AOLARPG: Kyrdaths bossen

De bossen nabij Kyrdath worden vaak door de koninklijke familie als jachtterrein gebruikt.

Het voorafgaande: Nadat Arutha Céline en Rodan heeft gevraagd mee te gaan jagen, zijn de voorbereidingen snel getroffen. Als Romalde ziet dat ze op het punt staan te vertrekken, zadelt ze haar eigen paard en voegt zich snel bij de groep. Ook Anders heeft toestemming gevraagd mee te mogen rijden. In het bos verwdijnt Arutha echter plotseling. Het enige spoor dat de groep kan vinden is een sleepspoor dat helaas nergens naar toe leidt. In tegendeel, het houdt op een gegeven moment gewoon op. Andere sporen zijn er niet. Uiteindelijk rijdt Anders terug naar Kyrdath om versterkingen te halen, terwijl Céline, Rodan en Romalde in het bos blijven.

Ongeveer een mijl verwijderd van de plek waar Arutha is verdwenen en waar Céline, Rodan en Romalde nu zijn, loopt Shasvre door het bos. Hij heeft de anderen nog niet opgemerkt en zij hem evenmin, maar zoals het er nu naar uit ziet, is dat slechts een kwestie van tijd.
Dicht bij Rodan loopt Romalde door het bos. Nu er geen anderen meer bij zijn, druipt haar heldhaftigheid met een aanzienlijk tempo van haar af. Het valt haar opeens op hoe donker het bos eigenlijk is.
Shasvre loopt alleen door de bossen, na een tijdje ziet hij 3 mensen lopen en gaat ze van dichterbij bekijken. Behoedzaam loopt hij dichterbij, als hij 5 meter van ze vandaan is, stapt hij pe rongeluk op een takje.
Snert! Wat was dat? denkt Romalde.
"Rodan. Psst! Rodan!" fluistert ze zachtjes. "Hoorde jij dat ook?"
Op haar hoede kijkt ze om zich heen.
Shit! vloekt Shasvre in zijn gedachten en hij verschuilt zich achter een boom.
Te laat, Romade ziet Shasvre als eerste en een tel later ziet ook de rest van de groep hem, hoewel ze goed moeten kijken om hem tussen de bomen te kunnen onderscheiden.
Shasvre, kijkt op en ziet dat ze hem hebben gezien. Shasvre doet zijn wapen weg en loopt langzaam naar ze toe. Hij zegt tegen ze: 'Uhm, het spijt me dat ik jullie liet schrikken, maar het is hier redelijk gevaarlijk en zeker als je alleen bent. Ik heb geen kwaad in de zin, ik woon hier zo'n beetje.'
Romalde kijkt hem met een schuin hoofd aan, zich afvragend waarom hij liegt. Hij lijkt haar niet onaardig. Eerder veranderd. Alsof hij niet altijd zo was.
Licht geirriteerd zegt Shasvre: 'Gaan jullie je nog voorstellen of gaan we hier lekker lang blijven staan en elkaar aanstaren?'
Romalde lijkt niet aangedaan door de plotselinge omslag in de vreemde jongen zijn gedrag.
"Jij hebt je anders ook nog niet voorgesteld." Zegt ze rustig, waarna ze haar hand uitsteekt.
"Romalde." Zegt ze.
Shasvre schudt de hand en zegt weer rustig:'Ik ben Shasvre Vladrion, dat is voorlopig genoeg om te weten over mij en dat ik jullie geen kwaad wil doen, het spijt me als ik geprikkeld overkwam, maar ik heb twee dagen niet geslapen.'
Shasvre gaapt uitbundig en zegt: 'Woops, sorry voor dat.'
Rodan vertrouwt Shasvre niet, omdat het duidelijk is dat hij iets achterhoud. Rodan houd afstand van hem als hij zijn hoofd knikt. "Rodan"
Zou deze jongen soms iets te maken hebben met de verdwijning van Arutha? Hij kijkt opzij naar Romalde om uit haar blik op te maken hoe zij over de persoon tegenover hen denkt.
