De winter was eindelijk voorbij. De eerder zo maagdelijk witte sneeuw veranderde nu, zodra het de grond raakte, in een vieze bruine drab. Mensen, dieren en karren lieten bruine moddersporen achter. Hier en daar lag de derrie kniehoog en de binnenmeiden van boer Lemel hadden een dagtaak aan het schrobben van de vloeren.