AOLARPG: Het Kasteel van De Zeven Wouden

Het is rustig op het kasteel. De graaf, Jaric, houdt het gebied streng in de gaten. Hij is een eerlijke, rechtvaardige heerser die de inwoners van het graafschap respect inboezemd. De pas opgerichte markt is hard op weg een van de snelst groeiende handelsplekken van Torsan te worden

Voor de poort staat, zoals gewoonlijk is, een wachter. Hij kijkt enigszins verveeld en staat ook wat onderuit gezakt.

--------------------------- (De hoofdweg; Kyrdath - De Zeven Wouden)
--------------------------- (De hoofdweg; Kyrdath - De Zeven Wouden)
Zeldimee loopt met Lineal en Amber over de binnenplaats in de richting van de keukens, terwijl hij goed om zich heen kijkt. Het is een imposant kasteel, met stevige muren en hoge torens, mooi maar stevig.
Veilig.
De binnenplaats baadt in het goudgele zonlicht en geeft alles een warme, gezellige en gastvriendelijke uitstraling. Zeldimee steekt vol goede moed zijn hoofd door de openstaande keukendeur heen. Verschillende geuren dringen zijn neus binnen en doen zijn maag hoorbaar rammelen. Met een lichte blos op zijn wangen gluurt hij naar Lineal om te zien of ze het gehoord heeft. Dan klopt hij op de openstaande deur en roept: "Hallo? Goedenmiddag?"
De kokkin stapt naar voren, haar handen afvegend aan haar schort.
"Waar kan ik jullie mee helpen?" vraagt ze, terwijl ze naar Amber glimlacht, die stug terug kijkt.
"Goedenmiddag!" glundert Zeldimee bij het zien van de kokkin en het eten achter haar in de keuken. "Dit is Amber en dit is heelvrouwe Lineal." Wijst hij. "Mijn naam is Zeldimee. De poortwachter vertelde dat u wellicht iets te eten zou hebben voor ons?" Hij kijkt de kokkin hoopvol aan. Ze lijkt hem een aardige vrouw, en zoals ze naar Amber kijkt...Zeldimee klemt zijn tanden op elkaar als hij de blik van Amber ziet. Eén lach, als is het maar een klein glimlachje, zou wel op zijn plaats zijn nu. Wat bezielt dat kind toch?
"Natuurlijk," glimlacht de kokkin. Ze loopt verder de keuken in en pakt een dampend heet brood van een plaat. In een kruik giet ze helder water en uit een kast pakt ze daarnaast nog een potje jam. Ze geeft alles op een dienblad aan Zeldimee.
"Alsjeblieft, jullie kunnen het buiten wel opeten; het is warm genoeg."
"Onze dank is groot!" lacht Zeldimee haar toe, waarna hij het dienblad doorgeeft aan Lineal. Met moeite draait hij zich toch nog even om naar de kokkin, want het warme brood doet hem het water in de mond lopen. Maar hij weet dat hij niet rustig kan eten voordat hij haar gevraagd heeft of het mogelijk is of ze kunnen blijven overnachten. En of er misschien werk voor hem, of voor hen te doen is.
Dan twijfelt hij even, want wie weet zitten ze hier helemaal niet op drie extra monden te wachten. Of op drie nieuwsgierige mensen. Zou er een andere reden zijn dan de temperatuur waarom ze verzocht worden buiten te eten?
De lucht zindert om hem heen, dikke bijen vliegen af en aan vanuit dichte bloembedden en alles voelt zo heerlijk rustig dat Zeldimee zijn twijfels snel van zich afzet. Hoe krijgt hij het weer voor elkaar zulke dingen te denken in een omgeving die zoveel vriendelijkheid uitstraalt?! Hardnekkig weigert hij zichzelf te bekennen dat het de geur van het brood en zijn rammelende maag is die hem aanspoort niet zo lang te twijfelen, en loopt dan terug naar de kokkin in de keuken.
Nog even schiet het idee door zijn hoofd dat er in dit kasteel misschien wel iets is wat Ambers aandacht zal trekken waardoor hij wat meer over het meisje te weten kan komen, maar dan staat hij al in de keuken.
"Ehh...het spijt me dat ik u weer moet storen, maar weet u misschien of het ook mogelijk is om hier te overnachten?" Zeldimee bijt even op zijn lip. Hij hoopt niet dat hij de heer van het kasteel beledigd door nog meer gastvrijheid te vragen dan hen al geboden wordt. "We hebben twee onrustige nachten achter de rug ziet u, en een ongestoorde nachtrust zou ons alledrie goed doen, ziet u."
"Als jullie er geen bezwaar tegen hebben op de hooizolder te slapen, kan dat vast wel geregeld worden," antwoordt de kokkin.
