwspel gadegeslagen. Al deze nieuwe gezichten beangstigen hem een beetje. Hij slurpt nog eens aan zijn mede, en kijkt goed rond.
Guíne neemt de jonge vrouw aandachtig op. Dus dit is Nerin leerlinge. Ze lijkt wat nerveus, nu alle aandacht op haar gericht is. Ze glimlacht naar haar. "Ik ga nog wat mede inschenken. Wil jij me even helpen met de bekers?"
Nerins leerlinge knikt dankbaar en Guíne knipoogt. Ze staat op en loopt de keuken in, gevolgd door de jonge vrouw.
"Ik weet eigenlijk nog niet eens hoe je heet." vraagt Guíne haar dan vriendelijk. "Alleen dat je Nerins leerlinge bent."
"Ik heet Taen," klinkt het een beetje kort. "Mensen noemen me ook wel Taen Droomwever." Ondertussen zet ze de bekers zo dat Guíne de mede makkelijk in kan schenken.
"Echt leerling van Nerin voel ik me niet, ik ben geen beginnelinge." Het klinkt alsof de term 'leerling' haar een beetje dwars zit.
Guine merkt wel dat Taen zich nog steeds niet op haar gemak voelt. Ze reageert wat kortaf, maar Guine besluit er niet op in te gaan.
"Droomwever zei je? Dat is interessant. Dan ben je inderdaad geen beginnelinge nee."
Er verschijnt een klein glimlachje om Taens mond.
"Droomwever, ja. Als sinds klein kind. Mijn ouders zijn vroeg gestorven, dus moest ik het in mijn eentje in de wildernis zien te rooien. Zo werd ik gedwongen voor mezelf te zorgen."
Ze zucht terwijl ze terugdenkt aan die tijd.
Guíne kijkt naar Taen. Ongetwijfeld heeft ze al een hoop meegemaakt. Maar het is nu niet het moment om daarnaar te vragen. Ze schenkt de mede in en loopt samen met Taen terug naar de anderen.
"Zullen we gelijk maar naar de open plek gaan? We kunnen daar ongestoord praten."
Er wordt geknikt. Ze staan op en lopen naar de open plek, waar iedereen een plaatsje zoekt op een boomstam.
"Misschien is het nu een goed moment om de reden van deze bijeenkomst te vertellen?" vraagt Guíne.
Nerin kijkt rond.
"We zijn nog niet allemaal verzameld, een moment nog."
Bijna op dat zelfde moment verschijnen nog drie gestalten, allen gehuld in een donkere mantel.
Nerin glimlacht.
"Mooi op tijd."
Hij kijkt Guíne aan.
"Misschien kun jij het best beginnen."
Guíne verwelkomt eerst de drie nieuwkomers en knikt dan.
"Vanochtend was ik met mijn leerling Fim hier" ze wijst hem aan voor de nieuwkomers en gaat dan verder "zijn gedachtenspraak aan het oefenen met een test. Hij moest het beeld omschrijven dat ik hem stuurde. Dat lukte vrij goed en ik was dan ook erg tevreden over hem. Toen we terugliepen, werden we begroet door Feldegast." Feldegast knikt.
"Fim liep vooruit om thee te zetten en Feldegast en ik liepen achter hem aan. Toen we bij de hut arriveerden was Fim nergens te zien. Net toen we ons afvroegen waar hij gebleven kon zijn, viel hij vanuit het niets op een stoel, de theepot nog in zijn hand. Hij was helemaal verdwaasd en gedroeg zich vreemd. Hij..."
Guíne aarzelt even en zegt dan: "Ik denk dat Fim vanaf hier misschien beter even het verhaal over kan nemen, hij heeft het tenslotte ervaren en zal het dus ook beter kunnen omschrijven dan ik." Ze gaat zitten en geeft Fim een gebaar dat hij kan beginnen met het vertellen van zijn belevenissen.
"Wacht eens even!"
Een van de in mantelen gehulde figuren staat op, een ketting om zijn hals wordt duidelijk; hij draagt het teken van schaduw.
"Zijn we hier gekomen om naar de verhalen van een léérling te luisteren?"
Zijn stem klinkt minachtend.
