AOLARPG: Herberg "Het Vliegende Paard"

Een herberg aan de grote weg

Na ruim een week hard gewerkt te hebben, is herberg "Het Vliegende Paard" aan de Grote Weg van Torsan, klaar om in gebruik genomen te worden. Mariëtte en Mahina hebben in de kelder een grote voorraad gevonden, bier, wijn, meel, gezouten vlees, gerimpelde appels, er ligt van alles. Ook schoon linnen voor de bedden en stapels borden, kommen en bekers. Met z'n tweeën hebben ze een groot gedeelte van de voorraad verhuisd naar de keuken en het servies schoongemaakt. De bedden in de kamers zijn opgemaakt en de gasten kunnen komen!
Op de grote weg, vlakbij de herberg, is een eenzame jongleur op pad. Kiara is de eerste die bij de herberg aankomt. Zal zij de eerste gast zijn?
Tevreden loopt Mariëtte naar beneden. Ze had de kamers nog een keer gecontroleerd en alles zag er goed uit.
'Ik hoop maar dat er veel gasten komen,' zegt ze tegen niemand in het bijzonder. 'Er is in ieder geval plek genoeg. Even denkt ze er over na om alles nog een keer te controleren, maar dan bedenkt ze zich en loopt ze naar beneden om Mahina te zoeken.
Mahina loopt de keuken in. Er staat soep op een laag vuurtje. Ze pakt een aantal glazen en neemt ze mee naar de bar. "Ik denk dat we er wel klaar voor zijn." Ze kijkt tevreden de herberg rond.
Kiara maakt voorzichtig de deur van de herberg open. Misschien dat ze hier inspiratie krijgt voor een verhaal.
Mahina hoort de deur zachtjes open gaan. Snel trekt ze haar kleren recht en kijkt nog snel of alles echt goed ligt. Ze kijkt nieuwsgierig naar de deur. "Hopelijk de eerste klant", mompelt ze zachtjes.
Kiara loopt naar de bar. 'Sorry, heeft u een slaapplaats voor me?'
"Goedendag. Natuurlijk hebben wij een slaapplaats voor u. Zou ook een maaltijd willen nuttigen, dan zorgen wij dat alles in gereedheid wordt gebracht. " Mahina kijkt een beetje zenuwachtig en voelt hoe haar wangen een beetje rood begint te gloeien. Eindelijk een eerste klant.
'Wat betaal ik per dag voor een kamer en drie maaltijden? Ik weet nog niet hoe lang ik blijf,' zei Kiara.
Ze sprong van haar ene voet op haar andere.
Mariëtte hoort stemmen als ze verder loopt. Al snel heeft ze door dat dat hun eerste gast moet zijn.
' Mahina doet het erg goed .' Ze glimlacht even naar de gast en loopt zonder te storen verder naar de keuken.
"Dat is 4 bronzen geldstukken." Ze hoort de deur naar de keuken open en dicht gaan. "Zal ik er al voor zorgen dat uw kamer in gereedheid wordt gebracht."
Kiara knikt. 'Kan ik betalen als ik weer vertrek? Of moet ik vooraf betalen?'
"Graag vooraf." Ze pakt een kistje dat op slot kan.
Kiara knikte.
'Hoeveel kost een week? En kan ik nog bijboeken?'
"Een hele week kost je 25 koperen geldstukken of 1 zilverstukken en 5 koperstukken. Jij kunt ten allen tijden je verblijf verlengen."
Kiara graaide in haar zaken en haalde drie zilverstukken tevoorschijn.
'Sorry, ik heb niet kleiner.'
"Dat maakt niet uit. " Mahina geeft het wisselgeld terug. "Als u zo vriendelijk wilt zijn mijn te volgen dan wijs ik uw kamer aan." Ze loopt naar de trap en loopt naar boven. Bij de tweede kamer rechts blijft ze staan. Ze doet de deur open. Een bed staat netjes klaar een deken ligt er op. Op het kastje naast het bed staat een kaars die al brand. "Dit is uw kamer."

'Oké, dank u,' knikte Kiara. Ze liep de kamer in en keek rond.
'Is er nog iets wat ik moet weten? Regels of zo,' vroeg ze aan Mahina.

