AOLARPG: Nobles
Na Kyrdath is Nobles de grootste stad van Torsan. Beide steden lijken erg op elkaar met als grote verschil dat in Nobles bijna geen ambacht is, maar iedereen leeft van de handel. Vaak in exotische producten en met contacten over de hele wereld. Hierdoor zijn de huizen in Nobles ook kleurrijker en excentrieker dan in Kyrdath. In Nobles zelf geeft men echter de voorkeur aan de term 'uniek'.
---------------------------
Amy loopt door de nauwe straten van Nobles, ze kijkt niet achterom, want ze
wil voortmaken. Ze heeft snel wat spulletjes bij elkaar geraapt en is vlug vertrokken,
in de hoop dat haar vader het niet gezien heeft.
Nog nooit is ze ver buiten Nobles geweest, maar daar zal nu verandering in komen.
Amy zucht, hoe kwam haar vader op dat verzotte idee?
Lang tijd om na te denken heeft ze niet, want de poorten van Nobles doemen voor
haar op, en ze zucht nogmaals.
---------------------------
Lucas rent door de straten van Nobles. In zijn hand houd hij de volle beurs
van een handelaar.
Ze mogen me niet te pakken krijgen! denkt hij.
Lucas sprint de hoek om en botst in volle vaart tegen een blonde vrouw met een
lichtbruine leren broek. "Sorry..."mompelt hij, en probeert er vandoor
te gaan.
Amy schrikt als een jongen met blijkbaar veel haast tegen haar aanloopt.
Ze hoort hem sorry zeggen, en ziet hem weer weg rennen, maar ze laat hem gaan.
en ze denkt: Laat maar..., ik kan geen oponthoud gebruiken op dit moment.
Lucas maakt dat hij wegkomt. Het meisje besteedt gelukkig geen aandacht aan
hem. De beurs stopt hij onder zijn shirt.
Wie is zij eigenlijk? denkt hij als hij achterom kijkt naar het meisje,
dat op haar gemak doorloopt.
Ik heb d'r nog nooit gezien, terwijl ik in deze buurt iedereen ken! Waar
gaat ze eigenlijk heen?
Lucas loopt om het gebouw heen, zodat hij weer achter het meisje uitkomt. Zachtjes
loopt hij achter haar aan.
---------------------------
Het heeft in totaal drie dagen geduurd voordat Nynaeve vanuit Stend helemaal
in Nobles kwam. Maar ze is er nu eindelijk, en ze zal genieten ook. Nobles is
waarschijnlijk de meest vrolijke stad in de wereld. Ze begint zachtjes een liedje
te zingen.
"De weg kent geen einde
en 't lopen gaat door
langs markten en kramen
maar je krijgt geen gehoor
Het geluid overstemt je
geen mens die je ziet
de massa negeert je
maar erg is het niet
Een stadsmens
op straten
die kent dit geval
want geluid en veel mensen
is alles en al
De stad is verruk'lijk
voor al die hier loopt
want hier in de straten
huist er nog hoop!"
Een lied dat erg toepasselijk is in een grote stad als deze.
Amy kijkt of ze niemand ziet, en steekt de weg over naar de poorten. Dan denkt
ze: Snel zijn, ik moet opchieten, als mijn vader me achterna komt en me
te pakken krijgt ben ik de pineut. Met een vlot vaartje loopt ze richting
de poort, ze slaat geen acht op de binnen gekomen zangster.
Ook merk ze niet dat ze wordt achtervolgd.
Dan ziet ze de wachter bij de poort staan en denkt: ooh als hij mij er maar
door laat!
In de verte komt een vrouw door de menigte aan rennen. Ze kijkt angstig, en
Nynaeve vraagt zich af wat ze van plan is. Als ze langs haar heen rent, ziet
ze dat de vrouw achtervolgd wordt. De achtervolger is een jongen van een jaar
of 15. Hij draagt een grote bult in zijn hemd. Nynaeve verandert van gedachten,
en probeert de vrouw in te halen, om te zeggen dat ze achtervolgd wordt.
Lucas verschuilt zich snel achter een grote regenton als hij bij de poort komt.
"Ze gaat de stad uit!"
Voorzichtig gluurt hij van achter de ton naar de vrouw die hij nou al een tijdje
achtervolgt.
Daarna kijkt hij om zich heen. De meeste mensen slaan geen acht op hem, hoewel...
die zangeres... Opeens kijkt de zangeres hem recht aan.
Lucas krimpt ineen bij haar scherpe harde blik. Nee! Als ze me maar niet
ontdekt!
Nynaeve rent zo onopvallend mogelijk achter het vreemde tafereel aan. De jongen
is achter een ton gekropen, en ze besluit aan hem te vragen wat hier nu gaande
is. Ze stopt met zingen en zet de pas richting de jongen in...
Zonder iets te merken van wat er achter haar afspeeld loopt Amy de poort door,
en slaakt een zucht van verlichting. Gelukkig ik ben de stad uit, en tot
nu toe ging alles goed. Opgelucht loopt Amy verder.
Lucas ziet het meisje met de leren broek door de poort verdwijnen. Ik heb
nog een kans...
Hij trekt een sprintje achter het meisje aan, terwijl hij net doet als of zijn
neus bloedt. Die zangeres kan naar de maan lopen, ze kan hem toch niets maken!
Lucas racet de weg op, richting Dulvia.
Nynaeve ziet dat de jongen wegrent, en dat hij een bloedneus heeft. Het arme
joch. Misschien is hij toch niet zo erg als ze dacht. Maar hij rent wel die
vrouw achterna... Ze besluit achter hem aan te gaan, en rent met de zelfde vaart
de stad uit.
--------------------------- (De hoofdweg; Dulvia-Nobles)
--------------------------- (De hoofdweg; Dulvia-Nobles)
--------------------------- (De hoofdweg; Dulvia-Nobles)
---------------------------
(De hoofdweg; Dulvia-Nobles)
--------------------------- (De hoofdweg; Dulvia-Nobles)
--------------------------- (De hoofdweg; Dulvia-Nobles)
---------------------------
(De hoofdweg; Dulvia-Nobles)
» In de stad probeert Amy zich zo veel mogelijk
te verschuilen achter de anderen.
Arsennon merkt dat Amy wat zenuwachtig is en uit het zicht probeert te blijven.
"Ga maar tussen de paarden lopen als je wilt. We zijn er zo."
Dan lopen ze in de richting van het marktplein, waar ze voorbij moeten om bij
de Orde te komen in een van de zijstraten.
Er is vandaag geen markt in Nobles, dus het is niet druk op het plein.
Lucas kijkt vrolijk en een beetje trots om zich heen, ondanks de dreiging die
Amy blijkbar boven het hoofd hangt. Wie had ooit gedacht dat hij, Lucas zonder
Naam, nog eens Nobles binnen zou gaan met heuse tempelridders als beschermheren!
Hoe langer ze in Nobles zijn hoe zenuwachtiger Amy wordt. ze kijkt angstig om
haar heen in de hoop dat ze geen bekenden tegen komt. Ineens bedenkt ze iets,
en ze vraagt: "Hoe heten jullie eigenlijk?" Het komt er zachtjes uit
en ze twijfelt of de anderen het eigenlijk wel verstaan.
Amy kijkt naar Lucas, en moet ondanks haar angst glimlachen
"Arsennon, tempelier van de enige God. We zijn er bijna, daar bij die poort
moeten we zijn."
Mordar houdt zich op de achtergrond; het lijkt erop dat hij voorlopig de leiding
aan Arsennon heeft overgedragen.
Een minuutje later is de groep bij de poort. Een wachter stapt naar voren.
"Halt, wie gaat daar?"
Nynaeve kijkt haar ogen uit. Haar kastanjebruine ogen vallen bijna uit haar
oogkassen. De tempel is enorm! Ook al lijkt iedereen wat anders te doen, Nynaeve
voelt zich aardig verantwoordelijk voor de groep. Het is totaal langs haar heen
geglipt dat zij eigelijk onder de bescherming valt van de ruiters.
Amy had de tempel wel vaker gezien aan de buitenkant, maar vind het toch wel
spannend om hem nu eens van binnen te bekijken. Ze is zo benieuwd naar hoe dat
eruit ziet, dat ze haar angst even vergeet. Haar gezicht krijgt een ontspannen
uitdrukking en haar ogen beginnen te stralen.