"Wat hij te vertellen heeft is de reden dat we hier allen met spoed bijeengekomen zijn." maakt Guíne hem duidelijk. "Of jij moet ons kunnen vertellen wat er gebeurd is?" vraagt ze dan liefjes.
De man zwijgt.
"Verder nog iemand bezwaren?" het blijft stil.
"Dat dacht ik ook. Fim, ga je gang." knikt ze dan naar haar leerling.
Verbaasd kijkt Fim naar al die ogen die nu op hem gericht zijn. Hij haalt diep adem en begint te vertellen:
"Toen ik wakker werd in die kist, voelde ik me zo verslagen, dat ik waarschijnlijk heel kwetsbaar was voor gedachtemanipulatie. Ik besef nu dat ik alles voor waar aannam, wat de man met de ogen me vertelde."
De aanwezigen keken hem glazig aan en knikten precies op het zelfde moment.
Fim vervolgde:
"Waarschijnlijk waren dus al die beelden een illusie, in mijn hoofd geplaatst door een zeer machtige magiër, die, neem ik aan, een boodschap heeft over willen brengen. Die boodschap ken ik niet, of heb ik nog niet weten te achterhalen. Misschien kan een van jullie er wijzer uit worden?"
Feldegast lijkt zijn mond te willen openen, maar de scepticus is hem voor.
"Welke kist? Welke man met de ogen? Wees eens duidelijk jongen!"
Feldegast fronst, maar wacht tot Fim antwoord heeft gegeven.
Guíne kijkt Fim nieuwsgierig en verwachtingsvol aan. Dit is een gedeelte van het verhaal dat zij ook nog niet gehoord heeft.
Fim kijkt trekt een wenkbrauw op.
"Hoe moet ik dat nou weten? Alles wat ik zag was een houten zwarte doodskist, waar ik in lag. Later werd ik daar dus uitgehaald door een man met enge gele ogen. Hij had pikzwart haar, dat in vieze slierten langs zijn gezicht viel. Een korte sik op zijn kin, en een puntige neus."
Fim denkt even na.
"Hij keek me dus indringend aan, waarna ik in die wereld liep."
Fim wacht op een reactie, en als die niet komt vervolgt hij:
"Hij had een lange zwarte cape aan, met een vreemdsoortig teken op de kap, die nauwelijks zijn voorhoofd bedekte. Het was een soort oog, maar toch ook weer niet."
Fim denkt even na, maar weet geen betere uitleg.
Een andere grootmeester staat op.
De donkere mantel valt in diepe plooien naar beneden en verhult dat de drager een vrouw is. Haar gezicht blijft ook onder de kap verborgen, maar het teken dat ze draagt is het spiegelbeeld van het teken van de schaduwmagiër.
Ze loopt op Fim af.
"Wees niet bang jongen."
Haar stem klinkt diep en warm als ze met haar nagel zacht een figuur op het voorhoofd van Guínes leerling tekent.
De lucht wervelt om hen beiden heen en Taen is overrompeld door de kracht die de vrouwelijke magiër uitstraalt. Het is tientallen malen sterker dan ze ooit gevoeld heeft.
Na een kort moment draait de magiër zich om. Voor Fim was het gevoel van haar aanraking vergelijkbaar met de aanraking van Feldegast, maar toch anders.
"Hij spreekt de waarheid, maar wat hij heeft gezien is een illusie."
Haar stem klinkt bijna dromerig en ze is Feldegast net voor, door te vervolgen:
"Feldegast heeft gelijk. Iemand probeert ons te bespioneren. Het beeld dat de jongen heeft gezien is niet meer dan een vermomming en de sporen verdwijnen in de tijd. Op dit moment is het onmogelijk te traceren wíe ons wil beïnvloeden en waarom. De macht is zeker duister, daar is geen twijfel over mogelijk, en krachter dan alles wat we tot nu toe zijn tegen gekomen. Krachtiger zelfs dan jouw Macros."
Plots wendt ze zich tot Taen en de droomwever voelt de ogen van de grootmeester branden, door de mantel heen.
De blik is ook weer even snel verdwenen.
"Wat gaan we er aan doen?" vraagt Nerin. Zijn stem klinkt bezorgd.
