AOLARPG: Mare

Mare. Een klein vissers(?)dorpje aan de westkust van de San-inham. Vreemd genoeg is er helemaal niets over deze plek bekend.

--------------------------- (De Kaap)
Als Taen en Nale de rotsen beklommen hebben, doemt het dorpje voor hen op. Enkele tientallen simpele huisjes staan vrolijk naast elkaar. Er is geen enkel logica in te herkennen, alleen de bouwstijl is redelijk uniform. Alle huizen zijn opgetrokken uit een zuivere witte steensoort en hebben blauwe daken. Alle deuren zijn van hout en alle tuinen staat vol met kleurrijke bloemen. Maar de vorm van de huizen en de tuinen is per stuk verschilllend. De straten zijn van dezelfde steensoort als de huizen, waardoor het geheel vredig zou zijn, hadden de bewoners zich niet in dezelfde stijl als hun bloemen gekleed. Vrolijk en vooral erg kleurrijk. Kinderen rennen dansend en zingend over straat en enkele volwassenen volgen hun voorbeeld. De meeste echter staan op het marktplein met elkaar te praten en te lachen. Het midden van het marktplein en ook precies het midden van het dorp wordt gesierd door een grote, eeuwenoude eik.
"Ik kan me niet voorstellen dat we verwacht worden. De mensen zouden dan echt niet staan feesten," zegt Taen sarcastisch, terwijl ze achter Nale aanloopt richting het dorp. "Kijk, als ze nou gillend waren weggerend, dán had ik je misschien gelijk moeten geven," gniffelt ze.
"Je bent duidelijk nog nooit in Mare geweest," grinnikt Nale.
Op het moment dat ze de eerste stap op de witte weg zet, komen kinderen lachend om haar heen dansen. Bij Taen gebeurt hetzelfde.
Verbaasd kijkt Taen om zich heen. Kínderen? Die haar wélkom heten?
"Euh, nee. Dat klopt. Houden ze in Mare van magiërs?" vraagt ze twijfelend, terwijl ze naar een klein meisje kijkt dat om haar heen dartelt. Het doet haar denken aan een van Célines herinneringen denken, die ze te zien kreeg toen Taen een van haar samensmeltingsformules gebruikte.
Céline... Hoe zou het nu met haar gaan? Zou ze nog altijd boos zijn?
"Dat we magiërs zijn is wel het laatste wat ze interesseert," zegt Nale, terwijl ze met een meisje meedanst en Taen alleen laat bij de andere kinderen, die haar zo nu en dan nieuwsgierige, maar lachende blikken toewerpen.
"Euh, Nale..." hakkelt Taen zachtjes, terwijl ze naar de nieuwsgierige kinderen kijkt. Ze voelt zich duidelijk wat ongemakkelijk en weet zich geen houding te geven.
Nale is echter al buiten gehoorsafstand.
"Waarom zijn ze dan zo vriendelijk?" vraagt Taen, terwijl ze achter Nale aanloopt. "En hoe lang ben je van plan om in Mare te blijven?"
"Zo zijn ze altijd geweest," roept Nale boven het gezang van de kinderen uit. "We blijven zolang als nodig is! Je wilt toch nog niet weg?"
"Nou... eigenlijk wel," mompelt Taen nauwelijks hoorbaar, terwijl ze met de groep mee richting het dorp sjokt. Ze vind het maar niks, al die actieve kinderen.
Als ze dichter bij het centrum komen, loopt een jonge vrouw op Taen af. Eigenlijk is ze niet veel ouder dan een meisje, misschien een jaar of negentien. Ze glimlacht als ze ziet hoe ongemakkelijk Taen kijkt en stuurt dan met een paar vriendelijke woorden de kinderen weg.
"Ze zijn soms erg enthousiast," zegt ze verontschuldigend. "Een beetje té als je het mij vraagt."
Nale is opgevangen door enkele oudere vrouwen een tiental meter verderop.
Taen glimlacht dankbaar naar het meisje voor haar, die eigenlijk nauwelijks ouder is dan zijzelf.
"Tja, als ik hier zou wonen, zou ik er ook behoorlijk gek van worden af en toe," zegt ze vriendelijk.
"Och, het valt wel mee. Ik ben Valk."
Het meisje steekt haar hand uit.
"Taen," zegt Taen glimlachtend, terwijl ze de hand aanpakt.
"Woon je hier al lang?" vraagt ze daarna wat onhandig.
Valk knikt.
"Ja, ik ben hier opgegroeid. Ik ben zelfs nog nooit buiten het dorp geweest!"