Nu pas kijkt Nynaeve in het rond, en ziet dat Amy voor de verandering eens ontspannen
lijkt. Ze zoekt haastig naar de jongen, aan wie ze belooft heeft op hem te letten,
en ziet dat hij nog gewoon bij de groep staat. Gelukkig. Schiet het
door haar heen. De wachter van de Tempel staat nog steeds ongeduldig te wachten.
Met haar elleboog port ze een van de ruiters in zijn zij en mompelt: "Hij
vroeg wat!"
Arsennon draait zich naar de groep. "Wacht hier," zegt hij, "Ik
zal binnen even moeten overleggen."
Tegen de wacht zegt hij dan. "Arsennon hier, Tempelridder van de Orde van
de enige God, uit Dulvia! Ik heb onderdak nodig. Al het overige aan informatie
is niet voor de straat bestemd."
De wachter neemt Arsennon even op, werpt een fronsende blik op de rest van de
groep, Mordar uitgezonderd en knikt dan.
"Kom verder, tempelier, maar laat je wapens achter."
Hij gaat Arsennon voor het tempelcomplex in en brengt hem zwijgend naar een
grote ontvangstzaal. Aan een van de tafels daar zit een man te schrijven. De
wachter loopt op hem af en fluistert enkele woorden. De man knikt en terwijl
de wachter hen alleen laat, kijkt hij Arsennon onderzoekend aan.
"Zo, een broeder uit Dulvia. Wat brengt u hier?"
Mordar blijft achter bij de anderen, wat hem niet lijkt te storen. De wachter
die enkele minuten geleden met Arsennon verdween, neemt zijn post weer in.
"Gegroet Heer, Arsennon is de naam en ik ben voor een missie van de Orde
op doortocht. Mijzelf en Heer Mordar waren van plan om hier gebruik te maken
van de tijdelijke vertrekken als onderdak." Hij kijkt eens rond. Niet
veel verandert sinds de laatste keer dat ik hier was, al hoefde ik toen het
woord niet te doen. Hij herinnert zich een van zijn allereerste missies,
met drie anderen was hij hier geweest. Hij gaat verder. "Aan de poort van
Nobles heeft zich een klein ongeluk voorgedaan, waarbij een jonge vrouw gewond
is geraakt. De God heeft haar waardig bevonden voor een genezing. Ze is ergens
voor op de vlucht maar ik weet niet wat. Omdat de God haar waardig bevonden
heeft heb ik haar bescherming geboden. Wij zouden, met uw permissie, hier onderdak
voor één nacht verkrijgen Heer." Arsennon maakt een kleine
buiging met deze laatste woorden.
De tempelmeester glimlacht na Arsennons verhaal.
"Maar natuurlijk. Vergeef ons dat we zo achterdochtig zijn geworden, maar*
de laatste tijd gebeuren er vreemde dingen in Torsan en we zijn op onze hoede.
Maar haal uw vrienden binnen, alstublieft."
"Maar natuurlijk, voorzichtigheid is een deugd. Ik zou later graag nog
wat meer weten over de situatie in Torsan, misschien dat Heer Mordar en ik u
later vandaag nog kunnen spreken? En het zou fijn zijn om drie kamers te kunnen
gebruiken." Hij kijkt geduldig naar de tempelmeester...
---------------------------
Het hoofd van een veertienjarig meisje verschijnt om een hoek van de tempelstraat.
Nieuwsgierig staart ze naar het groepje dat voor de tempelpoort staat. Een meisje
met blonde haren, een jongen van zijn eigen leeftijd, misschien iets jonger.
Een normaal uitziende vrouw. En een man die door de lichtelijk strenge blik
in zijn ogen gelijk de benoeming 'heer' krijgt in Luans gedachten. Enkele tempelridders
zaten hoog op hun raszuivere paarden beschermend om het groepje. Er kwamen wel
vaker mensen aan de poort, maar niet vaak zo'n gemengd gezelschap. Vol interesse
kijkt Luan afwachtend toe.
De tempelmeester knikt. "Dat is geen enkel probleem. Voegt u zich met uw gasten bij het diner bij mij, alstublieft
Buiten wordt Amy
weer zenuwachtig, Waar blijft die Arsennon toch?
Angstig kijkt ze om zich heen of ze geen bekenden ziet. Ze vraagt zich af of
haar vader haar al mist, want nooit zal hij een kans om geld te verdienen voorbij
laten gaan.
Ze kijkt even naar Lucas, en bedenkt dan dat iedereen gevaar loopt als haar
vader haar achterna komt. Was ik maar niet met hen meegegaan! Angstig
neemt ze de omgeving op en vraagt zich af of ze niet beter de groep kan verlaten.
"Maar natuurlijk
Heer. Een eer zal het zijn." Hij maakt een buiging en verlaat de zaal om
alles te regelen.
Later komt Arsennon weer buiten bij de groep. "We zijn welkom, "verklaart
hij, "er zijn vertrekken voor ons gereserveerd en vanavond zullen we te
gast zijn bij de tempelmeester voor het diner. Een hele eer voor niet-volgelingen.
Volg mij!"
Als ze de tempel binnenlopen gaat Arsennon verder. "Vanaf nu vallen we
onder het gezag van de enige God en zijn Orde. Dit is soeverein gebied. Hier
zijn we veilig voor wie of wat dan ook." Met deze laatste zin kijkt hij
opzichtig naar Amy. Ze blijft hem intrigeren. Ze doet hem denken aan een diamant,
haar glans verdoofd door modder en vuil. Ze heeft iets moois, en toch was dit
meisje ergens voor op de vlucht... voor wat?
Zonder dat hij het in de gaten heeft, is hij aan het staren.
Amy is opgelucht dat ze naar binnen konden gaan. Met een nog steeds anstige
blik kijkt ze rond en loopt zo snel ze kan naar binnen, niet lettend op de tempelridder.
Eenmaal binnen zakt Nynaeves mond pas echt open. De Tempel is enorm! Van binnen
lijkt het wel voor Nynaeve of hij veel groter is dan van buiten. Dan ziet ze
dat de ruiter naar Amy zit te staren. Ze grijnst. Dan kijkt ze om naar Lucas
Zonder Naam. De jongen loopt nog gewoon bij de groep. Ze ziet de ruiter weer
staren, en port Amy in haar zij. Ze fluistert op een samenzweerderig toontje:
"Zeg Amy, zo heet je toch? Die ruiter lijkt wel héél erg
geïntrigeerd door jouw verschijning. Zeg eens wat tegen hem!"
Geschokt kijkt Amy de vrouw aan. Dan kijkt ze naar Arsennon, en ziet hem inderdaad
naar haar staren. Met een pijnlijke blik went ze haar hoofd weer snel af. Het
mooie van de tempel gaat haar totaal voorbij.
Nynaeve giechelt. "Sorry Amy. Zo heb ik het niet bedoelt. Maar..."
Ze grinnikt weer. "Nee laat maar. Dat zou je niet willen horen."
Verbaasd kijkt Amy naar de vrouw van wie ze nog altijd de naam niet weet.
Arsennon schudt zijn gedachten van zich af. "Goed, ik zal jullie naar de
vertrekken wijzen en voor het diner kom ik jullie weer ophalen." Hij brengt
iedereen tot aan de deur van het gastenverblijf en licht de beheerder in over
de indeling. "De dames hebben samen een kamer, Heer Mordar en onze jonge
held allebij hun eigen kamer. Ikzelf verblijf bij de tempelridders. Tot vanavond
en mag de God jullie beschermen." Met deze woorden draait Arsennon zich
om en vertrekt zonder om te kijken.
Arsennon loopt ineens door naar de tempeliervertrekken. Hij kent de weg nog
goed. Hij maakt hier en daar een praatje met de bewoners van de tempel, om een
beetje een idee te krijgen van de huidige situatie in Nobles.
Amy staart de
tempelridder na, en bedenkt dat zijn vreemde gedrag waarschijnlijk komt omdat
hij in de tempel is groot gebracht. Deze gedachte lucht haar wel op. Als ze
naar binnen komt ziet ze dat de kamer eenvoudig, maar erg netjes is. Er staan
twee bedden, een houten kast, en een tafel.