"Niets." De schaduwmagiër antwoordt. "Als we de bron van deze spionage niet kunnen achterhalen, kunnen we enkel afwachten."
Feldegast staat op.
"Als we niets kunnen doen..."
Hij wacht even, om vervolgens te zeggen: "Neem ik nog een beker mede."
Taen kijkt even wezenloos om zich heen, terwijl er een rilling door haar heen gaat. Wat wilde die vrouw, waarom keek ze haar zo raar aan? Taen had liever dat ze iets gezegd had, dan kon ze tenminste nog iets wijs worden uit de woorden.
Guíne kijkt naar Taen en ziet dat ze niet veel wijzer wordt van de woorden van haar collega. Zelf begrijpt ze ook niet alles. Ze heeft van Feldegast en Nerin wel enige opmerkingen gehoord over een zwarte magiër die verslagen zou zijn, maar de details zijn haar nog niet verteld. Op momenten als deze is de eenzaamheid van het eiland misschien toch niet zo handig.
"Kun je voor mij en mijn leerling en de anderen die er niet bij waren misschien in het kort samenvatten wat er gebeurd is, waar die Kolan op uit was en wat zijn krachten waren?" vraagt ze dan aan Nerin.
Nerin staat op.
"Er valt niet veel te zeggen. Kolan, die sommigen van jullie misschien onder de naam Macros kennen, was een afvallige. Hij bedreigde mijn broer en mij, maakte gebruikt van de zwarte kunsten, vermoordde onschuldigen.
We hebben hem verslagen."
Hij haalt zijn schouders op.
"Dat is het wel zo'n beetje denk ik. Hij had sterke krachten, dat geef ik toe, maar zelfs hij zou niet in staat zijn de barrières rond dit eiland te doorbreken en een van de leerlingen te beïnvloeden."
"Als je zegt dat zelfs hij niet daartoe in staat is...bedoel je daar dan mee te zeggen deze onbekende duistere macht nog groter is?" Guínes stem klinkt aarzelend, alsof ze nog niet kan geloven dat een zo grote duistere macht kan bestaan. "Is er dan iets wat wij kunnen doen, als we helemaal niet weten wie of wat de dreiging is en waarvandaan we die kunnen verwachten?" bedenkelijk kijkt ze de kring van collega's rond, in de hoop dat een van de andere grootmeesters een idee heeft over wat ze nu kunnen doen. Ook vraagt ze zich af welke rol hierin is weggelegd voor Fim, want het idee dat iemand haar leerling gebruikt voor zijn of haar duistere doeleinden staat haar helemaal niet aan.
"Afwachten is de enige optie. Afwachten en ons voorbereiden op een zware strijd."
De stem van de vrouwelijke grootmeester klinkt vlak, zelfs enigszins emotieloos.
Dan grinnikt ze plotseling.
"Misschien heeft Feldegast wel gelijk. Laten we nog een beker mede delen."
Taen kijkt om zich heen naar de grootmeesters.
Goh, was dit het nu? Ze is niks wijzer geworden wat er precies aan de hand is en ook is er weinig van een oplossing verzonnen. Afwachten, wat heb je daar nu aan?
Terwijl ze enigzins achteruitgezakt iedereen opneemt, drijven haar gedachten langzaam af naar Céline. Hoe zou het met haar gaan? Zou de bruiloft al begonnen zijn?
Even zucht ze, als ze daaraan terugdenkt. Tot nu toe heeft ze het opgeven van de bruiloft het niet echt waard gevonden. Wat is hier nou uitgekomen, behalve dat er weer eens een gek probeert de wereld over te nemen? Het zou haar niet verbazen als Kolan opeens weer ergens op zou duiken om wraak te nemen.
Uiteindelijk besluit ze toch haar mond te openen.
"Dus jullie gaan er gewoon van uit dat het niet te achterhalen is waar de illusie vandaan kwam? Zo simpel? En dus die kracht maar zijn gang te laten gaan? Wie weet waar hij ondertussen mee bezig is..."
"Vertel dan eens, jonge droomwever. Wat zou je dan willen doen?"
De stem van de schaduwmagiër klinkt scherp, om niet te zeggen, snijdend.
"Als het kwaad is, zal het groeien. Kwade krachten schijnen nu eenmaal altijd meer te willen, dus deze zal wel geen uitzondering zijn."