Céline had zich even afstandig gehouden, maar steekt nu ook haar hand uit. "Ik ben Céline." Ze besluit het hier even bij te houden, ze weet nog niet of het verstandig is om de ander te vertellen dat ze Arutha's aanstaande is. Terwijl ze onbewust met de hanger om haar nek speelt, probeert ze uit de houding van de ander, Shasvre zei hij toch?, af te lezen wat hij van plan is.
"Je zei dat je in het bos woont? Is hier een nederzetting in de buurt?"
Terwijl ze wacht op Shasvres antwoord, merkt Céline dat er geen dreiging van hem uitgaat. Hij mag dan geheimzinnig zijn en het is nog niet geheel duidelijk of hij te vertrouwen is, maar gevaarlijk is hij niet. Niet op dit moment althans.
Shasvre schud de hand van Céline.
'Tja, wonen is niet het goeie woord, ik woon overal en nergens, ik loop vooral rond en mijd steden en dorpen, af en toe kom ik wat mensen tegen. Maar ik heb nog nooit een nederzetting gezien.' Antwoord Shasvre.
Ondertussen observeert hij Romalde, Rodan en Céline is goed.
Er valt hem niet bijzonders op. De drie zijn uitgerust voor een soort trektocht, dat is alles.
'Wat doen jullie eigenlijk in het bos als ik vragen mag? Vraagt Shasvre.
Romalde vangt Rodans blik op. Haast onmerkbaar schudt ze haar hoofd. Als Shasvre vraagt wat ze in dit bos doen, loopt ze naar Rodan toe.
"We zijn gisteren getrouwd. We wouden er even tussenuit, met ons tweetjes. Céline is onze bediende." Ze werpt een verontschuldigende blik op de andere vrouw in het gezelschap, die niemand opmerkt. Ze buigt sensueel naar Rodan toe terwijl ze doet alsof ze hem op zijn wang zoent.
"Hij doet niets." Fluistert ze zachtjes in zijn oor.
Céline kijkt van haar mooi versierde kleding van duidelijk goede kwaliteit, naar de minder dure kleding van Romalde.
Jaja, alsof hij dat gelooft... Nouja, laat ik maar meespelen.
Ze stapt iets naar achter zodat ze schuin achter de andere twee staat en kijkt bedeesd naar de grond.
Romalde ziet Céline naar haar kleding kijken en beseft dan dat het inderdaad niet zo'n geweldige smoes was.
"Ehm, we proberen zo min mogelijk op te vallen, zie je. Vandaar de kleding." Ze glimlacht.
"Céline daarintegen vond het nodig om er duur uit te zien." Ze kijkt naar Céline en legt verontwaardigdheid in haar stem, terwijl ze nogmaals verontschuldigend kijkt.
Shasvre kijkt verbaasd.
'Ja, het zal wel, ik moet zeggen dat ik het niet echt geloofwaardig vind, maar ik zal het op het moment maar moeten aannemen.'
Shasvre pakt een tak van de grond en begint er met zijn mes een punt aan te snijden.
Terwijl Shasvre bezig is met de tak werpt Céline een boze blik op Romalde. Hij zegt gewoon waar het op staat en wat doen wij? Doet zíj? Liegen... En nog ongeloofwaardig ook. Ugh. Ménsen. Ze besluit dat deze woudloper hen misschien wel kan helpen en heeft geen zin om te wachten tot Romalde misschien weer eens een keertje wat onderneemt, om het dan waarschijnlijk nog verkeerd te doen ook.
"Het spijt me dat ik u weer stoor, maar is u in de afgelopen week toevallig iets vreemds opgevallen? Mensen die eerder niet langs zijn gekomen?" Ze doet haar best de toon van een bediende aan te slaan.
'Poeh, daar vraag je me wat' Antwoord Shasvre.
Daar moet ik is even over nadenken. Shasvre gaat op de grond zitten en begint in zijn geheugen te zoeken naar verdachte mensen of verdachte dingen.