Met een zucht ploft ze neer op één van de bedden. Dan worden al
de spanningen haar te veel en ze barst in huilen uit.
Nynaeve knikt tevreden terwijl ze naar haar kamer geleid wordt. Ze ziet Amy
haar kamer in gaan, maar ze heeft zelf nog geen zin om spullen die ze bij zich
heeft uit te gaan pakken. Ze wil eerst de Tempel verder bekijken. En terwijl
ze verder loopt, hoort ze huilen uit de kamer komen. Ze excuseert zich tegen
de ruiter, met een simpel "Sorry. Ik moet nu even weg." En haast zich
richting de vrouwenkamer.
Ze loopt binnen zonder aan te kloppen en ziet Amy op een bed zitten. Ze huilt.
Ze gaat naast haar zitten, slaat een arm om haar heen, en begint zachtjes over
haar rug te wrijven. "Zo, vertel mij nu eens wat er aan de hand is. Geen
geklets. Ik kan je misschien helpen."
Amy voelt zich schuldig dat de vrouw nu haar plannen wijzigt om nu haar te gaan
troosten, snel droogt ze haar tranen en kijkt naar de vrouw en zegt: [i]"Ooh
het is niets hoor, ik moest mijn genezing nog even verwerken, maar het gaat
nu wel weer. Maar als we toch de kamer delen, mag ik dan weten hoe je heet?"[/i]
Zo probeert Amy het gesprek een andere wending te geven, want haar angst en
zorgen durft ze echt niet bloot te geven.
Nynaeve grinnikt inwendig, maar blijft er koel uitzien. "Mijn naam is Nynaeve.
Nynaeve Almeara. Maar jij kunt mij niet wijsmaken dat er niets aan de hand is."
Ze legt de nadruk op het woord 'niets'. Het was wel duidelijk voor Nynaeve dat
de vrouw met een grote last rondliep. "Vertel op." Zei ze nog een
keer, met dit keer een vleugje ongeduldigheid door haar stem.
Amy beseft dat ze er niet onderuit kan en verteld Nynaeve dat ze erachter is
gekomen dat haar vader die haar toch al haatte haar wilde gaan verhuren aan
de reizigers in de stad, mannen met name, en dat ze daarom is weggevlucht. Ze
verzwijgt nog wel angstvallig waarvoor ze dan verhuurd zou worden, want dat
vind ze toch iets te pijnlijk.
Nynaeve schrikt zich wezenloos. Verkopen! Ze staat al bijna op om die vader
op te zoeken, en hem een pak voor zijn broek te geven, totdat ze Amy's hulpeloze
gezicht ziet. Ze gaat weer zitten. "Het spijt me heel erg voor je. Maar
ik denk niet dat ik helemaal met je mee kan voelen, zie je. Het is niet dat
ik dat niet wil, maar ik heb mijn vader nooit gekend. Hij is bij mijn moeder
weggelopen toen hij zag dat ze in verwachting van mij was. Mijn moeder heeft
mij opgevoed alsof ik een jongen was, in de hoop dat ik mannen een lesje zou
kunnen leren. Mannen zijn nou een maal schaapskoppen. Ik wil dat je weet, dat
ik jouw situatie wel snap." Ze weet niet zo goed wat ze nog meer kan zeggen.
"Die jongen, Lucas... Die is vastberaden met jou mee te gaan, toch? Ik
heb mezelf beloofd met hem mee te gaan, dus kan ik ook bij jou blijven. Vind
je dat goed?" Ze smeekt dat Amy dat goed vind.
Met tranen in haar ogen kijkt Amy Nynaeve aan, dankbaard antwoord ze dat ze
het heel fijn zal vinden als Nynaeve bij haar wilt blijven, maar alleen als
ze dat zelf wilt. Plotseling is Amy erg moe en geeft aan dat ze even wilt gaan
rusten.
Nynaeve schikt tevreden de deken over Amy. Net als bij Lucas, zal ze goed op
deze vrouw passen. Dan schrikt ze op. Waar is Lucas eigenlijk?
Lucas dwaalt door
de tempel, op zoek naar Amy. Hij is haar uit het oog verloren toen ze hun kamers
toegewezen kregen.
Waar moet ik nu heen? Waar is iedereen? Waar is Amy?
Nynaeve staat op, klopt nog een keer op Amy's schouder, en loopt naar de deur.
Jongens van Lucas' leeftijd lopen vaak het huis uit, denkt Nynaeve.
Dus loopt ze richting de ingang van de Tempel. Als ze de deur opendoet ziet
ze een meisje, ongeveer van Lucas' leeftijd.
Achter haar hoort ze lichte voetstappen. De jongen Lucas loopt voorbij. Hij
lijkt haar een jaar of vijftien. "Lucas!" roept ze, en loopt op een
drafje naar hem toe. "Lucas, ik zou als ik jou was maar even naar Amy toegaan.
Ze heeft volgens mij een steun nodig. De slaapzaal is aan het einde van de gang
links." Zo, dat is ook weer opgelost. Ze laat de jongen voor wat hij was,
en loopt weer naar de deur, waar ze het meisje had gezien.
Lucas rent zo snel mogelijk naar Amy's kamer. Hij klopt aan.
"Amy? Amy, dit is Lucas! Mag ik alsjeblieft binnenkomen?"
Als er niet gelijk antwoord komt, doet hij de deur zachtjes open en steekt zijn
hoofd om de hoek van de deur.
Amy die net in slaap is gevallen hoort de deur open gaan. Met een sprong zit
ze rechtop in bed en kijkt verschrikt naar de deur. "Nee ik ga niet mee!"
schreeuwt ze, maar dan ziet ze dat het Lucas is en kleurt rood. Een paar tellen
later heeft ze zich hersteld en glimlacht bemoedigend naar de jongen "Kom
maar binnen Lucas, sorry dat ik tegen je schreeuwde. Wat is er?"
"Niets hoor, maar eh..." Lucas weet eigenlijk niet zo goed wat hij
moet zeggen.
"Ik... Ik heb nu een eigen kamer... maar ik... ik vind het helemaal niet
leuk om in mijn eentje op mijn kamer te zitten. En... ik was net verdwaald en...
en ..." stottert Lucas. "En het spijt me dat... als ik je wakker heb
gemaakt..."
Als Amy Lucas ziet staan voelt ze zich heel schuldig, wie is zij om over zoiets
onbenulligs te denken, terwijl Lucas daar zo eenzaam staat te stamelen? Ze stapt
uit bed, en loopt naar hem toe en kijkt hem in de ogen. "Het geeft niet
dat je me wakker maakte, want ik ben nu toch uitgerust. En nu ben ik ook meteen
wakker van een nare droom." Ze zwijgt even en gaat dan verder: "Zou
je dan met mij de kamer willen delen als Nynaeve dat goed vind?" Vragend
kijkt ze de jongen aan.
Als Nynaeve het meisje niet meer ziet, loopt ze toch weer naar binnen. Als het
goed is zit Lucas nog bij Amy. Zodra ze binnen komt - zonder te kloppen - hoort
ze nog net Amy vragen of Lucas hier op de kamer komt. "Nynaeve vind het
goed." zegt ze.
Razendsnel draait Lucas zich om. Zijn hand grijpt naar zijn dolk.
"Oh... Ik schrik altijd zo als mensen zomaar binnen komen. Sorry."
Lucas ogen beginnen te glinsteren van dankbaarheid en opluchting.
"Maar ontzettend bedankt dat ik bij jullie op de kamer mag. Ik... ik haat
alleen zijn."
Lucas hand trilt als hij met zijn hand door zijn haar strijkt, niet wetend hoe
of wat te zeggen. Dan draait hij zich abrupt om.
"Kijken of we wat met onze heer de ridder kunnen regelen."
En hij loopt de deur uit, op zoek naar Arsennon.
Amy glimlacht teder naar Lucas, en beseft dat ze van de jongen is gaan houden.
Ze kijkt de anderen aan en vraagt: "Zullen we onze Ridder dan maar gaan
zoeken?"
Lucas kijkt Amy met genegenheid aan.
Wauw.
"Oke! Zullen we dan maar? Wie weet waar hij uithangt?"