"De standaard regels. Gedraag fatsoenlijk. Het ontbijt is klaar zodra de dag begint te dagen, maar als u wilt kunt u tegen die tijd ook wakker gemaakt worden."

'Als u dat zou willen doen, graag,' knikt Kiara.

Zo komt de eerste gast in herberg "Het Vliegende Paard".
In de keuken luistert Xinthia mee naar het gesprek, waarna ze aan Mariëtte vraagt: "Blijven wij voorlopig ook nog? Mahina kan vast wel wat hulp gebruiken en... misschien zijn er hier nog wel meer dingen te ontdekken dan een volle kelder en een huisgeest."

"Ik denk dat ik voorlopig nog wel wil blijven om te helpen," antwoordt Mariëtte op Xinthia's vraag. "En ik wil misschien de omgeving wat verkennen, want ik ben hier nog nooit geweest."

"Goed idee," stemt Xinthia in. "Nu?"
'Ik denk dat ik nu best wel kan beginnen, voorlopig heeft Mahina denk ik geen hulp nodig. Ga je ook mee?'
"Natuurlijk," lacht Xinthia. "Ga maar voor."
'Oké,' zegt Mariëtte tegen Xinthia. 'Ik zeg even tegen Mahina dat we weg gaan.' Als ze dat gedaan heeft loopt Mariëtte de deur uit en slaat ze een klein weggetje in, dat waarschijnlijk alleen door dieren wordt gebruikt.
Achter de herberg is de begroeiing dichter dan langs de rest van de grote weg. Misschien scheelt het dat ze iets van de weg afzitten. Mariëtte ziet een paar palen in de grond staan alsof de vorige herbergier een kippenren met kippen had, of een konijnenhok of iets dergelijks.
Verbaasd kijkt Mariëtte naar de palen. Dat zouden nu ook weer kunnen, denkt ze bij zichzelf. Dat moet ik later maar aan Mahina vertellen. Dan kijkt ze even om zich heen, op zoek naar herkenningspunten, zodat ze de weg weer terug kan vinden. Vlakbij staat een dikke boom, waarschijnlijk een eik. Dat moet ik wel kunnen onthouden. Rustig loopt Mariëtte een stukje verder en kijkt ze vrolijk om zich heen.
Een echt bos wordt het niet. De begroeiing blijft laag en Mariëtte kan een flink eind in de verte kijken. Tegen de westelijke horizon tekenen zich de contouren van een stad af, verder is er niets bijzonders te zien. De grote weg, iets noordelijker, lijkt vooralsnog leeg te zijn.
"Weet jij welke stad dat is?" vraag Mariëtte aan Xinthia, terwijl ze rustig verder loopt.
"Nobles? Volgens mij wel," zegt Xinthia twijfelend.
Mariëtte loopt nog een klein stukje verder, totdat ze bij een soort open plek komt. Daar gaat ze op het gras zitten.
"Even uitrusten hoor," zegt ze tegen Xinthia. Rustig kijkt ze om zich heen. Er groeien verschillende dingen die ze nog nooit eerder heeft gezien. Mariëtte zucht.
"Ik zou willen dat het overal zo was."
"Zeker weten," antwoordt Xinthia. "Maar als je goed om je heen kijkt, ís het ook overal mooi."
Mariëtte glimlacht en ademt diep in.
"Zullen we maar weer verder gaan?" vraagt ze aan Xinthia.