Er schiet Shasvre niets bijzonders te binnen.
Shasvre doet zijn ogen weer open en zegt: 'Nee, het spijt me ik heb niks verdachts gezien.'
Op het moment dat Romalde zegt dat zij pas met Rodan is getrouwd, moet hij moeite doen om zijn gezicht strak te houden. Ook al lijken Romalde en ook Céline Shasvre wel redelijk te vertrouwen, Rodan heeft nog steeds een vreemd gevoel over de man voor hem. Vooral de zin dat is voorlopig genoeg om te weten over mij blijft door zijn hoofd spoken. Natuurlijk hoef je niet meteen aan vreemden je hele levensverhaal te vertellen, maar toch vind Rodan dit wel verdacht. Daarom vind hij de smoes van Romalde nog wel acceptabel. Zeer ongeloofwaardig dat wel, maar als de man voor hen iets achter houd ziet hij niet in waarom zij over hun zoektocht naar Arutha moeten praten.
Aan de andere kant, hij liep nu in het bos samen met Céline en Romalde. Arutha was best sterk en kon zeer goed vechten, dus als iemand hem had ontvoerd en ze zouden hem moeten bevrijden, zou een extra mankracht wel welkom zijn. Het zou voor Rodan vrijwel onmogelijk zijn om Céline en Romalde te beschermen en ook nog eens een poging te doen om Arutha te vinden. Hij neemt Shasvre even in zich op. Hoewel hij niet heel erg gespierd is, ziet de man voor hem eruit of hij al vaak gevochten heeft. Het zou fijn zijn om hem aan zijn zijde te hebben als ze in een gevecht terecht zouden komen, maar Rodan is er nog niet helemaal zeker over of hij hem echt kan vertrouwen.
"Dat is fijn om te weten," reageert Rodan dan op Shasvre. "Met de uitdossing van Céline hier zijn we een beetje op onze hoede voor rovers. Als er iets gebeurt kan ik mijn vrouw wel beschermen," hij slaat zijn arm om Romalde heen, "maar dan zou ik niets kunnen doen voor onze bediende, waar we toch ook wel op gesteld zijn. Zou u anders met ons mee willen gaan om haar te beschermen? Ik zal u goed belonen voor uw diensten."
Shasvre, kijkt Rodan aan.
'Ik wil best meegaan met jullie, om jullie "bediende" helpen te beschermen. Hij legt extra nadruk op bediende en kijkt Céline even aan. 'Ik ben al veel te lang alleen geweest, dus wat gezelschap voor de verandering is fijn voor mij.'
Romalde moet haar best doen om niet rood aan te lopen als Rodan zijn arm om haar heen slaat.
Goed idee. Moet ze hem nageven, om Shasvre te 'rekruteren'.
Glimlachend slaat ze haar arm om de middel van Rodan, die haar nog steeds vast houd.
Als dat geregeld is, zit er voor de groep niets anders op verder te trekken, verder te zoeken eigenlijk. Ze moeten tenslotte nog steeds een kroonprins vinden.
"Ehm," begint Romalde, "laten we vooral verder gaan." Om een voorbeeld te stellen loopt ze, Rodans hand vasthoudend zodat die ook mee moet lopen, verder het bos in. Inwendig zucht ze. Ze begint zichzelf te haten voor het feit dat ze gelogen heeft tegen een wildvreemde. Liegen kon ze nooit goed tegen, en nu deed ze het zelf.
Shasvre knikt even. 'Wat zoeken jullie eigenlijk in het bos?' Vraagt Shasvre, die toch wel nieuwschierig is naar deze mensen.
"Zoals Romalde al zei, we zijn pas getrouwd en we wilden even van de natuur genieten." Het lijkt Rodan verstandig om voorlopig nog niets over Arutha te vertellen, alhoewel het drietal wel met een reden voor hun zoekgedrag zou moeten komen. Even kijkt Rodan naar Romalde en Céline in de hoop dat zij een goede reden weten. Anders zouden ze er alsnog over moeten denken om de waarheid te vertellen, al lijkt het Rodan dan wel zo verstandig om niet te zeggen wie Arutha precies is.