Nynaeve loopt op een sukkeldrafje achter de anderen aan, om de ridder te vinden.
Na wat gezoek en gevraag ziet Amy Arsennon staan, hij staat buiten bij de wacht,
even schrikt ze, maar ze besluit dat ze niet bang hoeft te zijn.
Arsennon heeft
wat mensen die hij in de tempel tegenkwam wat vragen gesteld, maar tot nu toe
niet echt veel informatie gekregen. Het wordt misschien tijd net buiten
de tempel rond te kijken. Hij loopt richting de wacht, in volle uitrusting,
goed herkenbaar als tempelier. "Goedenmiddag." hij knikt naar de wacht.
"Alles rustig? Ik bedoel, waarom is iedereen zo zenuwachtig hier?"
De wacht kijkt Arsennon aan en antwoordt uiteindelijk:
"De afgelopen weken heeft de tempelmeester de wacht verdubbeld, nadat de
halfjaarlijkse nieuwsberichten van onze broedertempels kwamen." Hij blijkt
echter niet te weten wat er precies in die berichten stond.
Nynaeve ziet de
ridder bij de wacht staan praten, en beseft dat ze zijn naam nog niet weet.
"Laten we maar eventjes wachten." Zegt ze kalm tegen haar nieuwe kamergenoot
en Amy. Na eventjes nadenken voegt ze er aan toe: "Misschien stopt hij
wel met praten, als jij hem aanspreekt, Amy." Dan knipoogt ze even naar
Lucas, niet bewust van de speculaties die er rond haar metgezellen rondgaan.
Amy vindt het een goed plan, maar waarom moet nou juist zij hem aanspreken.
Ze zucht, maar loopt toch naar Arsennon toe. Ze roept zijn naam en wenkt hem,
terwijl de dat doet begint ze hevig te blozen.
Nynaeve gniffelt stilletjes. Nu Amy tussen haar en Lucas vandaan is gestapt,
probeert ze een gesprek met hem aan te knopen. "Lucas." zegt ze, om
zijn aandacht te trekken. "Jij hebt wel een sterke band met Amy, hé?
Is zijn jouw moeder? Volgens mij is ze daarvoor nog te jong..." Terwijl
ze tegen de jongen praat, begint ze haar haar te bewerken met een dolkje dat
ze uit haar mouw haalt.
Arsennon,
niet echt gelukkig met de magere hoeveelheid informatie die de wacht hem kan
geven, laat het er bij zitten. Net als hij wil omdraaien om de tempel te verlaten,
hoort hij zijn naam. De stem klinkt bekend. Hij draait zich om en ziet dat Amy,
ietwat blozend, hem wenkt. Hij glimlacht naar haar.
Waar gaat dit nu weer over? En wat zijn die twee daar achter aan het smiespelen?
Zijn de kamers niet goed?
Nieuwsgierig als hij is besluit Arsennon met Amy mee te lopen. "Is er iets?
vraagt hij, "als ik iets voor je kan doen dan zeg het maar hoor."
Zijn formele toon hapert even. Dan herpakt hij zich. "Ahem, de God wil
dat ik je bescherm, dus dat zal ik doen," spreekt hij stijfjes.
Amy ziet dat Arsennon zich omdraait en begint ineens te stamelen. wanhopig kijkt
ze naar de anderen, maar die zijn in gesprek en lijken haar niet op te merken.
Opnieuw kijkt ze naar Arsennon, terwijl haar ogen van blauw naar zeegroen lijken
te veranderen. "Wat moest ze ook al weer bespreken?" vraagt ze zichzelf
af. Ze bloost en weet niets uit te brengen dan: "Lucas' kamer."
Nynaeve hoort half om half wat Amy zegt, terwijl ze de jongen aankijkt en zo'n
vijf centimeter van haar donkerblonde haar afsnijd. Ze zucht. Amy bakte er niks
van, zo liep ze te stamelen. "Misschien lukt het wel," giechelt ze
zachtjes, zodat Lucas het niet hoort. Terwijl ze giechelt snijd ze zich in haar
duim, en roept keihard: "Bloedvuur! Dat doet ZEER!" Al aan haar duim
zuigend raapt ze de afgevallen haren van de grond op en stopt ze in het kleine
tasje dat ze constant bij zich heeft.
Waarom bloost ze zo? Hé, zijn haar ogen nu van kleur veranderd? Nee
dat lijkt maar zo. "Lucaskamer?" Wat is dat? Arsennons gedachten
raken in een tempoversnelling. Plots dringt tot hem door dat de jongen Lucas
moet heten.
"Wat is er?" vraagt hij, "is zijn kamer niet goed?"
Weer valt hij uit zijn normale toon. Veranderd van kleur of niet, ze heeft
wel erg mooie ogen... Hij schraapt zijn keel een beetje ongemakkelijk.
"Kan ik iets doen?"
"Dat is beter..." gromt Nynaeve binnensmonds als ze merkt dat de ridder
het gesprek weer op gang brengt. Dan kijkt ze de jongen weer vragend aan. "Ik
vroeg of Amy jouw moeder was." probeert ze te zeggen. Maar het klinkt als:
"Ichvrouchovemieouoederwash." Omdat ze haar duim nog in haar mond
houd. Dan haalt ze die er uit, en zegt nog een keer wat ze bedoelde.
Amy is blij als ze Nynaeve hoort roepen: "Bloedvuur! Dat doet ZEER!"
Vlug loopt ze op de vrouw af en kijkt wat ze er aan kan doen.
Ook Arsennon hoort Nynaeve roepen, en als Amy er op af gaat volgt Arsennon haar.
"Gaat het?" Wat een vreemde dag, concludeert Arsennon, nog
overtuigd dat dit weer toeval is.
Plotseling weet Amy weer wat ze wilt vragen, en draait zich plotseling om, niet
wetend dat Arsennon haar achterna kwam...
Nynaeve knarsetand als ze ziet dat de twee mensen op haar af komen om het gesprek
te ontlopen. "Het gaat wel. Ik heb me in mijn vinger gesneden bij het afsnijden
van mijn haar. Ik red me wel, geloof me. Gaan jullie nou maar verder overleggen
over Lucas' slaapplaats." Ze hoopt vurig dat ze naar haar luisteren.
Als Amy plots omdraait probeert Arsennon nog te stoppen, maar tevergeefs. Met
een smak botst hij frontaal op de jonge vrouw. Voor ze omvalt vangt hij haar
op door beide schouders vast te pakken. "Oh, ehm, sorry," hakkelt
hij, verre van zijn gewoonlijk zelfverzekerde toon. "Gaat het?
Stommeling, da's de tweede keer dat je haar bezeerd. Kijk dan ook uit.
Hij heeft al geen oor meer voor Nyneave en haar duim.
Amy totaal van slag bloost opnieuw, en stamelt een sorry.
Nynaeve juicht van binnen. Was dat snijden toch nog ergens goed voor. Jammer
dat de God vandaag al goedgekeurd had in Amy's heling...
Dan besluit ze dat ze de twee mensen wel lang genoeg als marionetten aan haar
touwtjes heeft laten hangen. Tenminste, zo ziet ze het zelf. Ze stapt op de
ridder af. "Heer Arsennon. Wij zijn hier om te overleggen over Lucas' verblijf.
Hij zou namelijk graag in onze vertrekken verblijven, en geen van ons heeft
daar problemen mee. Dus als u ook geen problemen ondervindt, blijft Lucas bij
ons." Het klonk volgens haar wel een beetje bot, maar naja, dat moest dan
maar. Het was al gezegd.
Arsennon laat Amy weer los. "Geeft niet, 't was mijn schuld." Dan
vraagt de andere vrouw iets duidelijker wat Amy waarschijnlijk bedoelde te zeggen.
Oh, bedoelde ze dàt, ach ja, ze doen maar. Maar hoezo?
"Hoezo? Is Lucas' kamer niet goed? Of durft hij niet in een kamer te verblijven
met Heer Mordar?" voegt hij er sarcastisch aan toe, de jongen met een grijns
aankijkend. Hij kon zich er wel wat bij voorstellen...
Amy is Nynaeve dankbaar dat ze tussenbeide kwam, want ze voelt zich totaal verward.