"Echt waar?" vraagt Taen verbaasd. "Zou je dan niet willen reizen? De wereld ontdekken?"
Even denkt ze terug aan al haar reizen en de vreemde plaatsen die ze heeft bezocht.
"Lijkt mij maar niks, altijd dezelfde plek," zegt ze daarna, een beetje peinzend.
Valk lacht. "O, maar ik zei niet dat ik nooit heb gereisd! Ik zei alleen maar dat ik nooit buiten dit dorp ben geweest."
"Nooit het dorp uitgeweest, maar wel gereisd?" vraagt Taen, die begint te vermoeden dat er magie in het spel is.
Valk grinnikt.
"Je bent een droomwever, nietwaar? Beter dan ieder ander moet jij dan weten dat daar niets vreemd aan is."
"Jawel...," hakkelt Taen een beetje,"maar ik had niet gedacht dat j- euh, dat we hier in Mare magiërs zouden aantreffen." Even is ze stil, hopend dat Valk niets in de gaten heeft gehad. Daarna kijkt ze het meisje vragend aan.
"Hoe weet jij dat ik een Droomwever ben? Is het zo duidelijk te zien?"
Valk lacht. "Wees maar niet bezorgd, buiten Mare zal niemand aan je zien dat je een droomwever bent, tenzij je dat zelf zegt natuurlijk. We zijn hier gewoon een beetje anders. Maar magiërs zijn we niet."
"Maar als je geen magiër bent, wat ben je dan?"
"We hebben geen naam voor onszelf. Dat we uit Mare komen zegt vaak al genoeg voor de mensen die Mare kennen," antwoordt Valk.
"Ik ken Mare nauwelijks. Hoe zou je het dan uitleggen als mensen zoals ik? Mensen van buiten Mare?"
Taen is duidelijk niks wijzer geworden uit het antwoord van Valk.
Valk lacht naar Taen.
"Heb je honger? We kunnen we eerst eten. Zijn er dingen die je erg lekker vindt? Heb je een lievelingsgerecht?"
Taen kijkt het meisje met enige achterdocht aan.
"Probeer je mijn vraag te ontwijken of wil je het door middel van eten uit gaan leggen?"
Valk grijnst enkel. Blijkbaar houdt ze wel van enige geheimzinnigheid.
Taen rolt even met haar ogen en geeft zich dan gewonnen.
"Eten klinkt goed."
"Geen lievelingsgerecht?" zegt Valk, ietwat beteuterd. "Saai hoor." Dan knipoogt ze.
Taen haalt haar schouders op.
"Niet echt, nee.
Valk twijfelt even, denkt diep na en grijnst dan.
"Kom maar mee."
Ze gaat Taen voor naar de rand van het dorp, waar ze een poort door gaat. Meteen staat ze in een grote tuin, waar, op een open plek, een picknickkleed ligt. Er staat een mand met brood, verse vruchten en een paar flessen sap. De tuin komt Taen merkwaardig bekend voor. Het lijkt precies de tuin van het Kasteel van de Zeven Wouden te zijn.
Verbaasd kijkt Taen om zich heen.
"Wat is dit? Hebben jullie de complete kasteeltuin nagebouwd?"
"Nagebouwd is niet direct het woord dat ik zou gebruiken," zegt Valk, terwijl ze naar het kleed ligt.
"Wil je iets te eten?" vraagt ze dan, terwijl ze met een dun mesje een appel in stukken begint te snijden.
Zwijgend pakt Taen een schijfje appel aan. Niet nagebouwd? Wat dan wel?
Ze kijkt nieuwsgierig om zich heen. De tuin blijkt tot in de details zo te zijn als ze zich herinnert. Opnieuw dwalen Taens gedachten naar Céline. Hoe zou het leven in de hoofdstad haar bevallen? Vast wel goed, maar aan de andere kant... Céline houdt van avontuur, misschien voelt ze zich wel opgesloten. Taen grinnikt. Ja, Céline houdt van avontuur, dat bewezen de gebeurtenissen in de Zeven Wouden wel. En van Céline dwalen Taens gedachten naar het laatste Woud waar ze met z'n allen waren en het gevecht dat daar plaats vond.
Plotseling hoort Taen hoe Valk verschrikt inademt. Als ze opkijkt, ziet ze dat de kasteeltuin verandert is in een dreigend, donker Woud.
"Wat heb je gedaan?"
Valk kijkt Taen met grote ogen aan. "Wat heb ík gedaan? Ik heb niets gedaan! Waar zijn we?"
------------------------------