Even kijkt Taen de groep rond.
"Ik stel dus voor om op onderzoek uit te gaan, proberen die Magiër, want ik ga ervan uit dat dat zo is, een stap voor te blijven. Rondvragen bij de bevolking zou kunnen, zij zien meer dan je denkt. Ze kunnen het gebeuren alleen geen betekenis toeschrijven. Alle vreemde sporen achterna gaan. Die persoon bespioneert ons om meer te weten te komen, dus waarom zullen wij niet hetzelfde doen? Ik kan me niet voorstellen dat de grootste magiërs van het gilde niks kunnen doen."
De Droomwever blijft even stil, terwijl ze iets overdenkt.
"Laat mij anders die kracht onderzoeken met mijn Droomzintuig."
Dat het gevaarlijk zal zijn, lijkt haar niks uit te maken. Het is in ieder geval duidelijk dat stilzitten en niks doen niets voor haar is.
Guíne denkt even na, kijkt de kring rond en valt Taen dan bij. "Ik denk dat we misschien inderdaad beter zelf uit kunnen vinden wat er aan de hand is, voor het ons overvalt en we er niets meer aan kunnen doen." Ze kijkt Taen aan. "Ik denk alleen niet dat je daar je droomzintuig voor moet gebruiken meisje. Je hebt gehoord dat deze magier gedachten kan beïnvloeden en hij zou je misschien laten zien wat hij wil dat je ziet." Even zwijgt ze, dan zegt ze zacht "Misschien is het tijd dat de grootmeesters allen weer uit de anonimiteit treden en zich onder de mensen gaan begeven." Nerin doet zijn mond open, maar ze voegt toe: "Ja, ik weet dat jij en Feldegast dat altijd al doen, maar voor de rest van ons is het ook tijd."
"En dan," repliceert de schaduwmagiër, "verliezen we wellicht het enige voordeel dat we nu nog hebben: onze anonimiteit."
Zijn vrouwelijke tegenhanger echter, knikt bedachtzaam.
"Het kan een idee zijn..."
Ze negeert de blikken van de anderen en vervolgt:
"Maar nog niet nu. Niet allemaal. Als een aantal van ons het land intrekken en anderen vanaf het eiland op onderzoek uit gaan? Lezen, Zien, Dromen..."
Nerin staat op.
"Nee. Ik sta níet toe dat Taen in zulk gevaar gebracht wordt! Dromen is geen optie, althans niet op dit moment. Het is te gevaarlijk!"
Guíne springt Nerin bij. "Zoals ik zojuist al opmerkte kan dromen in dit geval meer schade aanrichten dan iets goeds opleveren. Ik vind dat risico te hoog." Ze keert zich naar de schaduwmagiër. "Ik zeg ook niet dat we als grootmeesters de wereld in moeten gaan, ik zei dat de grootmeesters de wereld in moeten gaan. Of tenminste, dat bedoelde ik." verbetert ze zichzelf. "We hoeven niet bekend te maken dat we grootmeesters zijn, maar wat we wel kunnen doen is rondkijken en luisteren of ons iets opvalt. Feldegast en Nerin lukt het ook om onder de mensen te leven zonder bekend te maken wie ze zijn, dus dat bewijst dat het geen ondoenlijke opdracht is. We moeten alleen oppassen dat er geen al te opzichtig contact plaatsvindt. Maar nogmaals, ik vind dat we het moeten proberen. In ieder geval een aantal van ons." beëindigt ze haar betoog.
"Ben ik niet oud genoeg om dat zelf te beslissen? Ik mag dan wel geen grootmeester zijn, maar ik ben ook zeker geen beginnende leerling!"
Taen kijkt Nerin even boos aan.
"Als ik dat risico wil nemen, dan doe ik dat ook. Daar heb jij vrij weinig over te zeggen."
Fim slikt even en kijkt de kring rond.
"Maar hoe gevaarlijk is zo'n onderneming? Wat voor risico's loop je?"
Met een angstig gezicht kijkt hij naar Taen.