Ze snapt niet waardoor ze zo onzeker is en de handen van Arsennon voelt ze nog
steeds op haar schouders. Één ding is zeker, in zijn buurt zal
ze veilig zijn!
"Ja, dat is het." Zegt Nynaeve met een bijna onopmerkbare grijns.
"Die heer Mordar is ook zo'n engerd... Nee hoor. dat zult u echt aan Lucas
zelf moeten vragen. Ik ving alleen maar op dat hij graag bij ons wou slapen.
Amy? Jij kan dit wel oplossen. Ik ga naar de vertrekken. Ik zie jullie vanavond
bij het diner."
Nynaeve huppelt bijna richting de kamer. Dit gaat de goede kant op!
Lucas word knalrood als hij Amy en Arsennon zo hoort stotteren.
Aha! Dus zó zit de vork in de steel! Waarom had ik dat niet meteen
door???
Zelfs als Nynaeve hem een vraag stelt, kijkt hij niet op.
...
Hij is zo in gedachten verzonken, dat de zangeres het opgeeft en naar heer Arsennon
stapt.
Hé! Dat gaat over mij! denkt hij als hij zijn naam hoort noemen.
Oh ja, de kamers.
"Heer, het spijt me dat ik het vraag, maar zou ik bij Amy en Nynaeve op
de kamer mogen? Ik... ik wil graag bij Amy blijven."
"Hmm, goed. Maar je zult het zelf met de tempelmeester moeten regelen,
want ik meen dat er beleid is in de tempel over gescheiden slapen. Bovendien
blijven we hier maar een nachtje."
Hij kijkt naar Amy om te zien hoe die erover denkt. Ze lijkt er ook achter te
staan dat de jongen bij haar blijft.
"Nou ja, jullie zien maar," zegt hij wat harder dan bedoeld. "Ik
haal jullie op voor het diner straks. Ik moet nog even de stad in."
Hiermee draait Arsennon zich om en wil aanlopen zonder Amy aan te kijken, maar
hij laat toch snel een blik op de jonge vrouw vallen.
Wat is het toch met haar. Waarom word alles wat zij doet of zegt ineens
zo belangrijk. Ik heb een taak te volbrengen en zij hoort daar niet bij. Toch...
In gedachten verzonden liep hij zonder de op wacht te letten de stad in.
Natuurlijk is Nyaeve niet echt naar haar kamer gegaan. Vanuit een hoekje bekijkt
ze hoe het gesprek verloopt. Lucas praat nu zelf weer, en lijkt uit zijn gedachten
te zijn losgerukt. Nog steeds op haar duim zuigend ziet ze Arsennon de stad
in gaan. Er achteraan! Met een omweg, zodat Amy en Lucas haar niet zien, probeert
ze naar buiten te komen. Dan ziet ze een zijuitgang, en sluipt dáár
naar buiten. Arsennon staat nog voor de Tempel en Nynaeve stapt ferm op hem
af.
"Ik zag hoe je stamelde tegen Amy. Ik ben niet dom. Zeg haar wat je voor
haar voelt." Tevreden stapt Nynaeve weer terug, zonder op een antwoord
te wachten. Dan haast ze zich naar haar kamer, omdat Lucas en Amy denken dat
ze daar zit. Hopelijk is ze niet te laat!
Als Arsennon net de tempel uit is, komt Nynaeve op hem afstormen. Hij draait
zich naar haar toe. Het wordt steeds gekker, wat nu weer?
"Ik zag hoe je stamelde tegen Amy. Ik ben niet dom. Zeg haar wat je voor
haar voelt," roept ze.
Arsennon wil zijn mond opendoen om een vraag te stellen, maar voor het eerste
woord eruit is weet hij al niet meer wat hij ging vragen. Niet dat het er iets
toe doet, want zonder ook maar iets van zijn reactie af te wachten draait ze
zich om en beent de tempel weer in. In gedachten wandelt hij, nu doelloos, verder.
Wie, hoe...wat? Wat bedoelt ze daar nou weer mee. Amy is bijzonder, ja,
maar denkt ze dat ik...? Zou het? Nee. Toch? Bearnon had gelijk. Het leven is
een stuk makkelijker zonder vrouwen had hij gezegd. Makkelijker, maar niet leuker.
Arsennon weet het even niet meer. En dat zit hem niet lekker. Onwillekeurig
gingen zijn gedachten terug naar Amy. Wat zou zij van hem denken...
Nynaeve ziet nog net hoe Arsennon verbouwereerd achterblijft. Ze giechelt. Dit
lijkt haar de laatste tijd veel te overkomen. Eigenlijk was ze helemáál
niet zo'n giechelbekje, maar voor deze twee, wou ze wel een uitzondering maken.
Gelukkig is ze op de kamer, voordat Amy en Lucas er zijn. Als die überhaupt
wel komen. Buiten adem ploft ze neer op haar bed.
Nynaeve kan niet slapen, dus zet ze een liedje in:
"De lucht zo helder, en blauw van kleur
Sterren in de nacht
Van blauw naar zwart en weer terug
In al zijn praal en pracht
Daar tussen in
zit ook wat rood
Het rood van een robijn
En goud, wel duizendmaal zo fel
Als zilver nooit zal zijn
Daar onder staat
in 't wijde veld
Eén boom, één bloem
Ze slapen, waken om de beurt
Voor eeuwenlange roem."
Het lied stelt haar gerust, en ze herhaalt het een aantal keren.
Amy kijkt naar
Lucas en zegt: "Je hoort gewoon bij mij, desnoods ben je mijn aangenomen
broertje ofzo, maar je hoort gewoon bij mij oké?"
Langzaam loopt ze richting de kamer als ze zich ineens bedenkt en aan Lucas
vraagt: "Wat wil jij? De tempel bekijken of naar de kamer gaan?"
"De tempel bekijken natuurlijk!
Anders raak ik weer de weg kwijt in dit enorme gebouw!"
Met grote ogen kijkt Lucas rond, alle details in zich opnemend, in de hoop dat
hij nu niet meer zal verdwalen.
Amy loopt de tempel door en bewondert de mooie gangen en zalen, even vergeet
ze al haar zorgen en hoopt dat Lucas zich ook vermaakt.
Na wat rondgezworven te hebben over het marktplein van Nobles, herpakt Arsennon
zich. Focussen Arsennon, je bent op je eerste solomissie. Nu geen afleiding!
Hij kijkt om zich heen, zoekend naar opvallende dingen. Niet direct iets te
zien. Hij besluit een herberg op te zoeken. Herbergiers m/v weten vaak meer
dan wie dan ook in een stad.
Hij stapt een herberg binnen met een moeilijk leesbaar uithangbord. De naam
van de herberg is ook niet interessant. Als ze maar wat weten. Arsennon
haalt vast een goudstuk uit zijn buidel en doet deze in zijn zak. Soms moest
er betaald worden voor informatie...
De herberg die Arsennon heeft uitgekozen, blijkt een matrozenkroeg te zijn en
het is druk. Erg druk.
Hmm, 't is druk hier. Maar matrozen zullen wel wat verhalen hebben. Hij
werkt zich een weg naar de bar. Hij wend zich tot een nuchter uitziende matroos.
"Gegroet zeeman, Arsennon is de naam. Tempelier van de God. Drink wat van
me."
"Een tempelier?" snuift de matroos minachtend. "Daar hoef ik
geen drinken van."
Des te goedkoper. Maar ook wel interessant. Arsennon wil gelijk naar
een ander gaan, maar bedenkt zich. Hij was niet op de hoogte dat Tempeliers
zo'n slechte naam hadden bij matrozen...
"Werkelijk niet? Nou ja, je zegt het maar. Vanwaar die aversie jegens Tempelridders
beste man?"
"Stelletje uitzuigers zijn het!"
De matroos krijgt bijval van enkele van zijn maten.
"Excuses, maar ik weet niet waar u het over heeft beste man. En ik bood
u dat drankje niet uit gierigheid aan." Tijd om ergens anders te kijken...
"Maar vergeet maar wat ik gezegd heb. Ik vertrek weer. Moge de God u bijstaan."
Arsennon draait zich half weg naar de bar. Hij kijkt even of de herbergier nog
iets toe te voegen heeft, maar besluit dan te vertrekken. Hij zal vanavond bij
het diner voldoende informatie krijgen...