"Dank u! Geen bezwaar, natuurlijk niet!" Zeldimee bedankt de kokkin hartelijk en snelt dan toch maar snel naar het eten. Dat werk dat komt wel. Nee, eerst: eten en slapen. Er is op dat moment niets anders dat hij zou willen. Als hij bij Lineal en Amber gaat zitten vind hij nog net de tijd om te vertellen dat ze kunnen blijven slapen voordat hij in een stuk brood bijt.
Amber eet van het brood. Uiteraard zonder iets te zeggen en zonder verder ook maar enig teken dat ze ervan geniet.
Nadat Zeldimee zelfs de laatste kruimels van zijn brood heeft opgegeten kijkt hij weer naar Lineal en Amber. "Zullen we dan zo maar eens kijken of we een plekje kunnen vinden op die hooizolder?" Vraagt hij terwijl hij steeds meer de vermoeidheid van de afgelopen dagen begint te voelen. "Of misschien mogen we wel een kijkje in het kasteel nemen, Amber! Wie weet wat daar allemaal voor mooie dingen te zien zijn! Misschien is er wel iets wat je herinnert aan thuis?"
Zijn nieuwsgierigheid om Amber uit de tent te lokken is groter dan de slaap, die zich als een dikke deken om hem heen probeert te wikkelen, en afwachtend kijkt hij het meisje aan.
Amber haalt haar schouders op, blaast een kruimel op de grond en staat dan op, terwijl ze Zeldimee afwachtend aankijkt.
Zeldimee zucht, geeft koppig niet op en neemt Amber dan bij de hand. "Laten we maar even bij de keuken gaan vragen of het kasteel ook te bezichtigen is. Als Lineal het goed vind natuurlijk?"
Lineal haalt haar schouders op. "Ik blijf hier denk ik. Oké?"
"Goed. Amber?" Zeldimee strekt zijn hand uit en neemt Amber mee in de richting van de keukens. Even kijkt hij achterom naar Lineal, maar voor hij het weet staat hij alweer voor de deur naar de keukens. "Ehh, hallo? Mevrouw?" Terwijl hij wacht op een reactie hoopt Zeldimee dat ze het keukenpersoneel niet al te veel storen. Hij wijst Amber op de enorme variatie aan kookgerei binnen in de keuken en probeer werderom om iets anders dan totale apathie als reactie los te peuteren.
De kokkin draait zich om. "Wat is er?" vraagt ze op neutrale toon. Uit niets blijkt of ze al dan niet geirriteerd is door de 'indringers' in haar keuken.
"Wij vroegen ons af of we misschien even binnen in het kasteel mochten kijken. We hoopten iets te vinden dat Amber hier..ehh..."
Zeldimee bijt op zijn lip. Hoe moet hij dit nu toch brengen? Van Amber hoeft hij weinig bijval te verwachten en hij vraagt zich af hoe de kokkin zal reageren op het verhaal van het verdwaalde meisje. Zeker als dat meisje zelf helemaal niets zegt. Misschien gelooft ze hem wel niet! Wie weet wat ze zal denken van Lineal en hem, twee mensen die elkaar nauwelijks kennen, met een klein meisje op sleeptouw... Misschien moet hij...Zou hij niet beter... Een diepe rimpel verschijnt in zijn voorhoofd. Een geloofwaardiger verhaal dat de waarheid kan hij zo snel niet verzinnen. En wat maakt het eigenlijk ook uit. Misschien kan de vrouw hen een stapje verder helpen met Amber.
"Nou, ziet u, Lineal en ik zijn Amber op de weg tegen gekomen. We weten niet waar ze thuis hoort en zelf kan ze ons ook niets vertellen. We hoopten hier iets tegen te komen wat haar geheugen een beetje opfrist. Is er in het kasteel misschien een bibliotheek, of een kaartenkamer of iets dergelijks wat ons zou kunnen helpen?"
"Ach gut," zegt de kokkin vertederd. "Maar natuurlijk! De Graaf zal daar geen enkel bezwaar tegen hebben. Wacht, Thyom brengt jullie wel even weg. Hij werkt pas enkele dagen in het kasteel en in de keuken loopt hij toch alleen maar in de weg."
Op de laatste woorden legt ze extra nadruk en een lange, slungelige jongen kijkt om en rolt met zijn ogen. Dan stapt hij op Zeldimee en Amber af. "Thyom." Hij steekt zijn hand uit.
Opgelucht grijpt Zeldimee de uitgestoken hand. "Zeldimee, Aangenaam kennis met je te maken Thyom!" Hij wijst naar Amber naast hem. "Dit is Amber."
"Hoi Amber!" lacht Thyom, maar het meisje wendt slechts haar blik af.