"Tja, dat is juist het probleem. Dat weten we niet." beantwoordt Guíne de vraag van haar leerling. "Maar jij hebt het ervaren, dus jij kan van ons allemaal het beste inschatten hoe hoog het risico is." Dan draait ze zich om naar Taen. "Het is niet dat we denken dat je zelf geen beslissingen kan nemen, absoluut niet. Het is alleen dat we niet graag zouden willen dat je iets overkomt. Sorry, wij grootmeesters vergeten soms hoe vreselijk het was betutteld te worden door mensen die ouder zijn en zich dus ook wijzer vinden." Schuldbewust haalt ze haar schouders op. "Het is uiteindelijk natuurlijk jouw beslissing, maar ik hoop dat je geen overhaaste en ondoordachte dingen gaat doen."
"Als ze gepakt wordt dan zijn we hier nog kwetsbaarder." Een tot dan toe onbekende, bedachtzame, vrouwelijke stem weerklinkt.
Een magister, gehuld in een dieprode mantel kijkt op, haar ogen weerspiegelen twee vlammen, maar van haar gezicht is verder niets te zien.
Het gemompel onder de grootmeesters sterft weg; ze hebben duidelijk eerbied voor de vrouw.
"We hebben genoeg gepraat."
Ze staat op en slaat haar kap terug, zo haar gezicht en haar lange, grijze haren onthullend. Haar ogen zijn jeugdig, wijs, maar de rest van haar gezicht is getekend door rimpels. Ze lijkt wel eeuwenoud.
"Ik ben Kasai," stelt ze zichzelf voor aan Taen en Fim.
"Grootmeester van vuur."
Ze kijkt de kring rond.
"Mijn zusters plan,- " ze knikt naar de anonieme vrouwelijke grootmeester, "was goed, broeders. Guíne staat ook achter haar, waarom moeten alleen jullie mannen zo stijfkoppig zijn?
De jonge droomwever daarentegen, zal haar krachten nog even moeten beperken, want wat dat betreft heeft Nerin gelijk."
Voordat Taen kan protesteren, vervolgt Kasai:
"Dromen is nu nog geen optie. Je zou de verzegeling van dit eiland moeten verbreken en dat zou ons erg kwetsbaar achterlaten.
Maar we kunnen hier ook niet blijven discussiëren, dan zal de zwarte magie alleen in kracht toenemen.
Ik zal hier blijven met een ieder die dat wil, om de bron van de kracht te onderzoeken, maar de meeste van jullie moeten het land in. Nerin, natuurlijk en Feldegast?"
De dwerg knikt, terwijl de schaduwmagiër ook, nors, instemt. Zijn vrouwelijke tegenhanger knikt ook, enigszins schuchter, maar de oud-leraar van Guíne schudt zijn hoofd. "Ik blijf hier."
Dan kijkt Kasai naar Guíne.
"En jij?"
Taen en Fim stelt ze dezelfde vraag, met de toevoeging dat ze met ongeacht welke grootmeester mee mogen reizen als ze dat willen.
Guíne kijkt de kring eens rond en zegt dan: "Ik zou ook graag het vasteland opwillen. Mijn voornemen is richting het westen te gaan. Een beetje gezelschap is kan ik altijd gebruiken, dus iedereen die mee wil is welkom."
Het blijft even stil, nog niet iedereen is eruit wat hij of zij gaat doen. Guíne kijkt Taen en Fim beurtelings aan, haar uitnodiging gold vooral hen, ze is van plan in haar eerdere vermomming te gaan reizen, en een leerling zou die vermomming geloofwaardiger kunnen maken.
Taen haalt haar schouders op.
"De bestemming maakt mij niet uit, het gaat mij erom dat ik iets kan doen. Ik heb geen zin om me gedeisd te houden."
Ze denkt even na.
"Hier moest de bescherming van het eiland intact blijven, dus ik denk niet dat ik hier blijf."
Fim kijkt eens rond.
"Ik kan absoluut geen keuze maken, maar in ieder geval wil ik hier niet blijven. Ik ga wel mee met degene die mij mee wil hebben."
Kasai glimlacht naar beide leerlingen.
"Het is het beste als jullie zelf kiezen met wie je mee wilt. Geen van de grootmeesters zal bezwaar maken."
Dit laatste zegt ze met een lichte nadruk.