Niemand legt Arsennon een strobreed in de weg. Het lijkt eerder alsof ze blij
zijn hem te zien vertrekken.
Dat was een vrij vruchteloze missie. Als Arsennon buiten komt kijkt
hij nog even rond. Hij ziet niets dat hem ervan weerhoud om terug te keren naar
de tempel. Laat ik mijn tijd maar nuttig besteden. Hij pakt even het
handvat van zijn bijl vast. Wat extra oefening kan nooit kwaad.
Arsennon groet de wacht bij binnenkomst en loopt direct door naar de trainingsruimte.
Nynaeve
stopt met zingen, en ze is helemaal zweverig. Haar muziek heeft ook effect op
haarzelf. Dan schud ze wild met haar hoofd, en besluit op te staan. Ze weet
niet wát ze gaat doen, maar in elk geval niet meer stil zitten. Ze gaat
wel wat rondlopen ofzo.
Zodra Nynaeve de kamer uitloopt ziet ze Amy en Lucas de hoek om lopen. Nog steeds
zachtjes het liedje neuriënd zet ze een ferme pas in richting de twee.
"Daar tussen in zit ook wat rood, het rood van een..." Als ze het
stel bereikt gaat ze wat langzamer lopen. "Mooi hè." zegt ze
zachtjes tegen de bewonderende Amy, en neuriet weer verder.
Nynaeve loopt nog een tijdje de Tempel te bewonderen. Tenminste, dat laat ze
iedereen denken. In werkelijkheid zit ze te gniffelen wat ze nu weer met Amy
en Arsennon zal uithalen. Dan maakt ze een besluit. Ze trekt Amy een hoekje
om en mompelt een snel "Sorry Lucas, wil je eventjes hier wachten?"
tegen de jongen. Dan rent ze, Amy aan de arm meesleurend, naar de volgende hoek,
zodat als Lucas de hoek om kijkt, ze niet meer te vinden, of te horen zijn.
"Zo," hijgt ze. "Ik zag hoe je tegen Arsennon stotterde en bloosde.
Ik ben niet dom. Zeg hem hoe je voelt." Precies hetzelfde als wat ze tegen
Arsennon heeft gezegd. Daarna sleurt ze de vrouw weer aan haar arm mee terug
naar Lucas. Ze is tevreden.
Amy snapt niet waar Nynaeve het over heeft, zij voelt wat voor die tempelridder?
Wel nee, dat verbeeld ze zich maar, en dat gestotter, tja dat kwam omdat ze
niet meer wist wat ze moest zeggen.
Amy kijkt naar de verbaasde blik van Lucas en glimlacht naar hem.
Samen lopen ze verder en horen plots een geluid dat klinkt als metaal op metaal.
Nieuwsgierig loopt Amy op het geluid af en ziet Arsennon in training. Even gaat
er een vreemd gevoel door Amy heen, een gevoel dat ze niet kan verklaren.
Arsennon heeft niet door dat hij publiek heeft gekregen. Hij gaat dan ook fanatiek
door met trainen. De tempelridder weet goed hoe de balans in zijn bijl ligt.
Bij elke slagbeweging veranderd hij de grip op het handvat iets van positie.
Enkele zweetdruppeltjes worden zichtbaar op zijn voorhoofd. Met de laatste beweging
komt zijn bijl eventjes los van zijn hand, pakt hij hem achteraan de hals vast
en splijt met een machtige zwaai de dummy in tweeën.
De lange haren van de ridder dansen om zijn hoofd, en de zweetdruppels op zijn
hoofd maken hem nog aantrekkelijker. Amy staart hem aan en slaakt zonder dat
ze het zelf merkt een zucht. Dan draait ze zich om, van plan zijnde om weer
verder te gaan.
Als Nynaeve Amy naar Arsennon ziet kijken, begint ze tevreden aan haar haar
te pulken. Ze glimlach zachtjes. Dan draait ze zich om naar Lucas, en trekt
hem mee aan zijn nek. Ze heeft niet door of hij tegenstribbelt of niet, dit
is gewoon hét perfecte moment, en ondanks haar belofte aan de jongen,
wil ze dat moment niet laten verbreken door een rotjoch van vijftien. Ze duwt
de jongen hun kamer in, en vraag heel droogjes of hij nog wat leuks gedaan heeft
vandaag.
Net als Amy zich weer omdraait, gooit Arsennon vermoeid zijn bijl op de grond.
Met een plof komt deze op de grond terecht. Als Arsennon dan omdraait om een
nieuwe baal te pakken voor de volgende dummy, ziet hij dat Amy naar hem heeft
staan kijken en nu weer weg wil gaan. "Amy!" roept hij harder dan
bedoeld. Hij schrikt er zelf een beetje van. "Wilde je iets vragen?"
Amy hoort Arsennon vragen of zij iets wilde vragen. De harde klank in haar stem
ongaat haar helemaal.
Ze draait zich om, kijkt hem aan. Ze wilt iets zeggen, maar er komt geen geluid
over haar lippen. Wat is hij toch knap is het enige wat ze denkt.
Na een poosje lukt het haar om te stamelen: "Nee, we keken alleen maar"
"Oh, ehm..." Weer hapert zijn normaal zo vloeiende woordenstroom.
"Ik ehm, hey, wil je ook eens proberen?"
In zichzelf vloekend op zijn onvermogen een zinnig idee te opperen raapt hij
zijn bijl op. Terwijl hij zich realiseert dat de bijl waarschijnlijk veel te
zwaar is voor Amy, houdt hij hem toch voor zich uit.
Ik met mijn goede ideeën, straks denkt ze dat ik haar niet aardig vind.
En dat vind ik wel, meer dan aardig zelfs. Meer...?
Weer houden zijn gedachten hem volledig bezig. Als gevolg staat Arsennon naar
Amy te staren.
Amy moet glimlachen om het gezicht dat de ridder trekt als hij voorsteld dat
zij het wel eens mag proberen. Ze schut haar hoofd ontkennend. Dan beseft ze
ineens dat hij buiten is geweest. "Zou hij wat gemerkt hebben van haar
vader? Of zou haar vader haar maar gewoon hebben laten gaan?" Dat kan ze
zich niet voorstellen omdat haar vader nooit een kans om geld te verdienen zou
laten gaan. Daarom vraagt ze: "Is er nog iets bijzonders opgevallen in
de stad?"
Ja, dat jij er niet was. Huh? Waar kwam die gedachte nou weer vandaan?
"Eh, nou nee niet echt geloof ik." Hii realiseert zich dat hij best
voor paal staat met die bijl zo voor zich uit. Hij laat de bijl weer zakken.
"Behalve dat matrozen niet van Tempelridders houden." Hij wordt weer
iets zelfverzekerder. "Maar als ze straks in de eerste de beste storm terechtkomen,
wel allemaal bidden." Een grijns verschijnt op zijn gezicht, tevreden met
het feit dat hij weer grapjes kan maken. Hij kijkt haar aan.
Heb ik nu zo'n slecht geheugen, of heeft ze steeds een andere kleur ogen...?
"Je hebt mooie ogen." Het glipt uit zijn mond voor hij er erg in heeft...
Amy kijkt Arsennon verbaasd aan. Dan denkt ze terug aan wat haar vader wilde
en wordt ineens bang. Zou hij net zo zijn als mijn vader? Zou hij ook willen...
Vol met angst in haar ogen rent ze weg richting haar kamer.
Arsennon snapt er niks van. Niet waarom hij het zei, en niet waarom Amy ineens
wegrent. Zijn mond gaat open om nog iets te roepen, maar het blijft stil.
Hij zet professorisch een nieuwe dummy in elkaar en raapt zijn bijl op. Met
één flinke zwaai vol frustratie slaat hij, onder een luide kreet,
zijn creatie al weer in stukken.
Wat had hij nu weer verkeerd gedaan? Misschien had hij haar wel niet mee moeten
vragen. Ze had nu vast een hekel aan hem. Hij schopte zonder een goede reden
tegen het hoofd van de dummy. Laat ook maar...