"Is goed, waar wil je nog meer gaan kijken?"
Op dat moment ziet Mariëtte even verderop een meisje lopen. Ze heeft dure kleding aan en een paard aan de hand, maar ze ziet er iets verdwaald uit.
Lelie was nu al 3 dagen van haar huis weg. Haar brood was voor de helft opgegeten en in haar potje met vet zat ook niet veel meer. Gister was ze langs Nobles gereden. Nu liep ze naast haar paard, want deze moest ook wat rust krijgen. Ze kwam bij een klein stukje bos uit en had geen idee waar ze was. Wat ze wel wist was dat dit stukje bos heel mooi was, er hing een heerlijke rustige sfeer.
Ze keek om zich heen en opeens zag ze verderop twee mensen staan. Verschrikt bleef ze stilstaan.
Mariëtte kijkt even vragend naar Xinthia, maar besluit dan naar het meisje toe te lopen. Ze probeert vriendelijk te glimlachen en wacht dan op de reactie van het meisje.
Lelie doet een stap naar achteren als het meisje met het zwarte haar op haar afkomt. Als het meisje glimlacht ontspant ze zicht toch een beetje.
"Ahm," begint ze, "H-hoi."
"Hoi," zegt Mariëtte aarzelend. Ze weet niet zo goed wat ze moet doen, maar dan stelt ze zichzelf voor. "Mijn naam is Mariëtte." Nieuwsgierig wacht ze op een reactie.
Lelie steekt haar hand uit. "Ik ben Lelie." Zegt ze zelfverzekerd. "En wie is je vriendin?" Vraagt ze terwijl ze wijst naar het meisje dat achter Mariëtte staat.
"Kun je mij zien dan?" vraagt Xinthia verbaasd.
"Ja," zei Lelie,"Hoezo vraag je dat?" Nu was Lelie nogal verward.
Xinthia zegt niets, maar kijkt naar Mariëtte.
Lelie wacht nog even af maar er wordt niks gezegd.
"Hoezo?" Vraagt ze nog een keer.
"Wel, de meeste mensen kunnen haar niet zien," zegt Mariëtte aarzelend. "Ik weet niet precies hoe ik het uit moet leggen. Ze is een soort van schim."
"Oh, Oke." Zegt Lelie, hoewel ze het meisje niet helemaal gelooft. "Heeft ze ook een naam? Of hebben schimmen geen naam?" Vraagt ze dan toch maar omdat ze toch wel nieuwsgierig is.
Mariëtte glimlacht even. Stom dat ze dat niet eerder gezegd had.
"Ze heet Xinthia," antwoordt ze vrolijk.
"Leuk jullie te ontmoeten." Zegt ze. Ze lacht naar het meisje en de schim. "Waar komen jullie eigenlijk vandaan?" Vraagt ze dan, ondertussen haalt ze het harde brood uit haar tas. "Stukje?" Vraagt ze.
"Aangenaam," mompelt Xinthia, waarna ze zwijgt, alsof ze verlegen is.
"Nee, dank je," zegt Mariëtte tegen Lelie. "Ik heb daarnet nog gegeten." Daarna aarzelt ze even, doordat Xinthia zo stil is, maar gaat ze toch verder.
"We hebben daarnet een stuk gewandeld in het bos, maar we waren eigenlijk niet zo veel aan het doen." Dan bedenkt ze dat ze nog niet weet waar Lelie naar toe gaat. "En jij?" vraagt ze nieuwsgierig.
Lelie weet niet zeker of ze het meisje en de schim wel in vertrouwen kan nemen. Ze aarzelt even maar verteld dan toch maar wat ze van plan is.