'Tja, dan moet ik dat moor voorlopig geloven.' zegt Shasvre en hij kijkt een beetje wantrouwend naar het drietal.
'Nou ik zou zeggen dat we van deze plek weggaan, want het heeft niet veel nut om hier de hele dag te blijven staan, zeg maar waar jullie naar toe willen, ik volg wel.'
Rodan probeert onopvallend rond te kijken of hij nog ergens aanwijzingen ziet, welke kant Arutha op gegaan zou kunnen zijn.
Shasvre pakt zijn schrijfveer en zijn inkt en krabbelt wat op een rol perkament.
Ik weet niet of ik deze mensen kan vertrouwen, voor mijn gevoel vertellen ze me niet de waarheid, hoewel ik ook niet de waarheid vertel maar dat wil ik liever voor mezelf houden. De leugen die ze me vertelden over wie ze zijn komt niet echt goed over.
Romalde ziet Rodan zoekend rondkijken naar sporen en om hem daar de tijd voor te geven trapt ze 'per ongeluk' haar schoen uit.
"Oeps!" Roept ze zachtjes, en neemt alle tijd om haar schoen weer aan te trekken, wachtend op een teken van Rodan of hij iets gezien heeft.
Rodan ziet geen enkel spoor, zelfs zijn eigen voetstappen niet.
Na het schrijven van het stukje, wil Shasvre het stukje perkament weg stoppen, maar laat het per ongeluk vallen, met de beschreven kant naar boven.
Als de man tegenover Rodan zijn stuk perkament laat vallen, volgt Rodan het meteen met zijn ogen. Hij leest het vluchtig, doet een stap naar voren en geeft het terug aan Shasvre. "Je hebt gelijk. We hebben de waarheid niet verteld, maar net als jij hebben ook wij hier een goede reden voor. Ik denk dat het beter is als je niet exact weet wie we zijn, vooral niet omdat wij nog niet weten of we je helemaal kunnen vertrouwen." Hij kijkt naar Céline of ze misschien toch iets moeten zeggen. Rodan wil niet degene zijn die hen in de problemen werkt, dus laat hij de keuze aan haar over.
Shasvre grist het briefje uit de hande.
'Tja, nu je dit toch hebt gelezen. Kijk ik zal kort iets vertellen, mijn hele naam is Shasvre Vladrion ik ben opgegroeid in in klein gehucht, mijn vader was de leider van het dorp, op m'n 14e is het dorp overvallen en verwoest. Ik en een vriend van mij hebben het overleefd, een jaar later kwamen we een groep rovers tegen. Het was een groot gevecht en ik verloor m'n beste vriend.
Onder het vertellen loopt er een traan geluidloos over zijn wang.
'Dit is in het kort mijn verleden. Nu zou ik graag jullie verhaal horen.'
Romalde kijkt Rodan en Céline aan en begint dan te vertellen. "Mijn volledige naam is Romalde al'Unen. Ik heb geen vaste baan, maar om onderdak te verkrijgen op de plaats waar ik nu ben zing ik liedjes. Ik hoop ooit wat meer te zien van de wereld." Het lijkt haar niet verstandig te vertellen wáár precies de plek is waar ze verblijft. "Op het moment wil ik niet meer kwijt."
Céline heeft de tekst op het briefje niet kunnen lezen, maar kan uit Rodans woorden ongeveer opmaken wat er staat. Ze aarzelt en probeert uit Rodans ogen af te lezen wat hij vindt, maar hij lijkt haar oordeel af te wachten. Terwijl Romalde praat schieten allerlei gedachten door haar hoofd en uiteindelijk schraapt ze haar keel. Hij straalt tenslotte niks gevaarlijks uit...
"Mijn naam is Céline. We komen uit Kyrdath, waar hij," ze knikt naar Rodan, "en ik sinds kort wonen. We zijn op zoek naar mijn verloofde. Hij verdween plotseling tijdens een rit door het bos en we zoeken hem. Helaas hebben we nog geen spoor kunnen vinden."