De verdere dag gebeurt er niet bijster veel bijzonders in de tempelstraat. Ze ziet de man die het vreemde gezelschap had vergezeld enkele malen langskomen, al leek hij met zijn gedachten ergens anders te zijn. Luan blijft er toch rondhangen, nog steeds nieuwsgierig naar het gezelschap wat de deur binnen is gegaan. Vooral omdat een tijdje voordat ze kwamen de wachten bij de tempel verdubbeld waren. Had dat iets met hun aankomst te maken?
Als
Nynaeve merkt dat de jongen nog steeds verwildert voor zich uit zit te staren,
ten gevolge van haar actie, besluit ze dat ze maar eens een ommetje gaat maken.
Ze loopt richting de deur, en net als ze buiten staat komt Amy aanrennen. Wat
nu weer? denkt ze boos. Die Arsennon zal het wel weer verpest hebben. Mannen!
Snuift ze inwendig. Als Amy bij haar is, slaat ze een arm om haar heen. "Wat
is er?" Tot haar verbazing klinkt er meer medeleven in haar stem door dan
ze verwacht had. "Vertel maar. Wat is er gebeurd?" Amy is blij als
ze Nynaeve ziet. Angstig verteld ze wat er is voor gevallen "Hij wil vast
ook dat mijn vader mij..." Dan zwijgt ze en barst in snikken uit.
Nynaeve snapt het en ze heeft er de pest in. Hoe een vader het leven van een
meisje zo kon vergallen! "Arsennon bedoelde het vast niet zo." zegt
ze.
Nynaeve doet de kamerdeur weer open, en begeleidt Amy naar binnen. Daar zet
ze haar voorzichtig neer op het bed. Al die tijd houdt ze haar arm om het huilende
meisje heen. "Amy, kijk me aan." Zegt ze tegen haar. "Ik meen
het als ik zeg dat ik zéker weet dat Arsennon het zo niet bedoelt. Ik
heb zo mijn eigen redenen om dat te denken." Ze geeft Amy een knuffel.
"En trouwens, áls hij al iets van plan is, dan hebben we Lucas toch
om ons te beschermen? Weet je nog, toen we Arsennon voor het eerst ontmoetten?
Hij zei dat Lucas talent had om Tempelridder te worden." Ze hoopt dat dit
Amy geruststelt, want ze heeft géén zin om haar plannen op het
laatste moment af te kappen.
Arsennon blijft in de trainingsruimte. Dan maar wat krachttraining als afleiding.
Ik zal haar beschermen, het is de wil van de God, zijn wegen ondoorgrondelijk.
Misschien ben ik niet de juiste persoon. Waarom rent ze anders ineens weg, ze
leek zelfs bang. Bang voor mij? Waarom?
Ondanks zijn dappere poging komt er van afleiding niets terecht...
Arsennon traint en peinst verder tot het etenstijd is. Dan besluit hij de rest
op te halen. Hij weet niet of hij blij zal zijn Amy weer onder ogen te komen...
Lucas blijft samen met Arsennon in de trainingsruimte achter. Om de stilte te
verbreken vraagt hij: "Zou... Zou ik ook eens mogen proberen? Ik wil ook
wel een ridder worden!"
Arsennon schrikt zich wezenloos, al laat hij het niet merken. Hij had zich niet
gerealiseerd dat Lucas er nog was.
Dan kijkt hij geamuseerd naar de jongen. "Dus jij wilt wel ridder worden?
Dan zullen we eens zien wat je kunt." Hij zet een dummy in elkaar. "Laten
we rustig beginnen." Hij pakt zijn bijl onder het blad vast en reikt Lucas
het handvat aan.
"De kunst van het bijlvechten is niet met het blad te slaag maar met de
zij en achterkant. Er is vaak weinig tijd om je bijl uit iemands hoofd te wrikken
en je hebt je bijl nodig. Begin maar met een eenvoudige slag op de zijkant,
naar het hoofd."
Dit was de afleiding die hij zocht. Met een beetje leedvermaak kijkt hij hoe
Lucas de zware bijl aanpakt...
Lucas pakt de bijl aan van Arsenon. Oei, wat is dat ding zwaar!
Met een grote zwaai probeert hij de dummy te raken. Helaas, drie meter naast.
Met een rood hoofd probeert Lucas zijn van inspanning trillende armen weer onder
controle te krijgen.
"Zeg," begint hij, "hebben alle tempelridders een bijl?"
"Tuurlijk niet," lacht Arsennon, net na een ontwijkende beweging.
"Alle leerling ridders beginnen met stokken. Dat is een stuk veiliger voor
leerling en meester!"
Hij pakt de bijl weer aan.
"Maar jij wilde eens proberen, en dat mag." Hij loopt naar een wapenrek
en pakt er een stok uit, ongeveer net zo lang als Lucas.
"Een gevechtsstok is altijd net iets korter dan jijzelf," zegt hij.
"Als je meer wilt leren na de stokken moet ik je in lering zetten bij de
tempel. Dan kies je een wapen en krijg je les van de specialist. Maar het betekend
lang niet van het tempelterrein afkomen en veel toewijding aan de God. Maar
begin hier maar eens mee. Op het hoofd met een linkse zwaai."
Zou ik dat kunnen? denkt Lucas bij zichzelf. Een tijd niet buiten
het tempelterrein komen... hmm, dat is te doen.
En met een zwiep probeert hij Arsenon te raken. Bijna.
"Ik doe het!" zegt hij om zijn aanval kracht bij te zetten.
Arsennon kan zichzelf redden door eenvoudig een stukje naar achteren te hangen.
"Hey hey, naar de dummy!" Arsennon kan erom lachen.
"Als we op jouw manier begonnen met trainen waren er een stuk minder tempelridders
geweest."
Hij bekijkt het fanatisme in de ogen van Lucas. Hij heeft het vuur in zich,
maar kan hij het beheersen?
"Denk er nog goed over na jongen, je hebt tijd genoeg. Eerst maar eens
je belofte aan Amy waarmaken niet? En tijdens die tocht zal ik je lessen blijven
geven met de stokken."
Arsennon vertelt er niet bij dat de komende weken een test zullen worden om
te zien of Arsennon hem kan aanmelden bij de tempelraad.
Bovendien heeft zijn eigen verwijzing naar Amy hem weer aan het denken gezet.
Hij zou het goedmaken met haar, hoe dan ook.
Uiteindelijk
houdt Luan het niet meer vol. Geduld hebben is nou niet gelijk haar sterkste
punt. Vol overmoed stapt ze op de wachter af die voor de poort staat. Als ze
de strenge blik in zijn ogen ziet, zakt de moed haar in de schoenen. Nieuwsgierigheid
overspoeld haar zenuwen, en met een volledig beheerste stem vraagt ze de wachter
hoe het zit met het gezelschap wat een paar uur terug aan was gekomen.
Nog steeds met een arm om de vrouw heen, beseft Nynaeve opeens dat ze een vrouw
die twee jaar ouder is dan zijzelf aan het troosten is. Sterker nog, dat ze
die probeert te koppelen! Terwijl ze probeert het er niet al te haastig uit
te laten zien, trekt ze haar arm van Amy weg. "Ik umm... Ik moet even frisse
lucht happen." Zegt ze tegen de vrouw, en sprint naar de ingang van de
Tempel.
Zodra ze naar buiten stapt is het eerste wat haar opvalt een meisje dat met
de wacht praat. Het tweede dat haar opvalt, is dat het hetzelfde meisje was
als dat ze eerder op de dag had gezien. Het derde wat haar opvalt is dat ze
vraagt hoe het met hun gezelschap is. "Nou," Zegt ze, hard genoeg
om door haar gehoord te worden, "Als je dat zo nodig moet weten, waarom
kom je dan niet binnen? Als dat tenminste van U mag, wachter van de Tempel."
Lichtelijk verbaasd kijkt Luan naar de jonge vrouw die ze eerder had gezien,
en nadat ze had gehoord wat ze aan de wachter vroeg, keek ze die -de wachter
dus- smekend aan.
Nynaeve, wiens nieuwsgierigheid naar het meisje aanzienlijk gegroeid is, loopt
naar haar toe, slaat een arm om haar heen, zet enorme ogen op, om haar woorden
van daarnet kracht bij te zetten. Terwijl ze dat doet, grijnst ze snel naar
het meisje.