"Ik woon," begint ze, "of woonde, ten oosten van Nobles. Ik ben min of meer van huis gegaan. Nu ben ik op zoek naar een onderkomen, en een baan." Ze scheurt een stukje van het harde brood af en begint er langzaam op te kauwen.
"Er is een herberg hier vlakbij," zegt Mariëtte. "Daar komen wij ook net vandaan en er is nog wel plek denk ik."
Lelie's gezicht klaart op.
"Echt?" Vraagt ze, maar op antwoord wacht ze niet. Ze stijgt op en vraagt aan Mariëtte: "Wil je soms achterop?"
"Dat is goed," knikt Mariëtte. Maar dan bedenkt ze zich opeens iets. "Eh, Xinthia moet natuurlijk ook mee dan. Hoe werkt dat eigenlijk, kan je op een paard zitten?" Vragend kijkt ze Xinthia aan.
"En anders lopen ik en Xinthia gewoon terug en dat zien we je straks wel."
"Nee," zegt Lelie terwijl ze afstijgt, "dat vind ik niet gezellig. Ik loop ook gewoon mee." Ze pakt haar Merrie bij de teugels en gaat naast Mariëtte staan.
"Welke kant op?" Vraagt ze.
"Volgens mij kwamen we van die kant," zegt Mariëtte terwijl ze wijst op de plek achter haar.
"Iets naar links en dan gewoon rechtdoor," fluistert Xinthia in Mariëtte’s oor. Maar meteen is ze weer stil.
Rustig loopt Mariëtte de kant op die Xinthia haar aanwees. Maar ondertussen vraagt ze zich toch af waarom Xinthia zo stil is.
"Laten we maar gaan," zegt ze tegen Lelie
"Oké." Zegt Lelie en ze loopt achter het meisje en de schim aan. Na enige tijd van lopen door het prachtige landschap merkt ze op: "Wat is het hier opeens stil."
Mariëtte aarzelt even, maar stopt dan met lopen.
"Vreemd," zegt ze. "Ik geloof niet dat dat op de heenweg ook al zo was. Laten we maar snel doorlopen."
Plotseling is Xinthia ook verdwenen. Écht weg. Ze reageert ook niet als iemand haar roept.
Ongerust kijkt Mariëtte om zich heen, terwijl ze zo snel mogelijk verder loopt. Nog even kijkt ze achterom, maar ze ziet niemand.
"Het jij iets gezien?" vraagt ze aan Lelie.
Lelie kijkt nog een keer goed om zich heen.
"Nee," Zegt ze,"hoe kan dit nou opeens?" Verward draait ze zich nog een keer om.
"Xinthia?" Roept ze bibberig.
Xinthia antwoordt niet.
Lelie snapt er niks meer van, verward loopt ze rond en kijkt lang de bomen en in de bosjes. Er is niemand te zien, of eigenlijk, er is geen schim te bekennen.
"Hè!" Roept ze uit. "Snap jij dat nou?" Vraagt ze aan Mariëtte.
"Ik snap er nog minder van dan jij," antwoordt Mariëtte. "Misschien moeten we maar gewoon doorlopen naar de herberg. Over Xinthia hoeven we ons denk ik geen zorgen te maken. Wat vind jij?"
"hmmm," Mompelt Lelie, "ja. Ze zal vast wel wijs genoeg zijn om het uit te vinden ofzo?" Verslagen kijkt ze nog even rond, maar loopt dan toch verder. "En ik heb geen idee hoe we het hier kunnen oplossen." Merkt ze op.