Shasvre kijkt haar even aan: "Dat is spijtig, ik zal jullie graag helpen met het vinden van je echtgenoot, want ik weet hoe het is om iemand te verliezen." zegt Shasvre vastberaden.
"Verloofde," verbetert Céline de man snel. "Trouwen doen we... binnenkort."
Ze glimlacht en zegt: "Ik ben erg dankbaar dat u wilt helpen zoeken. Heeft u enig idee hoe we dit het beste aan kunnen pakken? We rijden nu al een tijd door het bos, maar er zijn geen sporen te vinden."
Shasvre word een beetje rood "Woops, kleine verspreking. Maar nu even over de verdwijning, had uw verloofde een aantal plekken in het bos waar hij graag kwam? Want dan zouden we daar eerst moeten gaan kijken"
Céline doet haar mond open om te zeggen dat ze zich niet voor kan stellen dat hij vrijwillig weg is gegaan, maar twijfel bekruipt haar. Wat als hij wel zelf weg is gegaan? Wat als hij een gewoon leven wilde leiden en mij bij nader inzien alleen maar vervelend vond? Misschien wíl hij niet gevonden worden...
De twijfel is in haar ogen te lezen terwijl ze verward en beduusd het bos in staart. "Ik..." Ze kijkt Rodan aan en zegt plotseling: "Wat als hij niet gevonden wil worden?"
Shasvre kijkt haar even aan. "Hmm, als hij niet gevonden wil worden, dan is het moeilijk om hem te vinden. Maar zoals ik al zei, heeft hij enige plekken in het bos waar hij vaak komt of kwam?
Hierna gaat Shasvre denken of hij mensen de laatste tijd heeft gezien, apart van de drie voor hem.
"Ik kan me niet voorstellen dat hij niet gevonden wil worden," zegt Rodan als hij Céline aankijkt. "Herinner je je de sporen niet die we gevonden hebben? Ik denk dat iemand of misschien meerdere personen hem hebben overvallen en weggesleept. "
Rodan zoekt nogmaals naar sporen en ziet nog steeds niets. Dan concentreert hij zich op het gezicht van Arutha en mompelt bij zichzelf. "Waar ben je nou.."
Rodan... Arutha's stem is als een zuchtje wind, vluchtig en ongrijpbaar. Na dat ene woord blijft het stil.
"Het is mogelijk dat hij alles in scène heeft gezet, maar dat die kans is erg klein. Kan ik vragen wat voor sporen jullie hebben gevonden?" zegt Shasvre.
"Het leek een geul, alsof... iets of iemand was weggesleept. We konden het echter niet ver volgen," antwoordt Céline, zich onbewust van wat Rodan hoort.
Rodan's hart springt op als hij de stem van Arutha hoort. "Sst, ik denk.." Rodan kijkt Céline indringend aan.
Hij keert zich even af van de groep om minder afgeleid te worden en concentreert zich nogmaals op Arutha. Arutha, waar ben je, waar ben je... Hij herhaalt het een aantal keer en hoopt dat hij weer antwoord krijgt.
Helaas blijft het antwoord uit.
Hoewel Rodans opmerking voor Shasvre erg verwarrend moet zijn, maant Céline hem snel tot stilte. Ze kijkt afwachtend naar Rodan, zonder hem te storen, en hoopt dat hij straks een aanwijzing heeft.
Ondertussen dwalen haar eigen gedachten af naar het gesprek dat ze een week geleden met Taen had. Het leek wel goed met haar te gaan, maar ze had haar niet kunnen helpen en op de een of andere manier voelde dat voor Céline alsof ze in de steek gelaten was. Ze had de afgelopen tijd altijd in haar achterhoofd gehouden dat Taen er was om te helpen als het nodig was, en nu zelfs die niet kon helpen wist Céline niet goed wat ze moest doen. Intussen is ze er nog steeds niet echt aan gewend en ze probeert halfslachtig contact te krijgen met Taen. Ze weet dat het zo niet lukt, dat het de vorige keer alleen maar lukte door een combinatie van geluk en grote concentratie, maar ze kan zich er niet toe zetten om het echt te proberen, bang dat ze nog meer teleurgesteld wordt. Regelmatig kijkt ze naar Rodans gezicht, in de hoop dat hij meer succes heeft dan zij.