Luan kijkt naar de grijns van de jonge vrouw en beantwoord die. Ze vraagt zich
achter de grijns af waarom de vrouw zo openlijk is, en haar naar binnen wil
hebben. Al wil ze het zelf ook. Ze besluit dat ze gewoon meegaat, als de wachter
dat goedkeurt. En als het niet goed gaat, rent ze gewoon weg.
Amy
zit op haar kamer en droogt haar tranen, zal Nynaeve gelijk hebben en zou Arsennon
het niet slecht bedoelen?
Ze besluit om naar hem toe te gaan en haar excuses voor haar gedrag aan te bieden,
onder het mom daqt ze wel zin heeft in wat eten.
Ze loopt terug naar de trainingsruimte en ziet toe hoe Arsennon Lucas traint.
Ze glimlacht en voelt zich weer warm worden. "[i]Wat zijn het toch lieve
jongens" [/i]Ze schrikt van deze gedachte, omdat ze niet alleen Lucas bedoelde
maar ook Arsennon. " Ik zie dat het vechten je wel wat lijkt Lucas?"
roept Amy.
Het hart van Arsennon maakt stiekem een sprongetje als hij Amy's stem weer hoort.
Vriendelijk klonk het weer. Nu maak ik het goed. Hij knielt voor haar.
"Mijn excuses voor eerder, ik wilde je niet kwetsen. Vergeef je me?"
Zijn hoofd buigt voorover. Wachtend op haar reactie.
"Joh... Sta gauw op" schrikt Amy. "Niet jij maar ik heb alle
redenen om mijn excuses aan te bieden. Iets maakt mij angstig voor mannen."
Blozend staart Amy naar haar laarzen.
Als Lucas Arsenon voor Amy ziet knielen gaat er bij hem een lichtje branden.
Hij brengt zijn stok in aanvalspositie.
"Arsennon! Ik heb gewonnen, want je keert me de rug toe en nou ben je dood!"
roept hij een tikkeltje overmoedig, met een knipoog naar Amy.
De
wachter, schijnbaar niet bestand tegen de smekende blik van de twee, hoewel
het ook andere, minder romantische redenen kan hebben, knikt en laat Luan binnen.
Inwendig juicht Luan. Maar van buiten probeert ze niets te laten merken. Alleen
een fluisterend 'whooow' ontglipt haar mond. Daarna loopt ze rustig mee met
de jonge vrouw. Haar nieuwsgierigheid groeit aanzienlijk, maar ze doet haar
best dat een beetje onder controle te houden. Ze zou snel genoeg weten wat er
nou aan de hand was.
Nynaeve knipoogt nog snel naar Luan voordat ze haar naar binnen begeleid. Ze
begint tegen het meisje te praten over het gezelschap. "Allereerst hebben
we Heer Mordar, ik ken hem niet zo goed, maar hij lijkt me een beetje afstandelijk.
Dan hebben we onze Tempelridder Heer Arsennon. Hij is aardig, maar een beetje
stuntelig als het om Amy gaat. Amy is twee jaar ouder als ik, maar ik geloof
dat ze ook veel onervarener is als ik... Dan komen we bij Lucas. Lucas lijkt
me zo iets als twee jaar ouder dan jij... Hoe oud ben jij? Maakt ook niks uit.
Lucas wil ook later Tempelridder worden. Dan hebben we mij. Ik heet Nynaeve
en ik ben drieëntwintig jaar jong." Ze grinnikt even. "En als
conclusie heb ik voor je: Wij zijn het mafste gezelschap dat je ooit gezien
hebt." Daarna begint ze met het hele verhaal over hoe ze elkaar ontmoet
hebben. Zo blijft ze doorkletsen totdat ze Arsennon geknield voor Amy zien zitten.
Een huwelijksaanzoek? Nee dat is al te snel, kaatst ze tegen haar eigen
gedachten in. Wat is er dan aan de hand?
Zonder aarzeling springt Arsennon op en haalt Lucas onderuit door met zijn stok
zijn standbeen weg te vegen. "Ga er nooit van uit dat je gewonnen hebt
als je tegenstander hulpeloos lijkt." Hij kijkt belerend naar een verbaasde
Lucas. "Zeker niet als je net begint. Zie het als een waardevolle les."
Zijn instincten en training hadden het van hem overgenomen. Dan keert hij zich
terug naar Amy.
"Oh, sorry, dat wist ik niet. Kan ik helpen? Ik..."
Meer komt er niet uit zijn mond.
Nynaeve begint te schateren zodra ze ziet wat er gebeurd. "Kijk Luan, die
ridder die dat onnozele joch onderuit haalde is Arsennon. Het onnozele joch
is Lucas. De vrouw is Amy. Iedereen! Dit is Luan!"
Als uit een droom ontwaakt, hoort hij Nynaeve hem en de anderen voorstellen
aan een meisje dat Luan heet. Met moeite laat hij zijn blik van Amy wegglijden
om te zien wie Nyneave bedoelt. Ondertussen bedenkt hij dat ie is vergeten Lucas
van de grond te rapen. Hij pakt de jongen bij een arm vast en zet hem met een
soepele beweging rechtop.
"Arsennon, tempelridder van de Orde van de Enige God! Aangenaam."
Hij klinkt weer even stijf en officieel als de eerste keer dat ze hem ontmoeten.
Maar direct daarna kijkt hij al weer met een schuin oog naar Amy. Waarom
was ze bang geweest van hem? Wie heeft het op zijn geweten dat het meisje zo
beschadigd is?
Nynaeve zucht als ze Arsennon weer stijf ziet zijn. "Oh ja, ik was
vergeten dat Arsennon een formele hark is als het om vreemdelingen gaat. O Arsennon!?
Luan slaapt bij ons op de kamer ok? Ik zag dat er volgens mij nog een bed vrij
was." Daarna glimlacht ze naar Luan. "Hij is niet altijd zo stijfjes
hoor!"
Lichtelijk overdonderd door alle nieuwe gezichten knippert Luan verbaast met
haar ogen. Op het eerste gezicht leek Nynaeve haar de aardigste van het hele
stel, maar dat zou waarschijnlijk komen omdat ze die nu het beste 'kende'. Ze
glimlachte om de manier waarop Nynaeve iedereen voorstelde. Ze glimlachte breder
toen ze Arsennon zag stuntelen. Het viel toch wel op dat... De stem van de 23-jarige
vrouw naast haar zorgde ervoor dat de gedachten verdwenen, en ze beantwoorde
de vraag met: "Ik ben veertien, dan is Lucas dus zestien?"
"Nee, Lucas is vijftien. Sorry, ik dacht dat je jonger was..." Zegt
ze terwijl haar hoofd rood aanloopt omdat ze het meisje niet wou onderschatten.
"Juist ja, dus dit meisje moet ook mee? En ook in jullie kamer?" Als
Amy niet meer reageert, neemt hij aan dat het door de drukte komt. Hij concentreert
zich dus op het weg krijgen van de mensen. "Prima, ga dan maar zelf even
kijken hoe dat moet passen, want ook Lucas hier zou bij jullie slapen? Of niet?"
Hij kijkt Lucas aan. Ik moet weten wat er met Amy aan de hand is, alleen
dàn kan ik haar helpen en beschermen zonder dat ze bang hoeft te zijn.
Amy ziet Luan staan, en bedenkt dat ze haar vaag bekent voorkomt. Ze is zo in
gedachten verzonken dat de rest langs haar heen gaat.
Dan vraagt ze inneens aan Arsennon: "Zeg weet jij hoe laat we gaan eten?
Eerlijk gezegd begin ik wel een beetje trek te krijgen."
Nynaeve draait zich om en geeft Luan een klein duwtje in de rug. "Kom Luan,
ik laat je je kamer zien. Je kamergenoten zijn Amy, Lucas en ik." Ze loopt
richting de slaapvertrekken en begint tegen Luan te kletsen, zonder dat ze eigenlijk
zelf doorheeft waar ze het over heeft.
"Ik zal het nooit meer doen, meester!" zegt Lucas met een quasi-schuldbewust
stemmetje.
"Maar, ik denk dat we nu beter kunnen gaan eten... meester. Ik zie u zo."
En hij loopt achter Luan en Nynaeve aan.«