"Dan kies ik voor Guíne." besluit Fim. "Haar ken ik het beste, en ik vertrouw erop dat ze me nieuwe dingen kan leren."
Hij loopt naar Guíne toe en gaat naast haar staan. Nieuwsgierig wacht hij op de besluiten van de anderen.
Taen twijfelt even. Van alle grootmeesters trekt de grootmeester van Licht haar het meest aan, door haar geheimzinnigheid. Maar aan de andere kant, ze kwam hier wel samen met Nerin.
"Nerin, vind jij het goed als ik met de grootmeester van Licht meega? Ik was toch eigenlijk jouw leerlinge."
Bij dat laatste woord trekt de Droomwever een vies gezicht.
"Tenminste, als de grootmeester van Licht dat ook goed vindt..."
Nerin knikt.
"Ik was eigenlijk van plan op het eiland te blijven," bij deze woorden kijkt Kasai even verbaasd op, "maar ik begrijp dat je liever reist, dus ik zie geen bezwaren."
De vrouwelijke grootmeester die Taen heeft uitgekozen, neigt enkel even met haar hoofd.
"Dat is dan geregeld," besluit Kasai.
"Taen gaat met Nale mee en Fim met Guíne.
Laten we hier over een maan afspreken om onze bevindingen kenbaar te maken, tenzij er eerder belangrijk nieuws is natuurlijk."
De schaduwmagiër is de eerste die knikt en meteen daarop verdwijnt.
"Dan vertrek ik ook. Goede reis, vrienden."
Met deze woorden neemt Feldegast afscheid en verdwijnt als tweede.
Kasai draait zich naar Guíne en Fim.
"Ik raad jullie aan samen een bestemming te kiezen en datzelfde geldt natuurlijk voor jou en Taen, Nale."
De lichtmagiër knikt en kijkt Taen vragend aan.
"Voorkeur?"
Taen schudt haar hoofd.
"De bruiloft van Céline zal ik toch niet meer halen. Verder zijn er geen speciale plaatsen, dus mij maakt het niet uit."
"Goed. De Kaap dan. Wij beginnen in de buurt."
Met haar vingers weeft Nale een web, dat als gemaakt van zonnestralen zich fel in de lucht aftekent.
"Kom."
Taen heeft al begrepen dat deze grootmeester niet veel meer zegt dan nodig is en neemt in enkele woorden afscheid van Guíne en Fim en natuurlijk van Nerin. "Tot volgende maan."
Nale ondertussen heeft opnieuw een dromerige blik in haar ogen. Als Taen aangeeft zover te zijn, worden haar ogen weer helder en ze glimlacht.
"Het is ochtend in De Kaap. We hebben lang vergaderd. Bereid je voor."
Zonder waarschuwing pakt ze Taen bij de hand en de lucht begint te wervelen. Taen ziet sterretjes, letterlijk, overal om haar heen en even later zijn Nale en Taen van het eiland verdwenen.
--------------------------- (De Kaap)

"Fim, als je even je spullen wilt pakken, dan kunnen wij ook weg." zegt Guíne tegen haar leerling. Zelf heeft haar spullen al gereed voor vertrek. Fim rent naar de hut, grist zijn belangrijkste bezittingen bijeen, en is al vrij snel weer terug. Ze nemen afscheid van de magiërs die achterblijven en lopen naar de baai, waar een bootje al op hen wacht.
Guíne legt de spullen in de boot en zet Fim aan een stel roeiriemen. Zelf pakt ze het andere paar. Ze kijkt nog een keer om naar het eiland waar ze toch een aardig tijdje gewoond heeft. Toch lokt het haar ook wel om weer rond te trekken.
Fim lijkt vrij onverschillig, maar van binnen juicht hij. Het idee rond te gaan reizen, wat van de wereld te zien en ondertussen misschien nog duistere machten tegenkomen, dat is wat Fim zich er van had voorgesteld. Niet op een eiland zitten waar nooit wat gebeurt. Enthousiast begint hij te roeien, Guíne houdt hem maar nauwelijks bij. Het water is ruw en wild en in plaats van naar Mare, waar Guíne heen had gewild, drijft de boot af naar De Kaap, aan de andere kant van de baai. «
--------------------------- (De Kaap)
--------------------------- (De Kaap)