Shasvre kijkt verward. "Wat bedoel je met: sst.. ik denk?"
Céline wordt in haar pogingen onderbroken door Shasvre. Ze zucht en kijkt hem indringend aan. "Misschien... dat je stíl moet zijn?" fluistert ze, waarna ze een wijsvinger voor haar lippen houdt.
"Hmm, dat stil zijn lukt wel, alleen wat denkt hij dan te horen...?" Zegt Shasvre
Céline rolt met haar ogen en kijkt even naar Rodan, in de hoop dat hij nog niet afgeleid is door het eindeloze geblaat van hun nieuwe reisgenoot. We hadden hem nooit mee moeten nemen... Hij kan de simpelste instructies nog niet volgen.
Ze zucht nog eens en houdt opnieuw haar wijsvinger voor haar lippen. "Ssst," fluistert ze, "later."
Bah, ik heb nog steeds het gevoel dat ze erg veel voor mij achterhouden, niet dat ik zelf ook niks achterhoud. Mwhja, voor nu laat ik mezelf voor de domme.
"Ok..." Antwoord Shasvre zachtjes.
Romalde kijkt vol verbazing naar Rodan. Wat is hij aan het doen? Vraagt ze zich af.
Rodan baalt en een wanhopig gevoel stroomt in hem. Heel even had hij contact gehad met Arutha, maar niet meer dan zijn naam had hij gehoord. Kon hij toch iets met deze informatie? Waar kwam de stem vandaan.. was het een stem van binnenuit Rodan zelf geweest of kwam de klank van Arutha's stem van een bepaalde kant vanuit het bos? Rodan denkt na. Het was maar kort geweest dat hij Arutha had gehoord, maar misschien lang genoeg. Nogmaals concentreert hij zich op Arutha en vraagt dan in het niets: "Arutha, waar ben je?"
Het blijft stil, zo stil dat het lijkt alsof Arutha helemaal niet meer in het bos is. Of zo snel mogelijk uit het bos verwijderd wordt.
"Shasvre..," zegt Rodan langzaam als hij nadenkt. "Via de weg waar wij gekomen zijn kom je uit in Kyrdath, maar als we nu verder die kant op lopen," hij wijst de richting uit waarheen ze tot nu toe het spoor van Arutha gevolgd hebben, "weet jij waar we dan uiteindelijk uitkomen?"
Rodan probeert te achterhalen of er een plaats is waarheen Arutha gebracht zou kunnen zijn.
'Hmm, ik moet even nadenken.'
Shasvre sluit zijn ogen en denkt na.
'Het zou Stend of 7 Wouden moeten kunnen zijn.
Ah, ja het is zeven Wouden, dat zou kunnen.'
"De zeven wouden..." Nimloth kijkt naar Rodan. "Nou, dat is in elk geval bekend terrein." Ze realiseert zich dat ze dat misschien beter niet had kunnen zeggen wanneer ze zich weer beseft in wiens gezelschap ze zich bevinden, maar nu is het te laat. "Het is de enige hint die we hebben, dus laten we maar snel kijken of we hulp kunnen krijgen in Kyrdath en dan naar de Zeven Wouden gaan, nietwaar?"
'Kan ik vragen waarom Zeven Wouden bekend terrein is?' Vraagt Shasvre die weer nieuwschierig begint te worden Ik heb nu al veel eigenaardigheden aan ze ontdekt.
Rodan begint zich ondertussen te irriteren aan de opdringerige nieuwsgierigheid van Shasvre. "Het is bekend terrein, omdat we daar al eens eerder geweest zijn. Zoals dat meestal is met bekend terrein.." Hij loopt in looppas richting de kant die naar de Zeven Wouden moet leiden. "Kom op, met dit getreuzel hebben we al genoeg tijd verloren."