De avond valt. Blijkbaar hebben ze langer gelopen dan ze dachten, maar gelukkig wordt de omgeving vlakker. Er zijn nog amper bomen, maar voor hen strekt zich een golvend graslandschap uit. Achter hen is, in de verte, de Grote Weg te zien, maar het is duidelijk dat ze die niet meer voor de nacht zullen bereiken, laat staan de herberg. Als ze weer naar het landschap kijken, valt het Mariëtte plotseling op dat de lucht rond verdergelegen rotsen schitterd, vreemd genoeg.
Lelie ziet Mariëtte naar de bergen kijken. Ze had er eigenlijk niet op gelet, ze was eerder bezorgd waar ze moesten slapen. Maar bij de bergen glinsterde iets.
"Wat is dat?" Vroeg ze aan Mariëtte, Lelie realiseerde zich dat ze bij deze eerste ontmoeting heel veel vragen stelde.
Plotseling horen ze allebei zacht, maar onmiskenbaar: "H-hallo?"
"Ik weet het niet," fluistert Mariëtte naar Lelie, terwijl ze nog steeds naar de bergen staart. Het meisje schrikt op als ze plotseling een stem hoort. Het klonk zachtjes.
"Hoorde jij dat ook," vraagt ze aan Lelie. "Weet je waar het vandaan kwam?" Mariëtte aarzelt even wat ze het beste kan doen.
"Is daar iemand," roept ze dan.
"Mijn naam is Floortje," begon het meisje langzaam.
Lelie zet grote ogen op. Waar kwam dat nou vandaan? Ze kijkt om zich heen maar ziet niemand. Ze rent een stukje terug, niemand. Ze krijgt een akelig gevoel in haar maag.
"Hallo! Wie is daar?" Roept ze in het niets.
'Wat was dat?' denkt ze als ze nog eens goed om zich heen kijkt.
Ook Mariëtte kijkt verbaasd om zich heen. Ze ziet niemand, maar ze weet zeker dat ze iets heeft gehoord.
'Ik ben Mariëtte.' Aarzelend loopt ze een stukje verder. Misschien laat de persoon zich nu zien.
"Mariëtte," ze zuchtte even. Hoe belachelijk moest het volgende klinken?
"Geloof je in magie?"
"Ik weet het niet," aarzelt Mariëtte. "Een beetje" Ze wist niet zo goed wat ze op zo'n vraag moest anwoorden.
"Magie bestaat," zei Floortje zachtjes. "En ik ben gevangen genomen door mijn magie
Nu begon Mariëtte het toch wel een beetje raar te vinden.
"Hoe bedoel je dat?" vroeg ze nu maar.
"Ik snap er zelf ook weinig van," zei Floortje zachtjes. "Een paar maanden geleden was ik nog gewoon een meisje, maar alles heeft zich tegen me gekeerd. Ik ben gevangen genomen door struikrovers die ik probeerde af te weren."
"Struikrovers?" Nu begon Mariëtte een beetje angstig om zich heen te kijken. Ze had veel verhalen over struikrovers gehoord, maar om er nu een tegen te komen. Dat was toch wel weer iets anders. "Ze zijn hopelijk niet in de buurt hè?" Nog steeds keek ze vluchtig om zich heen, maar ze zag verder niets.
"Ik heb geen idee," bekende de stem in haar hoofd eerlijk. "Maar wat ik wel weet is dat jij het dichtst bij me bent."
"Oké," zei Mariëtte tegen zichzelf. Ze begon zich af te vragen wat ze nu moest doen. Ze zo natuurlijk kunnen proberen het meisje te helpen, maar ze zou ook terug kunnen gaan naar de herberg, als ze tenminste nog wist waar de herberg was.
"Weet je waarom de struikrovers je gevangen hebben genomen," vroeg ze het meisje.
Plotseling verschijnt Xinthia weer. Ze ziet er slecht uit en is bijna doorschijnend. "Zwart... ridder... herberg." Ze is slecht verstaanbaar en de drie meisjes kunnen maar een paar woorden verstaan. Nog voor ze kunnen vragen wat Xinthia bedoelt, is ze opnieuw verdwenen.
"Xinthia," roept Mariëtte nog. "Wacht." Ze zucht en begint zich af te vragen waarom dit op zo'n moeilijke manier moet.
"We moeten terug naar de herberg," mompelt ze tegen zichzelf. Dat moeten is een beetje overdreven, maar eigenlijk is Mariëtte wel een beetje nieuwsgierig geworden. Alleen is er nog iets dat haar tegen houdt. De andere persoon die in gedachten met haar sprak. "Weet jij iets af van een ridder, of iets met zwart," vroeg ze nu. Zelf had ze namelijk geen idee wat Xinthia bedoelde.
"Ik denk dat we die kant uit moeten voor de herberg," vertelde ze Lelie. Ze was niet helemaal zeker van haar keuze, maar er zat niet veel anders op. "Wat vind jij dat we moeten doen?"
"Zwarte ridder...?" Floortje denkt hardop na. "Ik heb geen zwarte ridders gezien, de laatste tijd." Eén tel lang ziet ze in een visioen terug hoe Twinblade wordt vermoord, voor haar ogen. "Op Sanguin na, dan."
"Sanguin," vraagt Mariëtte zich af. "Wat is een zwarte ridder eigenlijk?" Nu begon ze terug te denken aan de woorden van Xinthia. Misschien bedoelde ze helemaal geen zwarte ridder. Misschien bedoelde ze alleen een ridder en was het zwart iets anders. In ieder geval had ze de herberg duidelijk genoemd, dus kon ze het beste daar heen gaan. Rustig begon Mariëtte te lopen in de richting die ze daarnet had aangewezen.
Floortje dacht even na. Misschien waren er mensen in de herberg die haar konden helpen.
Als Mariëtte en Lelie in de door de eerste aangewezen richting lopen, merkt Floortje dat ze in gedachten gemakkelijk bij hen kan blijven. Het lijkt erop dat ze niet aan afstand gebonden is... voorlopig. Helaas heeft ze nu niet de tijd om er verder over na te denken, want de herberg komt in zicht. Ze zijn inderdaad goed gelopen.