Thyom fronst even zijn wenkbrauwen, maar herstelt zich. "Jullie wilden naar de bibliotheek als ik het goed heb gehoord?"
"Inderdaad!" Zegt Zeldimee vlug, terwijl hij met een spijtige blik in zijn ogen Amber bij de hand pakt. "De graaf is zeer gastvrij dat hij gasten zoveel vrijheid schenkt! Wil je mijn dank aan hem doorgeven? We hopen in de bibiotheek iets te vinden wat Amber bekend voorkomt. We hebben haar langs de weg gevonden, zie je, en we komen niet echt veel te weten over waar ze van daan komt."
"Ach goh, herinnert ze zich helemaal niets meer?" vraagt Thyom, terwijl hij langzaam richting de bibliotheek loopt. "De Graaf is er trouwens niet op dit moment."
Zeldimee haalt zijn schouders op en kijkt peinzend naar het kleine meisje dat aan zijn hand met hem meeloopt. "Ze zegt niet zo veel...zoals je misschien gemerkt hebt. Maar toen we haar vonden was ze gewond aan haar hoofd, dus wie weet wat ze meegemaakt heeft..."
Hij kijkt van opzij naar Thyom en houdt zijn mond dicht. Misschien moet hij maar niet al te veel vertellen aan een jongen die hij nog maar net heeft ontmoet. In plaats daarvan vraagt hij: "Staan er in de bibliotheek veel boeken over de omgeving hier? Streekbeschrijvingen of iets dergelijks? Dat zou misschien handig kunnen zijn." Het volgende moment kan hij zich wel voor het hoofd slaan. "Thyom, kom jij hier niet vandaan? Misschien kun jij ons wel helpen! Zijn er de laatste tijd geen voorvallen geweest waardoor mensen elkaar kwijtgeraakt zouden kunnen zijn? Overvallen op dorpen of zo? Of iets anders? Wat dan ook..."
---------------------------
---------------------------

---------------------------
Buiten de muren van het kasteel van de Zeven Wouden staat een lange gestalte om zich heen te kijken. Niemand te bekennen, het is op een vreemde manier best rustig buiten de muren.
Al vele keren heeft hij kastelen gezien, hij is immers opgegroeid in de stad, maar hier hangt een soort rust. Uniek wel, op de gronden buiten andere kastelen hing meestal een geladen sfeer. Overal zouden er dan mensen heen en weer snellen.
Binnen zijn vast wel mensen, ik hoor ze vanaf hier denkt Gabriel bij zichzelf. Met een verzekerde maar stille tred loopt hij richting de poort aan de voorkant van het kasteel, daar bevinden zich twee wachten. De gehele uitstraling lijkt hem goed te zijn, dus hij besluit even kennis te maken met de wachten bij de poort.
"Goedenmiddag beste vrienden, mag ik u vragen hoe u heer en dit kasteel heten?" Gabriel blijft op een respectabele afstand van een metertje of drie.
"Goedemorgen," groet een van de wachters vrolijk terug. "Dit is het Kasteel van de Zeven Wouden, horende bij het gelijknamige graafschap en in het bezit van heer Jaric. Ik begrijp dat u hier nog niet eerder bent geweest?"
"Ik moet hier vast wel eens gepasseerd zijn, maar ik heb nooit de moeite genomen me te verdiepen in dit gebied" Gabriel stak ietwat onzeker zijn hand uit naar de bewaker omdat hij zich afvroeg of dit gebaar niet te brutaal zou zijn "Ik ben namelijk een zwerver, ik probeer zoveel mogelijk te weten te komen en zoveel mogelijk te doen. Mijn naam is trouwens Gabriel Tsunami" Gabriel boog uit respect voor de wacht lichtjes zijn hoofd.
"Aangenaam kennis te maken," grijnst de wacht. "Balek is mijn naam."
"Het genoegen is geheel aan mijn kant," antwoordt Gabriel: "Balek, ik hoop dat deze vraag niet al te brutaal over komt; Maar ik ben op zoek naar een tijdelijke bijverdienste, denk je dat ik dat bij heer Jaric kan vinden?"
Balek twijfelt. "De Graaf is nu niet aanwezig en ik weet niet wanneer hij terugkomt. Wat voor werk zoek je? Anders zijn er op de markt hier vlakbij altijd nog wel sjouwers nodig."
"Wat jammer dat hij er niet is,"Gabriel's gezicht vertoont een ietwat treurige blik:"ik hoopte dat je heer mij een baantje als boogschutter of jager kan aanbieden, zoals je ziet draag ik een boog. Ik zou mijn vaardigheden dan ook graag willen uitbreiden. Ik hoop echter dat dit niet te brutaal overkomt, want anders spijt dat me."
---------------------------