'Ach ja, stomme vraag natuurlijk, sorry.
Laten we maar gaan.' Zegt Shasvre vrolijk en begint te lopen
Shenjons voorbeeld volgend zet Romalde er ook een stevige pas in.

Uit een van de reisboeken in Kyrdaths koninklijke bibliotheek:
"Ten westen van Kyrdaths bossen ligt het gebied van de Zeven Wouden.
Als men de bossen achter zich laat en één dagreis over de graslanden naar het westen gaat, komt men allereerst in het Oosterwoud.
Een Woud waar wilde verhalen de ronde over doen. Een Woud dat reizigers beter kunnen vermijden. Zodra het Woud in 't zicht komt, reis enkele mijlen naar het zuiden tot men de hoofdweg bereikt..."

'Ik weet niet hoe we zullen gaan reizen, we hebben twee mogelijkheden, of over de weg richting Zeven Wouden of door het Oosterwoud en ik ga liever voor het Ousterwoud ik houd niet zoveel van de mensen, maar als jullie liever over de weg richting Zeven Wouden willen gaan in plaats van door het Oosterwoud dan vind ik dat best.' Zegt Shasvre plotseling.
Als iemand Arutha inderdaad ontvoerd zou hebben, wat nu inderdaad erg waarschijnlijk werd, zou het logisch zijn als ze dit niet via de hoofdweg deden waar veel mensen kwamen.
"Ik denk dat we de beste kans maken via het Oosterwoud," valt Rodan daarom Shasvre bij, "maar het duurt nog een tijdje voor we die splitsing in de weg krijgen, misschien dat we op dat punt nog een aanwijzing vinden in welke richting hij is vertrokken."
Céline knikt. "Waarschijnlijk is het Oosterwoud wel beter. Aan de andere kant, we zijn nu niet echt met een grote groep. Misschien moeten we vragen of we een paar soldaten van de koning mee mogen? Het gaat tenslotte om-" Ze wordt onderbroken door een hoestbui van Rodan en kleurt rood. "Eh... het gaat tenslotte om een onderdaan van hem..." sluit ze zachtjes af.
Ze bijt op haar lip en kijkt Rodan dan nadenkend aan. "Wat weten we van het Oosterwoud, eigenlijk? Er is niemand van ons heen gegaan, of wel?"
'Ik vind het persoonlijk niet prettig om met soldaten te lopen, ze zien me vaak voor iets anders aan, aangezien ik er makkelijk bij loop en vooral in de bossen ben, maar als jullie liever over de weg gaan met soldaten dan ga ik ook gewoon mee en over het Oosterwoud, tja daar weet ik eigenlijk ook niet zo veel van, ik ben er snel doorheen gelopen.'
"Anders was toch al naar de koning toe?" hielp Rodan Céline herinneren. "We kunnen denk ik beter alvast vooruit gaan, zodat wij Roderick eerder bereiken voor het geval hij ons nodig heeft." Rodan noemt Arutha bij zijn schuilnaam, omdat hem dat voorlopig verstandiger lijkt dan aan Shasvre meteen duidelijk te maken met welk gezelschap hij te maken heeft.
Céline knikt. "Ok, misschien is het ook wel beter om zonder soldaten te lopen. Zullen we dan maar gaan?"
Ze stijgt op, zich bewust van het feit dat Shasvre geen paard heeft. "Ik zal niet te hard rijden, of wil je achterop zitten?"
'Nee bedankt, ik heb een goed uithoudingsvermogen, en kan een dag non-stop rennen.' Shasvre controleert nog even zijn uitrusting en begint alvast te lopen.
Céline kijkt ongelovig naar Shasvre. Een dag non-stop rennen? Je moet er maar zin in hebben... Maar dat scheelt dan weer. Na nagekeken te hebben of de rest ook klaar is laat ze haar paard in draf achter Shasvre aan gaan.
Het groepje zet zich in beweging, richting de Zeven Wouden.